Tag Archives: Kyoto

Japan (30 maart – 19 april 2016)

Standard

Osaka
Op woensdag 30 maart 2016 landden we op het vliegveld van Osaka waar we werden opgehaald door onze vriend Tano, een jongen die Lisa had leren kennen in Sydney. Tano spreekt goed Engels, is geïnteresseerd in andere culturen en erg enthousiast om zijn cultuur met ons te delen. In zijn studentenhuis worden ook kamers verhuurd via AirBnb en hij had voor ons bij zijn huisbaas een korting kunnen bedingen. Zijn gezelligheid, gastvrijheid en behulpzaamheid maakten dit de perfecte manier om ons avontuur in Japan te beginnen. Het bleek geen overbodige luxe om iemand bij ons te hebben die de stad kende en de taal sprak, want veel staat alleen in Japans schrift aangegeven en de meeste mensen spreken niet of nauwelijks Engels. Onze eerste belevenis was een bezoek aan een “convenient store”. In Japan kennen ze relatief weinig gewone supermarkten zoals in Nederland en maakt men veel gebruik van kleine supermarktjes vergelijkbaar met de “AH to go”. Voor ons een interessante vuurdoop in het Japanse assortiment. “Tano, what is this?” “Tano, what does it say?” “Tano, is this vegetarian?” Onze introductie in de verschillende smaken rijstballen (en hoe je ze uit de verpakking haalt) en hoe we konden herkennen welke daarvan vegetarisch waren, zou ons de rest van de reis nog goed van pas komen!

Een broodje uit de supermarkt; je moet er van houden…

 

Wilt u schone billen? Kies maar hoe!

We bezochten het kasteel van Osaka; prachtig gelegen en, zo zou later blijken, in de typische stijl die alle Japanse kastelen kenmerkt. Ook gingen we naar een feestje speciaal georganiseerd voor buitenlanders en Japanners om elkaar te leren kennen. Dit werd een erg gezellige avond ondanks dat de meesten zo slecht Engels spraken dat we ze nauwelijks konden verstaan.

Japan is het land van de aardbevingen. Je kunt niet enige tijd in Japan verblijven zonder er eentje mee te maken. De Japanners hebben zelfs een speciale app die ze waarschuwt en informeert over aardbevingen. Toen Lisa op vrijdagochtend nog haar kater lag uit te slapen, was Sander al wakker en voelde hoe alles begon te schudden. Het hield wel dertig seconden aan en hij zag een schilderij een paar keer van de muur af komen en terug ertegenaan vallen. Hoewel Tano wel gewaarschuwd was door zijn app, viel het allemaal mee en was er nergens schade. En Lisa? Die sliep gewoon lekker door. We sliepen twee nachten in een traditionele Japanse kamer met een “tatami”-vloer, “futons” (opklapbare matrassen) en als hoogtepunt voor Lisa: een “kotatsu”. Dit is een laag tafeltje met een ingebouwde verwarming en een deken erover waar je in kleermakerszit onder kunt zitten. Een mooie ervaring!

Hiroshima
Op zaterdag 2 april vertrokken we met een zeer comfortabele bus naar Hiroshima. Eén van de argumenten om nu al naar Japan te gaan, was dat we het Hanami-seizoen zouden meemaken. Deze voorjaarsperiode is zeer populair onder de Japanners en toeristen vanwege de vele kersenbomen die dan in bloei staan. Dit zorgde inderdaad voor prachtige plaatjes en ook het uitzicht onderweg was prachtig door de kleurrijke bossen die we passeerden in heuvelachtig landschap.

Ook in de bus waren er leuke “snufjes”

Een nadeel van dit populaire jaargetijde was echter dat we niet, zoals we gewend waren, op de bonnefooi naar steden toe konden gaan in vertrouwen dat we wel een betaalbare accommodatie zouden vinden. Met veel moeite hadden we een dag van tevoren een hostel in Hiroshima gevonden dat relatief goedkoop was omdat het pas net geopend was en nog veel korting gaf om zichzelf te promoten. Het bleek een fantastische keuze. Het hostel was prachtig en het personeel nog mooier; zo vriendelijk en behulpzaam. Ze organiseerden zelfs een paar keer per week een gratis tour naar verschillende bezienswaardigheden in de omgeving. Ze hadden hun eigen bus en de eigenaar van het hostel reed ons hoogstpersoonlijk naar een prachtig gelegen oud cultureel dorpje op een uur rijden van Hiroshima. Een medewerker van het hostel was mee als gids, maar leek meer vereerd met ons gezelschap dan andersom. Ondanks zijn gebrekkige Engels deed hij zijn uiterste best om het ons optimaal naar de zin te maken. Het dorpje geniet zijn status als toeristische attractie (met name voor Japanners) voornamelijk dankzij haar theater waar ze “kagura” voorstellingen spelen. In tegenstelling tot de optredens die we in Indonesië hadden gezien, maakte dit veel indruk op ons. De dans was mooi op de muziek afgestemd, de kostuums met maskers waren prachtig en de paar snelle kostuumwisselingen (onder onze ogen, maar nauwelijks waarneembaar) waren geniaal. Omdat het de opening van het theaterseizoen betrof werd er afgesloten met een loterij; een hele happening. Lisa kon al behoorlijk tellen in het Japans en ik was het aan het leren, dus voor ons was het steeds de sport om te horen welk getal genoemd werd. Onze groep werd bijgestaan door een oud Japans mannetje die onder luid gejuich van ons uiteindelijk zelf in de prijzen viel. Weer zulke lieve mensen!

Ook bezochten we hier onze eerste “onsen”, een Japans badhuis (vaak met sauna). Deze zijn meestal gekoppeld aan een hotspring, waarvan er door de vele vulkanische activiteit logischerwijs veel zijn. Onsens bezoeken is een belangrijk onderdeel van de Japanse cultuur. Publieke onsens zijn in principe altijd gescheiden en je baadt er naakt. Tano was erg verbaasd toen ik hem vertelde dat we in Nederland veel gemixte naakt-sauna’s hebben. “Don’t all men want to go there then?!” 🙂 Belangrijk bij het bezoeken van een onsen is dat je een zogenaamde “face towel” bij je hebt waarmee je je wast voordat je de baden in gaat. In de eerste badruimte zijn altijd een hoop douches met zeep, shampoo, etc. en een teil die je kunt vullen om over jezelf heen te gooien. Allemaal éénpersoons plekjes, maar wel in een openbare ruimte. Verschillende mensen zitten dus naast elkaar of met de rug naar elkaar toe op een krukje zich te wassen. Een apart gezicht en even wennen! De face towel neem je mee en mag je blijven gebruiken om jezelf mee op te frissen of je kruis mee te bedekken, maar hij mag onder geen beding het water in de baden raken. Dat wordt als onhygiënisch gezien. Het enige minpuntje aan de onsens is dat het water vaak erg warm is. Met name voor Sander vaak net iets té warm om goed te kunnen ontspannen. Gelukkig is er vaak ook een koud-waterbad, waar Sander erg van houdt.
Bij aankomst terug bij het hostel regende het en werden we één voor één onder een paraplu naar binnen begeleid. En dat voor zo’n vijf meter. Even later kregen we nog een verrassing: een enveloppe met daarin een origami-werkje en de eerder gemaakte groepsfoto, als bedankje voor het meegaan. Wat heerlijk, die service, die details, die attentheid!

Prachtige “sakura” (bloesem) in Hiroshima

Op maandag 4 april bezochten we het centrum van Hiroshima, dat een flinke tramrit van ons hostel verwijderd was. Grappig is dat je in principe zelf verantwoordelijk bent voor het betalen van het juiste bedrag (o.b.v. het station waar je bent opgestapt), hoewel de conducteur dat in ons geval wel onthield. Als hulp hierbij of om het eventueel te bewijzen kun je op het station uit een automaat (onbeperkt) een bonnetje trekken met daarop de naam van dat station (in Japanse tekens). Hoewel we ons afvragen of dit ooit nodig is als bewijs; er is zoveel vertrouwen en eerlijkheid – en het is natuurlijk geen waterdicht systeem. Ons hoofddoel was de “A-bomb dome” en de bijbehorende monumenten en musea. De dome is het karkas van één van de weinige gebouwen in die omgeving dat de atoombom ‘overleeft’ heeft. Het hele park staat nu symbool voor de strijd voor wereldvrede. Het was erg indrukwekkend om daar rond te lopen, de informatie te lezen, de ooggetuigenverslagen te lezen en te beluisteren, etc. We hadden ons nooit zo gerealiseerd dat het niet eens zozeer de straling was die de bom zo verschrikkelijk maakte (natuurlijk werd het daardoor nog zo’n 30% erger), maar dat de explosie / impact van de bom zelf zo groot was (de grootste ooit). Dat één bom een hele stad in brand zette. Indrukwekkend en een belangrijke toevoeging aan deze reis door Japan. Raar om te bedenken dat zo’n respectvol volk zich destijds zodanig misdragen heeft in die oorlog dat ze dit over zichzelf hebben afgeroepen. Wat daar gebeurd is, is niet te bevatten.

The A-bomb Dome

Op dinsdag gingen we naar het eiland Miyajima. Slechts een klein stukje met de tram en veerboot; mooi ritje. Het eiland heeft een aantal hoogtepunten: Itsukushima Shrine, een Boeddhistische tempel en het uitzicht op de top van het eiland. Deze “shrine” (een soort tempel van de “shinto” religie) wordt ook wel de “watertempel” genoemd omdat deze op een soort steigers is gebouwd en bij vloed het water er helemaal onderdoor loopt. Bij eb echter zit er geen water onder en is het weinig bijzonder. Zoals eigenlijk alle shrines is het bouwwerk zelf maar kaal (geen beelden o.i.d.) en wat saai. De toegangspoorten (“torii”) spelen vaak een belangrijke rol. Ook bij deze was die tori het meest indrukwekkend omdat ie heel groot is en een heel stuk de zee in staat. Alleen bij volledige eb staat ie droog en kun je er helemaal heen lopen. Wij hadden pech met de timing. Toen we aankwamen om 11 uur ‘s ochtends was de vloed net geweest en was het water al onder de shrine weg en zou het nog uren duren voordat het water op het laagste punt was, waarna het dus weer zes uur zou duren voordat het weer op zijn hoogste punt was. We konden op het stuk tussen de shrine en de tori lopen, dat was wel grappig.

Leuk ook hier was dat we heremietkreeftjes zagen; klein maar duidelijk herkenbaar. Grappige beestjes die slepen met hun huisje (schelp). We besloten de shrine zelf nog niet in te gaan, maar te wachten tot het water weer hoger zou staan. We liepen daarom eerst door naar de Boeddhistische tempel. Deze had (ook traditioneel) juist veel beelden en interessante architectuur. Het was leuk om daar rond te lopen.

Een greep uit de Japanse tempelbeelden

Vervolgens begonnen we aan de klim naar boven. Het was een wandeling van ruim een uur en redelijk warm. Voor Lisa was het best pittig, maar het was ook lekker om ons weer even zo in te spannen. Het uitzicht op de top was echt fantastisch mooi! Je keek over zee met allemaal kleine eilandjes tot aan een prachtige mistige horizon. Dit was het mooiste stuk van een überhaupt prachtig 360 graden panorama. Dit was voor ons één van de absolute hoogtepunten van Japan en zelfs één van de mooiste uitzichten van onze hele reis.

Terug naar beneden gingen we met een spectaculaire cable car. Echt zoals in de skigebieden. Blijkbaar hebben ze die veel in Japan om naar de toppen van bergen te komen. We sloten de dag af bij de Itsukushima shrine. Het water was vlak voor sluitingstijd nog steeds niet helemaal onder de shrine, helaas. Maar het was prachtig om foto’s te maken van de tori bij zonsondergang. De overtocht met de ferry terug naar het vaste land na zonsondergang was heerlijk ontspannen. We voelden ons voldaan na deze mooie dag. Ons bezoek aan Hiroshima was echt een groot succes. Wat heeft Japan veel te bieden!

Kobe
Op onze weg terug naar Osaka, verbleven we twee nachten in een “love hotel” (zie Zuid-Korea) een eindje buiten Kobe. Mede door het slechte weer en om even bij te komen, hebben we daar een dagje op onze luxe hotelkamer doorgebracht.

Onze badkamer met jaccuzzi, tv en kunstwerk

Aan het eind van de dag bedachten we ons dat we niet genoeg contant geld meer hadden om zowel deze avond te eten als de volgende dag met de tram terug te kunnen naar het station van Kobe. Op zoek dus naar een pinautomaat. Eerst twintig minuten lopen naar het centrum van het dorpje waar we zaten, waar bleek dat alle lokale geldautomaten onze pasjes niet accepteerden (inclusief onze credit cards!). We hadden nog net genoeg geld om de vrij dure, halfuur durende tramrit naar Kobe station te maken, dus zonder verdere intentie om het centrum van Kobe in te gaan, reisden we een uur om een pinautomaat te vinden en te kunnen eten. Daar vond de moeilijkste McDonalds bestelling plaats die we ooit hebben meegemaakt. Ondanks dat de jongeren op school verplicht Engels leren, kunnen ze er in de praktijk helemaal niets van. De McDonalds lokte ons naar een bijzonder winkelcentrum. In het winkelcentrum hadden ze twee aparte ‘amusement winkels’ vol met grijpautomaten! Heel apart. Ook allerlei varianten op de klassieke grijpautomaten zoals wij die kennen. Dit was echter nog niks vergeleken bij de “Arcade” waar we daarna naar binnen gingen. Dit was een enorme hal met allerlei soorten gok- en speelautomaten. Gokken is verboden in Japan, dus je kunt nergens geld winnen, alleen materiële zaken (in alle vormen en maten: knuffels, snoep, seksspeeltjes, huishoudelijke apparaten, flessen wijn, etc. – je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het daar winnen). Maar het mooie is dat er dan even verderop weer handelaren zijn die deze producten omwisselen tegen geld. Zo gokt Japan dus legaal in kermisachtige casino’s, terwijl gokken verboden is. Ook opvallen waren de grote schermen met stoelen ervoor die ook allemaal weer een eigen scherm hadden, waarop mensen management spellen speelden zoals voetbalmanager. Zo had je dus een hoek voor voetbal, maar bijvoorbeeld ook voor paardenrennen. Je had machines met vecht- en strategiespellen en veel machines met behendigheidsspellen zoals dance-dance-revolution. Geweldig om de Japanners daarop te zien spelen; niet normaal hoe goed sommigen daarin zijn. Echt een gekkenhuis. We keken onze ogen uit!

Kyoto
Van vrijdag 8 tot maandag 11 april verbleven we in een eenvoudig studiootje in een flatgebouw in een buitenwijk van Osaka en bezochten vanuit daar twee dagen op rij Kyoto, de culture hoofdstad van Japan. Het overgrote merendeel van alle tempels en shrines in Japan, staat in Kyoto. Ons eerste doel was de Fushimi-inari shrine. Bijzonder aan deze shrine is het enorme aantal torii die over een route van een aantal kilometer achter elkaar staan. Je kon naar een heuveltop lopen en daarbij ging je dus constant onder torii door. In het begin was het schuifelen in een lange rij, maar langzaamaan werd het minder druk en maakten we een aangename wandeling.

In Kyoto begon de echte jacht naar stempels. Lisa had in Ishikushima bij Hiroshima een stempelboekje gekocht. Stempelboeken zijn een Aziatische hobby. Ze zijn met name bedoeld voor de stempels van tempels (door een monnik handgeschilderde iconen met de naam van de tempel), maar ook treinstations en zelfs benzinestations hadden vaak eigen stempels. Opvallend was dat we veel Japanse vrouwen in kimono’s zagen lopen. Een groot deel daarvan was toeriste – op veel plekken kon je kimono’s huren voor één dag. Maar leuk dat je die traditionele cultuur hier nog zo tegen komt.
Na de Fushimi-Inari shrine liepen we wat door het centrum en kwamen we bij het theater. In verband met het hanami-seizoen werden hier in april dagelijks voorstellingen gegeven door geisha’s en maiko’s (geisha’s in opleiding). Dit is één van de weinige mogelijkheden voor het brede publiek om geisha’s ‘in actie’ te zien. De voorstellingen voor deze dag bleken helaas allemaal uitverkocht (vier tijdstippen). We wilden hier graag naartoe en wisten nu dus dat we er de volgende dag op tijd bij moesten zijn!
Daarna bezochten we Kiyomizu-dera; een shrine bovenop een enorme houten steigerconstructie, dat één van de grootste houten bouwwerken ter wereld zou zijn. Daarbij was een fontein met ‘heilig’ water, waar we nog even voor in de rij zijn gaan staan. Je moest drinken uit houten bekers aan een stok, die gereinigd werden doordat ze steeds teruggeplaatst weden in vakken met een soort infrarood straling. Het traditionele met het technische verenigd: Japan! Tegen de avond kwamen we langs een park waar hanami gevierd werd: overal etenskraampjes en veel picknickende mensen. De bloesem begon op zijn einde te raken, maar er waren nog steeds mooie bomen en een erg leuke sfeer.

Kiyomizu-dera

Op zondag stonden we dus extra vroeg op om ondanks de lange reis (ongeveer anderhalf uur) op tijd in Kyoto te zijn. Voordat de kassa van het theater open zou gaan, wilden we nog de Sanjusangen-do bezoeken. Dit was een hal met duizend beelden van één verschijning van Boeddha; de duizendarmige Kannon (een Boeddha-verschijning met veel armen). Ze stonden in rijen opgesteld met in het midden één reusachtige ‘opper’versie. En allemaal van goud. Erg indrukwekkend!
Vervolgens waren we keurig bij openingstijd bij de kassa en bemachtigden we kaartjes voor de voorstelling. Deze was inderdaad heel bijzonder. Aparte, niet altijd even mooie, maar wel sfeervolle muziek en het dansen / acteren dat daar prachtig op aansloot. Echte vakvrouwen!
De laatste echte ‘must see’ in Kyoto was de “gouden tempel” Kinkaku-ji. Op papier een prachtig plaatje en in het echt ook wel mooi, maar de drukte deed daar wel wat aan af. Misschien was het door onze te hoge verwachtingen, maar op de één of andere manier maakte het niet zoveel indruk op ons. Misschien ook gewoon veel van hetzelfde in zo’n korte tijd.

Zo op de foto is ie toch wel mooi…

Op de terugweg was het een leuke puzzel om uit te zoeken welke combinatie van treinen het snelste zou zijn terug naar ons station in Osaka. Je had op één lijn wel vijf verschillende soorten treinen: Limited Express, Express, Semi-express, de sub-semi-express en de “local”, referend aan het aantal stations dat ze oversloegen. Ons station in Osaka was klein, dus daar stopte alleen een local, maar we konden met een express-trein één station te ver doorreizen, om dan weer een local terug te nemen. Een heerlijk bizar systeem!
Terug in Osaka hebben we de hele avond op een trap in het trappenhuis gezeten. De wifi kwam uit het kantoor een paar etages hoger en bereikte onze kamer niet. Na lang wikken en wegen besloten we daar onze definitieve terugvlucht te boeken. Door de beslissing om over negen dagen al te gaan, konden we ons financieel ineens een hoop permitteren. Het laatste gedeelte van onze reis stond dus echt in het teken van kwaliteit in plaats van kwantiteit. Een fijn gevoel. Maar toch ook een heel raar besef dat het einde van de reis nu ineens zo dichtbij en definitief was!

Op maandag 11 april gingen we nog een dagje naar Nara, de Japanse hoofdstad voordat Kyoto (en later Tokyo) dat werd. Nara is de Boeddhistische tegenhanger van het Shinto-Kyoto, maar lang niet zo groot en druk. Het hoogtepunt voor ons daar was een tempel met daarin een reusachtige Boeddha en daarbij een steen met een gat erin, die de grootte van het neusgat van de Boeddha zou representeren. Het was een toeristische sport geworden om te kijken om te kijken of je door dat gat paste (en waarschijnlijk bracht dat geluk). Het lukte Sander in twee pogingen toen hij door had dat je het beste met je armen eerst kon gaan. Lisa had een stuk of vijf pogingen nodig gehad, toen Sander haar er onder applaus van de omstanders doorheen wist te trekken. Erg grappig!

‘s Avonds ontmoetten we Tano in het busstation van Osaka en namen we samen de nachtbus naar Tokyo. Dat was een leuk weerzien!

Tokyo
Dinsdagochtend 12 april 2016 kwamen we aan op het gigantische station van Tokyo. We hadden afgesproken met Daisuke, die Tano en Lisa in Tokyo Village in Sydney hadden leren kennen. Het was een gezellige dag waarop ze ons meenamen naar een restaurant voor okonomiyaki en manjayaki: Japanse hartige pannenkoeken (de eerste meer uit de regio van Osaka en de laatste meer uit Tokyo en van vloeibaarder beslag). In ons restaurant kregen we de verschillende ingrediënten, maakten we zelf het beslag en bakten we dit op een hete plaat in onze tafel. Eigenlijk een soort gourmetten in een restaurant. Verder kochten we tickets voor een honkbalwedstrijd waar we de volgende avond heen gingen. Honkbal is dé nationale sport in Japan en deze wedstrijd ging tussen de twee grote clubs van Tokyo: titelverdediger The Swallows en The Giants, verreweg de populairste club in Japan. The Swallows speelden thuis, dus kochten we kaartjes voor de Swallows tribune: “Go! Go! Swarrows!”. Helaas bleek dat de verkeerde keuze; ze werden hard ingeblikt. Jammer, maar het was een gave ervaring door alle show eromheen.

Donderdagochtend vroeg zijn we naar een training van sumo-worstelaars gaan kijken. Lisa had daarover gelezen in een tijdschrift voor toeristen. Het was lastig te vinden, maar gratis toegankelijk. Het was in kleine, speciale sportzaal en we zaten er echt super dicht op. De enige voorwaarde was dat je een mondkapje droeg. Jammer genoeg zagen we alleen de kleineren ‘wedstrijdjes’ doen. Maar toch indrukwekkend om te zien! De impact waarmee die tegen elkaar op knallen… als ook omvang van de grootsten en de rare loopoefeningen en evenwichtsoefeningen die zij deden.

Donderdagavond brachten we los van elkaar door in andere delen van de stad. We verbleven allebei in een “capsule hotel”. Dat is een hotel waarbij je op een slaapzaal je eigen capsule hebt (een beetje als een honingraad), die niet veel meer is dan een bed met wat faciliteiten als tv, lampjes, radio, etc. Verder zit er vaak een sauna / badruimte in deze hotels en daarom zijn de meesten voor enkel vrouwen of mannen. Dit was zoiets typisch Japans dat we graag nog wilden ervaren, zelfs als dit betekende dat we de avond gescheiden door moesten brengen. Een bijzondere ervaring!

De capsules

Er waren nog twee dingen die we erg graag wilden ervaren en waar we extra budget voor uitgetrokken hadden: een verblijf in een “ryokan” (een onsen met hotelfunctie) en een verblijf in een tempel. Het kostte wat moeite om het gepland te krijgen, maar de volgende twee dagen trokken we erop uit om deze laatste wensen in vervulling te laten gaan. Op vrijdag 15 april reisden we met de “bullit train” (Shinkansen), die meer dan 300 km/u haalt, naar Ito. Het ryokan was prachtig. Het lag tegen een berg aan en had twee baden op de benedenverdieping. We konden via een klassieke “funicular” omhoog naar onze kamer. Een prachtig grote, klassieke Japanse kamer, waar we bij aankomst thee geserveerd kregen door de dienstvrouw. We hadden een prachtig uitzicht en ook op die verdieping was nog een buitenbad. Allemaal met natuurlijk warm water van de plaatselijke vulkaan. De service was weer formidabel en we voelden ons even goed verwend en heerlijk ontspannen.

De Shinkansen

 

We droegen traditionele badhuis-outfits

 

Onze futons

De volgende dag werden onze reis-skills weer even op de proef gesteld toen we via een stuk of vijf treinen, via Tokyo, van Ito (ten zuid-westen van Tokyo) naar Chichibu (ten noord-westen van Tokyo) moesten zien te komen. We kwamen nog net op tijd aan voor de pick-up service van het station naar de tempel (20 minuten rijden en geen openbaar vervoer). De tempel lag prachtig afgelegen in de bergen. Het uitzicht alleen al was zeer de moeite waard. Tegelijk met ons was er een grote groep jongeren en nog een paar losse toeristen aanwezig. Eigenlijk werd het daardoor iets meer een toeristische attractie dan een meditatieve plek waar je tot rust komt, maar de ervaring was nog steeds bijzonder. De monnik was zeer gastvrij, vriendelijk en open. We begonnen met het kopiëren van een “sutra” op papier als meditatieve oefening. Later droeg hij deze voor in een soort gebedssessie. Ondertussen konden we gewoon rondlopen en van de rust en het uitzicht genieten. Tijdens het diner was er eten in overvloed. Het was volledig vegetarisch (veganistisch zelfs), maar erg gevarieerd met een aantal lekkere dingen en een aantal bijzondere smaken. Na het eten legde de monnik uit over zijn vorm van Boeddhisme: “zazen”. De uitleg in het Japans was wat uitgebreider dan in het Engels, maar hij deed enorm zijn best om Engels te praten en onze vragen te beantwoorden. Leuk was dat Lisa op het laatst het initiatief nam om hem een ‘stempel’ in haar stempelboek te laten zetten. Hij ging daarvoor speciaal aan zijn studeertafel zitten. Prachtig om te zien hoe ontzettend kundig hij hierin was en dat met een totaal ontspannen houding. Vervolgens kwam iedereen aan met zijn of haar stempelboek en is hij wel een half uur bezig geweest met stempels schilderen. Buiten had hij een hotspring en een mooi badje gebouwd tegen de bergwand, afgeschermd van iedereen, maar met open zicht op de omgeving. We hadden goed opgelet, zodat we er op tijd bij waren toen die weer vrij kwam. Slapen deden we in slaapzalen. Of beter gezegd: in twee hallen waar we onze futons neer konden leggen; mannen en vrouwen gescheiden. De volgende ochtend hadden we weer een soort van gebed en vervolgens gingen we naar de prachtige meditatie zaal voor een zazen meditatie. De zaal had een open wand waardoor je tijdens het mediteren van het prachtige uitzicht te genieten. Daarna sloten we deze bijzondere ervaring af met ontbijt dat vergelijkbaar was met het diner van de avond ervoor en werden we teruggebracht naar het station.

Monnikenwerk

 

Uitzicht vanaf het klooster

Terug in Tokyo hadden we nog anderhalve dag om zoveel mogelijk van de stad te zien. Zo bezochten we Shibuya station, waar het standbeeld van de hond Hachiko (die waar die film over gemaakt is) staat en naast het zogenoemde “drukste kruispunt ter wereld”. Bijzonder is dat men hier niet alleen aan de zijkanten oversteekt maar ook kruislings midden over. Om de paar minuten vult het kruispunt zich met een mensenzee en dan in één keer is het weer leeg en kunnen de auto’s gaan rijden. Veel wijken in Tokyo hebben hun eigen karakteristieken, eigenaardigheden en cultuur. Dus we zijn met de metro kriskras de stad doorgereden om op allerlei plekken even de sfeer te proeven. We bezochten nog wat marktjes voor souvenirs en Lisa ging nog op kimonojacht. Op onze laatste avond aten we sushi in een restaurant met een lopende band. Niet eentje waarop constant eten wordt gepresenteerd dat je er naar believen af kunt pakken (zoals in Sydney), maar eentje waarover het eten vanuit de keuken met een sneltreinvaart naar de juiste tafel werd ‘geschoten’, met een alarmpje dat afgaat als het voor jou bestemd is. Weer een heerlijke belevenis!

Een handjevol speelgoedautomaten op een straathoek

 

Levend “Mario Kart”; zoiets vreemds kom je alleen in Tokyo tegen!

We sloten ons bezoek aan Tokyo, en daarmee onze wereldreis, die avond af met een rit in de monorail boven de wijk Odaiba. Deze wijk ligt op een kunstmatig eiland bij de haven van Tokyo en is bereikbaar via Rainbow Bridge (zo genoemd vanwege z’n kleurenprojecties in het donker). Hierop liggen een hoop moderne architectonische hoogstandjes en de wijk is prachtig verlicht in het donker. Een afsluiting in stijl.

Dinsdagochtend 19 april pakten we de trein naar het vliegveld van Tokyo. Het was zover. We gingen naar huis. Samen. Na twintig maanden vol met avonturen die we nooit allemaal zullen kunnen navertellen, maar waarvan er toch een heel aantal op deze blog beschreven staan. We hebben een hoop woorden gebruikt om zo levendig mogelijk te beschrijven wat we hebben meegemaakt. Maar eigenlijk is er maar één conclusie om onze reis samen te vatten: er zijn geen woorden voor!

Japan was een waardige afsluiter van onze reis. Zo vreemd. Zo gastvrij. Zo modern. Zo traditioneel. Zo mooi. Zo bijzonder!

Veel liefs,
Lisa en Sander