Monthly Archives: October 2015

Avonturen aan de oostkust: van Brissy naar Cairns

Standard

Ik vloog eerst via Singapore naar Melbourne. Daar verbleef ik een nachtje in een hostel en donderdag 10 september vloog ik door naar Brisbane, waar ik eindelijk Lisa weer zou zien. Ik heb toch al aardig wat gevlogen in mijn leven en nog nooit had ik vertraging gehad, maar uitgerekend deze keer, nu elke minuut wachten te lang duurde, had ik drie uur vertraging. Drie uur! Technisch defect aan het toestel, er moest gewacht worden op een ander toestel. Gelukkig was er gratis wifi en zat Lisa nu in dezelfde tijdzone als ik (heel Nederland sliep, dus daar had ik niks aan). Daarbij speelde Federer zijn kwartfinale van de US Open tegen Gasquet en kon ik die mooi volgen via de livescore. Met twee van mijn grootste liefdes binnen virtueel handbereik, ging de tijd toch nog best snel!
Onze hereniging was heerlijk en samen zijn voelde al snel alweer zo vertrouwd, dat ik bijna vergat dat we vijf en een halve maand niet bij elkaar zijn geweest.
Sommige dingen waren nog wel wennen. Ik moest nog even mijn draai vinden in de bus en omschakelen naar een andere manier van leven: het nomadisch bestaan. Lisa kon opeens niet meer in het midden van haar bed liggen en vond andermans kleren op haar kleren. Ook moest ze de besturing van haar “Brenda” nu af en toe uit handen geven aan een Nederlander die zowel moest wennen aan het rechts besturen (met de versnellingspook, handrem en binnenspiegel dus links van je en de schakelaars voor de knipperlichten en ruitenwissers omgedraaid), links rijden en de wegligging van zo’n groot voertuig. Inmiddels voel ik me thuis in onze bus en is Lisa blij dat ze regelmatig lekker uit het raam mag kijken (vogels spotten) terwijl ik rijd.

We zijn de afgelopen weken langzaam onze weg van Brisbane naar Cairns aan het volbrengen. Droge stukken wisselen zich af met subtropische bossen terwijl in zee de Great Barrier Reef meegroeit richting het noorden. Veel dagen staan we rond acht uur op om rond tien uur weg te rijden en na een paar uurtjes aan het begin van de middag weer op de volgende overnachtingsplek aan te komen. We wisselen een beetje af tussen wat luxere caravan parks met uitgebreide voorzieningen en goedkope of gratis stop-overs met soms alleen toiletten. Deze bevinden zich soms op prachtige locaties in bijvoorbeeld nationale parken, waar we dan regelmatig met het naslagwerk “Field guide to the birds of Australia” de bijzondere vogels die we zien proberen te identificeren. Tussen zes en zeven uur wordt het donker, dus vaak liggen we vroeg in de bus in ons bed.
image

We volgen de Bruce Highway; over het algemeen een tweebaans weg (zoals een provinciale weg bij ons) met een maximum toegestane snelheid van 100 km/u. Vrij hard dus vergeleken bij ons in Nederland. Met onze bus doen we het vaak wat rustiger aan, wat ervoor zorgt dat regelmatig enorme vrachtwagens of landrovers met de meest gigantische caravans erachter voorbij komen denderen.
Onze bus is nog uit het cassettebandjestijdperk en omdat die tegenwoordig nog maar moeilijk te verkrijgen zijn (de paar die we hebben, werken ook nog deels niet), maken we veel gebruik van één van mijn afscheidscadeaus van mijn collega’s: een cassettebandje met daaraan een draadje die je kunt inpluggen in je mp3-speler. Gelukkig hebben we enige overlap in muzieksmaak en heb ik bij het samenstellen van de inhoud van mijn mp3-speler ook rekening gehouden met Lisa, dus hoeft ze niet de hele tijd naar Leonard Cohen te luisteren.
Één van de opvallendheden langs de weg is uiteraard de grote hoeveelheid dode kangaroes of walibi’s die op sommige stukken langs de weg liggen. Geen prettig gezicht. Daartegenover staat wel dat we regelmatig ook levende kangaroes of walibi’s zien, wat heel leuk is. Vooral hun springende manier van voortbewegen is bijzonder om in het echt te zien!
Verder valt het aantal waarschuwingsborden langs de weg op. Ook wel begrijpelijk vanwege de lange eentonige stukken weg die je hier veel hebt, die hier zeer treffend als “driver fatigue crash zones” worden aangemerkt. Ze zijn hier niet vies van een beetje dramatische teksten. Mooi vonden we de quizvraag die we kregen omdat “trivia questions help you to stay alert”. Alleen jammer dat het elke keer dezelfde vraag blijkt te zijn: welke bloem is het symbool van de staat Queensland? Op een gedeelde eerste plaats staan momenteel de slogans “Rest or R.I.P.” en “It’s still a long way to go, kids!” (gevolgd door de borden “Are we there yet, mum?” en “Are we there yet, dad?”).
In Queensland wordt veel suikerriet verbouwd. Om dit na het oogsten te vervoeren zijn treinsporen aangelegd die je met de auto regelmatig kruist. Altijd als we zo’n treintje zien, kunnen we het niet laten om het heerlijk bekkende “sugar cane train!” te roepen.
image

Het zijn vaak lange en eentonige stukken. Maar met aan de ene kant de bergen van de Great Dividing Range en aan de andere kant het azuurblauwe water van de Stille Oceaan (altijd wel één van beiden in zicht) is hier zelf rijden in je eigen busje niets minder dan een droom die uitkomt!
image

Een paar hoogtepunten van de afgelopen zes weken:

Eungella Park
Ter hoogte van Mackay ligt landinwaarts een stuk subtropisch regenwoud. Op 21 september gingen wij daarheen met één voornaam doel: vogelbekdieren zien! Dit buitenbeentje in onze evolutie (eieren leggend zoogdier) komt slechts op een aantal plekken langs de oostkust en Tasmanië voor en dit Nationale Park zou de ideale plek zijn om ze te zien.
Platypus (Engels voor vogelbekdier) Bush Camp klonk als de ideale camping voor ons doel. Het lag prachtig afgelegen aan een riviertje waar we op een bepaalde plek konden zwemmen en een stukje verderop zich de holen van vogelbekdieren bevonden. Dat beloofde wat! Vogelbekdieren zijn actief tegen zonsondergang en net na zonsopkomst. Samen met een paar anderen zaten we vanaf ruim een uur voor zonsondergang in alle stilte klaar op een daarvoor gemarkeerd uitkijkpunt. Onze fles wijn maakte het wachten draaglijker en daardoor hielden we het misschien iets langer uit dan de rest, maar na anderhalf uur gaven ook wij de moed op. De grote aal in het water en de vleerhonden (fruitbats / flying foxes – zien we vaak, maar blijven indrukwekkend) die vlakbij ons in het water doken om te drinken, waren een schrale troost. Dan dus maar vroeg op! De volgende ochtend waren we keurig met zonsopgang bij datzelfde punt van de rivier, maar weer lieten de vogelbekdieren zich niet zien. Ons geduld werd echter wel beloond met een ijsvogel (“Azur King Fisher”), eentje die ook hoog op ons verlanglijstje stond; prachtig!
image

We besloten ons geluk te beproeven bij een andere camping een stukje verderop, die volgens onze ‘camping-app’ een grotere kans gaf op het spotten van vogelbekdieren. Maar eerst nog een tussenstop voor een mooie wandeling in een mooi bos met daarin een aaneenschakeling van watervallen. We zagen mooie voorbeelden van een fenomeen waar Lisa mij eerder over had verteld: parasietbomen die langzaam om een andere boom heen groeien en deze daardoor langzaam verstikken. En we zagen een vrij grote slang… maar het hoogtepunt hadden we al gehad op de parkeerplaats. Lisa zag iemand een foto maken, dus ging kijken en herkende meteen een foto van haar verlanglijstje: de frogmouth! Zelfs toen ze het mij aanwees duurde het even voordat ik door had waar het om ging, wat tekenend is voor hun bizarre camouflage act (zie foto). Ze lijken nauwelijks op vogels!
image
image

Toen we op de nieuwe camping aankwamen was het al later in de middag en dat betekende: vogelbekdier-tijd! Toen we naar de eerste lookout liepen dacht ik al iets in het water te zien, maar dat bleken luchtbelletjes te zijn. Pas even later zouden we leren dat dergelijke luchtbellen dé aanwijzing zijn dat er een vogelbekdier onder water zit!
image

Toen we eindelijk ons eerste vogelbekdier zagen viel één ding ons meteen op: wat zijn ze klein! Wij hadden eigenlijk een veel groter dier verwacht. Het kostte nog wat geduld en tijd (ze duiken steeds onder water en vluchten bij het minste of geringste geluid hun hol in) om echt een goed beeld van ze te krijgen, maar uiteindelijk gingen we slapen met het idee dat we iets bijzonders gezien hadden!
image

Zeilrace in Bowen
Niet lang na Eungella Park waren we in Airlie Beach, dé uitvalsbasis voor een trip naar de Whitsundays eilanden. Wij wilden graag zo’n trip doen, maar het bleek schoolvakantie te zijn waardoor alles nog minstens een week volgeboekt was. Na even twijfelen besloten we eerst een stukje door te rijden om later terug te komen in Airlie Beach. Een beetje zonde van de benzine, maar ach, relatief valt dat ook wel weer mee.
Zo kwamen we dus op zaterdag 26 september aan in Bowen.
image

Daar kregen we bij de “Big Mango” tourist information een bijzondere tip: elke zaterdagmiddag heeft de plaatselijke Yaught Club een onderlinge competitie zeilen, waarbij ze gratis toeristen op hun boten meenemen. We kwamen op een zeilboot van twee redelijk jonge mannen en één van hun partners (een Duitse van onze leeftijd die hier op dezelfde manier had gereisd als wij en vervolgens bij hem was blijven plakken). De sfeer was gezellig en de wedstrijd werd niet heel serieus genomen. Ze dronken er ook gewoon een biertje bij. Een beetje zoals ik de onderlinge competitie van Damclub Lent beleef dus. Het was leuk om wat over de technieken en tactieken van zeilen te leren en soms moesten we actief meedoen door snel (onder de zwiepende mast door) naar de andere zijkant van de boot te duiken. We werden zeiknat, maar dat maakte het alleen maar gaver. We werden helaas derde van de drie teams (weinig deelnemers door de vakantie). Omdat wij de snelste boot hadden kregen wij een handicap in de vorm van een latere starttijd. De verwachting was dat we deze achterstand zouden goedmaken, maar dat lukte net niet. Waarschijnlijk waren we te zwaar door de vele gasten aan boord. Niemand maakte zich hier echter druk om. Na afloop hebben we aan de bar nog gezellig nagepraat met onze gastheren/-vrouw en ze uitvoerig bedankt voor deze unieke ervaring!
image

Snorkelen in Bowen
Bowen had nog meer te bieden. Het is één van de weinige plaatsen op het vaste land van Australië waar je direct vanaf het strand kunt snorkelen en koraal kunt zien. Op maandag 28 september gingen we naar één van Bowens stranden. We hadden allebei niet veel ervaring met snorkelen en wisten niet zo goed wat we moesten verwachten. Toen we de huurprijs voor een snorkelset te horen kregen, schrokken we een beetje (20 aud voor een dag en geen optie om het voor één of twee uur te huren, waar we eigenlijk vanuit waren gegaan) en begonnen we te twijfelen of dit het wel waard zou zijn. We kwamen er niet goed achter of we veel boeiends zouden kunnen zien, aangezien dat ook afhankelijk is van het weer en de getijden, en van boven het water leek het niet veel bijzonders. Uiteindelijk besloten we het een kans te geven, één set te huren en dan maar om de beurt te snorkelen. Ik vond het best een beetje eng om te doen; bang voor claustrofobische ervaringen, om water in mijn masker te krijgen, etc. Lisa ging daarom eerst en zij kwam terug met goed nieuws: er was veel te zien! Toen was het mijn beurt en… wow! Wat een kleuren waren er ineens onder water! Tropische vissen in een soort van regenboog kleuren, hard koraal in allerlei kleuren. Heel bijzonder om dat in het echt te zien! Uiteindelijk hebben we (met tussenpozen) uren lang in het water gelegen om deze totaal nieuwe wereld te aanschouwen. En hoe later het werd, hoe meer het water zich terug trok en hoe meer koraal er zichtbaar werd. Het snorkelen zelf is al een bijzondere ervaring door de manier waarop je in het water ligt. Door de flippers kun je heel makkelijk drijven en zweef je min of meer net onder het wateroppervlak. Ook ben je door die flippers ineens een ontzettend snelle zwemmer. Lisa voelde zich hierdoor als een vis in het water. Bij mij ging het vaak een tijdje goed en dan kreeg ik toch wat last van water in mijn neus en raakte ik soms toch een beetje in paniek, maar door de flippers was ik dan binnen no time terug in ondiep water. Deze ongemakken had ik graag over voor het zwemmen tussen échte vissen!
Tussen de middag wachtte ons nog een leuke verrassing. Een groep Engelse vakantiegangers uit het aangelegen bungalowpark had ons noodles zien koken op ons gasstel achter in de bus en zag in ons het ideale stel om twee dozen vol met overgebleven boodschappen aan te schenken. Zij vlogen later die dag naar huis en konden niks meenemen. Allerlei half gebruikte zakjes en doosjes. Ze goten zelfs één van onze pannen vol met zelfgemaakte groentesoep. En in de dozen zaten toastjes, veel toastjes. Toastjes in alle soorten en maten. We hebben dagenlang toastjes gegeten.
Bowen was ons goed gezind. Het beviel ons daar wel!

Outback
Na Bowen reden we door naar Townsville, de grootste stad van North-Queensland. Vanuit daar was het ongeveer drie en half uur terug naar Airlie Beach. Bij Townsville start ook de snelweg door de “outback” naar Darwin / Alice Springs. Op zo’n twee uur rijden landinwaarts ligt de oude goudzoekersstad Charters Towers. Vanuit daar was er een binnendoorweg terug naar de kust. We hadden nog een paar dagen over dus namen we dit nog even mee op onze weg terug naar Airlie Beach. Op onze kampeerplek merkten we meteen de drukkende warmte en droogte van de outback. Het zand was er roder en de omgeving kaler en eentoniger. En toch heeft het iets aanlokkelijks… Charters Towers had de sfeer van een western-stadje en je waande je minstens een halve eeuw terug in de tijd (de grote gele M niet meegerekend). Er was dan ook niks te doen. Maar de sfeer opsnuiven was genoeg. Op de weg terug reden we door Ravenswood, het toonbeeld van vergane glorie. Ooit een levendig goudmijnwerkersstadje, nu een dorp met nog een paar inwoners die het moeten hebben van de paar verdwaalde toeristen die hier elke dag langs komen. Met zijn tentoonstelling van oude (verroeste) werktuigen, een mijnwerkershuisje en stationnetje is het een soort ‘open lucht museum’. Een bijzondere sfeer!
image

We proberen er altijd goed op te letten dat we ongeasfalteerde wegen vermijden om de bus niet te veel uit te dagen. Af en toe ontkom je er niet aan en zo is onze linker buitenspiegel er al een keer afgetrild (een beetje roest is Brenda niet vreemd, dus alles kan elk moment los komen). We schrokken dan ook toen we na Ravenswood ineens een bord zagen: “45 km unsealed road”. Dat hadden we niet aan zien komen. Het alternatief om helemaal terug te rijden zagen we ook niet echt zitten. Na lang wikken en wegen besloten we het er toch maar op te wagen en de zandweg te trotseren. Het bleek gelukkig redelijk te doen en was een mooiere route dan de heenweg. Tijdens het rijden zagen we de enorme stofwolken die wij achter ons lieten. Aangezien de bus geen airco heeft, rijden we altijd met het raam open. Toen we op onze kampeerplek aankwamen en de bus open deden, bleek dat we niet alleen stof achter ons hadden gelaten… Bizar hoe dat zand echt in alle hoeken en gaten komt!
De bus had deze barre tocht goed doorstaan; alles zat er nog aan! We konden dus met een gerust hart onze terugreis naar Airlie Beach ondernemen…

Whitsundays
Woensdag 7 oktober hadden we dan eindelijk onze zeiltocht naar de Whitsundays. We hadden een middelgrote boot (24 personen) en een gelijk gestemd gezelschap (geen “party-boot”). De boot had een driekoppige crew: de kapitein, een kok en een activiteitenbegeleider. Zij zorgden voor een goede sfeer en heel goed eten. Het was een gezellige groep met allerlei verschillende nationaliteiten, waaronder één andere Nederlandse, Anke, waar het goed mee klikte. We komen niet veel Nederlanders tegen en dat is prima, maar soms is het toch ook juist wel extra leuk.
Het was een paar uur zeilen tot de eerste snorkellocatie. Met heerlijk weer en prachtig uitzicht was dat geen straf, maar het snorkelen was toch wel het hoogtepunt. We werden met een rubberboot bij het ondiepere stuk gedropt en bevonden ons meteen middenin een school grote vissen. Ze waren totaal niet bang, alsof we erbij hoorden. Het koraal was zo kleurrijk en divers en zoveel vissen, groot, klein en in allerlei kleuren; wow! Alsof je over een bos zweeft, met vissen als vogels. Zoveel diverser en indrukwekkender nog dan in Bowen!
image

image

image

image

Later voeren we nog naar een andere snorkellocatie. Hier was het ook mooi, maar de eerste had toch de meeste indruk achter gelaten. Terug op de boot riep iemand ineens “shark”! Iedereen kwam kijken en het bleek niet om een haai te gaan maar om twee reuze manta roggen, die hun zijkanten soms zo opkrullen dat het net vinnen lijken. Blijkbaar was het heel bijzonder om daar een glimp van op te vangen, want het verleidde onze ervaren kapitein om snel een snorkeloutfit aan te trekken en met een go-pro in zijn hand het water in te springen om ernaar toe te zwemmen. Helaas kwam hij er niet bij in de buurt en zwommen ze weg. We sloten de dag af op één van de vele verlaten, geïsoleerde strandjes waar we gezamenlijk onze indrukken verwerkten en de zon in de zee zagen zakken. Later die avond lagen we ergens voor anker en vielen we wiegend (raar gevoel) in slaap.
image

De volgende dag na het ontbijt moesten we twee uur over grote golven varen en iedereen had daar wat moeite mee. Ikzelf word helemaal niet snel misselijk, maar ook ik was blij toen we weer vaste grond onder onze voeten hadden. Een colaatje doet in dat soort situaties altijd weer wonderen! De rest van de ochtend brachten we door op Whitehaven Beach. Echt een prachtige plek. Het uitzicht was bijzonder mooi en het zand was zo wit en fijn; alsof je over bloem loopt! We hadden het geluk om daar twee pijlstaartroggen van dichtbij in het water te zien. En aan Lisa was de eer om een kokosnoot open te maken die van binnen totaal verrot was. Ze heeft daarna een modderbad genomen om de bijbehorende geur van zich af te scrubben!
image

Met veel wind in de zeilen en een zeer voldaan gevoel voeren we die middag terug naar Airlie Beach. Dit was het wachten de afgelopen weken en het terugrijden absoluut waard geweest! Maar het gaf ook een goed gevoel dat we nu onze tocht naar Cairns weer konden doorzetten!
image

Cairns + Daintree Forest
We zijn in Cairns! Dinsdag 13 oktober passeerden we het “welkom in Cairns” bordje. Het eerste hoofddoel van deze tocht bereikt! Cairns is een toeristische stad waar veel vakantiegangers hun camperreis starten of eindigen. Als je niet beter wist zou je denken dat het een Duitse enclave in Australië is. We horen meer Duits om ons heen dan Engels. Cairns is ook een uitvalsbasis voor de naar het schijnt nog betere plekken van het Great Barrier Reef, maar wij hebben besloten dat we het laten bij wat we al hebben gezien. Cairns heeft een soort van strand met een lange promenade erlangs (ideaal om hard te lopen). Het strand is echter niet geschikt om te liggen en te zwemmen. Ter compensatie heeft de gemeente een groot buitenbad (the lagoon) aangelegd met zand en gras eromheen. Het is gratis, heel toegankelijk en eigenlijk zwemt het veel lekkerder dan in zee. Ideaal dus!
Behalve het rif aan de zee kant, heeft Cairns ook op het land een prachtige omgeving met aan alle kanten regenwoud. Ten noorden van Cairns ligt het oudste tropisch regenwoud ter wereld: Daintree Forest. Hier zijn wij afgelopen weekend naartoe gegaan om met name één mooie wandeling te doen: de beklimming van Mount Sorrow. Deze berg begint nog geen honderd meter van het strand en heeft een respectabele hoogte van 650 meter. – Ter vergelijking: het hoogste punt van de Ardennen ligt op 695 meter. – De wandeling naar de top was slechts 3,5 km lang, maar dus zodanig omhoog dat je daar bijna twee en half uur over deed! Het is regenwoud, dus vrij benauwd, maar we hadden geluk met het weer. Het was behoorlijk bewolkt, dus geen brandende zon, maar ook nog net geen regen (terwijl het hier momenteel, aan de vooravond van het regenseizoen, regelmatig regent). Ideaal wandelweer dus! Het was een mooie wandeling door een prachtig groen woud met bomen in alle soorten en maten. De boomdichtheid en de manier waarop alles met elkaar verbonden was (bijvoorbeeld door lianen) gaf echt die regenwoud sfeer.
image

We waren echter wel een beetje teleurgesteld in het aantal bloemen en dieren dat we zagen of hoorden. We waren uit Zuid Amerika dat enorme kleurrijke (bloemen, vogels, vlinders) gewend en hadden dat hier ook wat meer verwacht en gehoopt te zien. Maar behalve veel mieren in verschillende soorten en maten, een enorme spin (“huntsman”, relatief ongevaarlijk volgens de bioloog in ons midden: Lisa) en een verdwaalde Brush Turkey (maar die zitten hier overal), was er wat dat betreft weinig bijzonders te bekennen. Het uitzicht op de top maakte alles goed. Heel bijzonder om zo op de zee uit te kijken, te meer omdat je de stukken koraal gewoon kunt zien liggen! Het water is hier ook zo helder en prachtig blauw…
image

Over het gemis van dieren gesproken, insecten waren er genoeg! Eentje is er zelfs in geslaagd mij door mijn broek heen te steken en zonder dat ik het voelde een heel bloedbad achter te laten. Lisa schrok wel even toen ze het gevolg zag, maar het bleek om slechts een klein gaatje te gaan. Sowieso is het uitkijken waar je loopt in Australië in het algemeen, maar in zo’n woud in het bijzonder. De meest onschuldig ogende dingen kunnen ontzettend gemeen zijn! Zo werd Lisa op de terugweg even gegrepen door een liaan die uit de boom kwam vallen. De opluchting dat het geen slang was, werd al snel weer overschaduwd door een brandend gevoel op de plek in haar nek waar deze wat plakkerig aanvoelende plant haar geraakt had. Er vormde zich snel een goede rode plek met een zwelling in het midden. Geen fijn idee dat je niet weet hoe schadelijk zoiets is, maar ze voelde zich verder goed en al snel werd duidelijk dat het niet meer groter werd. Het heeft zich uiteindelijk ontwikkeld als een soort brandwond en is inmiddels gelukkig alweer bijna over. Maar het doet je wel beseffen dat het geen alledaagse boswandeling is geweest!
image

image

Zo’n zes uur nadat we vertrokken waren, waren we weer beneden en konden we onze vermoeide voeten lekker laten afkoelen in zee!

De afgelopen twee dagen hebben we nog weer in Cairns doorgebracht omdat de bus naar de garage moest. Al vanaf het moment dat Lisa de bus kocht, doet het raam aan de bestuurderskant het niet. Deze kon niet naar beneden. Opzich hadden we daar niet zo’n last van, totdat we een keer op de snelweg door een politiecontrole heen moesten en ik mijn deur moest open maken om met de agent te kunnen communiceren. Toen moest ik wel even uitleggen waarom ik niet gewoon mijn raam open maakte en kregen we een waarschuwing met het dringende verzoek dit wel te laten repareren. Dit dwong ons om een extra dag aan de lagoon door te brengen. Vooruit dan maar..!

Morgen keren we de oostkust onze rug toe en beginnen we aan onze tocht naar Alice Springs. De outback in! Spannend, maar ook iets waar we allebei al heel lang van dromen.
Daarover dus de volgende keer meer…

Veel liefs!
image

Advertisements

Sydney part II and beyond

Standard

Hello everyone!

Here’s a mighty big update about 5 months of life in Australia! 5 months!!!
I’ll try and keep it shortish. 🙂 So much happened. I’m not sure where to start.

image

Sorry for the long wait, here's a cute curled up koala 🙂

So where did I stop last time? Oh yes, Sander leaving for the Netherlands and me staying behind in Sydney. Well, a lot of things happened… Can’t live in a hostel in Sydney and not have anything happen…
After Sander left I ofcourse felt a bit lonely, but also excited. There’s a certain charm to being and travelling on your own. You can truly choose to do whatever you want.
As I mentioned last time, the hostel I lived in is called Tokyo Village. In the past lots of Japanese bikers toured through Australia, hence the name. The owner of the hostel (Charlie) had been kind enough to show us around the Blue Mountains, as mentioned in my last post. Tokyo Village is a working hostel, which means that it’s
got a lot of long term people staying who work in and around Sydney. So not a party hostel. Charlie puts in a lot of effort finding work for people. Which could be anything, but men mainly work in labour. I’d made a bet with Sander that I’d find a job before he started work at his old job again. I won 🙂 with some help from Charlie though. My first job was only for a day, helping out in a shop selling antiques and rarities from other countries. It was only for an hour or 2 but hey, it’s a job! Charlie soon asked me if I was interested in working in the Hostel. I’d already spotted a few things that I thought could do with a change. And I do like to think about and organise events, so I quickly agreed.
image

Another plus about working in a hostel is that you can stay for free. My first shift in the hostel was 4-6 pm Monday to Friday. During one of these shifts Charlie called me and asked if I could assemble 8 people for a job tomorrow, one that’s also suitable for girls. Seeing as I could also go, he gave me the address and the starting time (7am) and made me teamleader, responsible for getting everyone up and going and making sure we all brought our passports and TFN (tax file number, a requirement to work in Autralia). The next morning we set off nice and early at 6, we caught the bus (everyone got their Opal card (think OV chip kaart or Oyster card) or sufficient funds for the bus? everyone got their lunch?) to Printco. When 4 or 5 nationalities are thrown together, not all with a great command of the English language, you tend to double check. Anyhoo, Printco, or Presfast is a printing company that prints and assembles lots of commercial stuff. Promotional cardboard holders for energy drinks for instance. I must admit, it could be mind killing work. You’d have to stand and fold a piece of cardboard for 3 hours for example. Or work with the glue gun.  At the end of the day you can compare your cuts and burns with others. Thankfully there was a radio, singing along sort of helps make the time go by. (Hearing that “When I see you again” song 5 times a day doesn’t.). The people were nice however. I also tried to challenge myself to work as fast as I could. At the end of the day you’re glad to get back home. A big advantage to starting early is finishing early. We would finish work at 3, ride the bus home and I was on time to start my shift in the Hostel from 4-6. 🙂 Days could be long.

image

Vivid festival in Sydney

With all that work, Easter came and so did my first two events, a curry night and an Easter Egg hunt.

image

Slovakian food night 🙂

image

Food nights are always fun in the hostel (also a tinge bit stressful if you’re organising or cooking). You cook for an average of 20 to 30 people, generally with a meat option and a vegetarian option 🙂
Lisas recipe for organising a good food night:
– Make a list on which people can sign their names down. (meat or vego)
– Ask people if they want to sign up.
– Keep badgering and cornering people asking them to sign up.
– On the day, pop over to Coles or Woolworths (supermarkets) or an Aldi if you’ve got wheels and buy whatever you need.
– Always buy extra for those last minute sign up people.
– Spend at least 3 hours preparing a massive amount of food.
– Talk and enjoy the cooking with your Japanese friends who will always be kind and help you.
– Make sure everyone has paid the 3 or 4 dollars they owe.

And that’s it, food makes people happy 🙂 cheap good food makes people happier!

image

Sushi night!!!

On chili night, I spent half a day rolling out atta, making 40 flour tortillas. It was a cool challenge.

With all that work you sometimes need to wind down a bit and visit the local pub for a brew and quiz night. Happy if we won the encouragement award. After a few months more and more Japanese people came to the hostel and I started organising karaoke nights!

image

sing your heart out!

By now I’d also started work at Patchetts Pies. A pie bakery with adjoining café. I mainly sold coffees and pies, but also helped out in the bakery when they could use a hand. I liked the work, and the people and the chefs fresh salads 🙂 I also discovered one of lifes joys: coffee. Them baristas (read Daniel) soon also got me addicted to coffee, caramel cappuccinos in particular. What used to be a dark murky bitter drink, is now a frothy, creamy delicacy best enjoyed in mornings and occasionally during a mid afternoon sit down with a piece of fruit cake. I am very thankful to everyone at Patchetts for having the patience to work with me and taking great care of me 🙂

image

Awesome people!


image

Birthday coffee!!

And just so you know, thanks to everyone at Tokyo Village and Patchetts Pies I did not have a lonely birthday. I even enjoyed 3 cakes! 3!! Of which one was hostel home made and one was a tiramisu dog. I also enjoyed a Teppanyaki meal with the awesome pie collegues! Never seen so much food fly!

image

Tano and my birthday celebration!


image

Hell yeah tiramisu dog cake!

By now I was stretching myself a bit with my working hours, often working more than 55 a week (job and hostel). I got a bit addicted to work, and the money I saved. Thank god there was good friends and karaoke. When I say karaoke, they do it the Asian way here.  You go to a karaoke place with a group of people and rent a karaoke room, which is for your group alone. It can be as high end or budget as you like. I think it’s a fantastic concept! At home you sing along to YouTube,  which isn’t quite the same.
image

Staying in a hostel for such a long time and working, you meet many great people. There are quite a few challenges too though, especially if you’re staff. Let’s not go into the guy who drunkenly projectile puked over 4 beds at 1 in the morning. Nor those 5 days that there was no hot water in the hostel (seeing as it was winter, not good). Or the obnoxious fellow who did a runner.

A lot of the work is communicating with people. As an international youth hostel you meet many different kinds, for instance:
– The ultimate budget traveller: generally young, would do or sell anything for money and then spend most of it on booze.
– The in for a good time traveller: mature, works, has a beer and occasionally does something cool. Has a long term plan.
– The Germans: everywhere, Germans..
– The never going home traveller: “How do I get my second visa? please!!” a.k.a. the farmworkers.
(please don’t take offence :p)

image

Sandya gave us henna tattoos!

When you work lots, and keep yourself
busy, time does sort of fly! Even though I was having a great time in Sydney, making new friends and finding out what multicultural diverse Sydney was all about, I was starting to feel a bit dissatisfied. The moving on itch was starting to bug me. Had I truly done all I wanted to do in my time alone? I was starting to miss the hikes me and Sander did, being surrounded by nature; trying new things every day. I’d gotten into a daily grind, even if it was quite a nice daily grind, I needed a new challenge.

It was time to move on. I’d been able to save about 5000 dollars and decided that I wanted to buy a van or car and set off into Australia and see what else it had on offer. I hadn’t even seen a “roo” yet! I told everyone in the hostel that I was planning on leaving, as soon as I’d been able to buy a van. How and where do you start when you want to buy a van? Gumtree, the online website that sells and offers anything in Australia. How much do I know about cars? Not a lot… It generally came down to doing your homework, talking to loads of people, accepting their help and replying to loads of car ads on Gumtree. And a whole load of luck. Backpackers in Australia are known to be assholes when it comes down to money and selling cars. Paying too much for a crappy car and breaking down a week later is unfortunatly quite common. And quite a common trait among the younger backpackers. Whilst I’m writing this a guy next to me is talking to his friends and gloating about selling his crappy damaged car for 1500 dollars. It’s quite a minefield. In the end I got lucky and managed to find a reasonably decent van for a reasonable price. I befriended the owners and even got a surf lesson thrown into the deal.

image

Riding the waves in Bondi!

I’m now a white van woman! So a big welcome to my new family member: ‘Brenda the van’. A friend and me built a bed in the back. As soon as I got her back from my friend the mechanic (just making sure she really is
safe) I set off on my grand adventure! into the wild! Well… not so wild. I’m heading to Cairns I told everyone.

image

Brenda looking all sexy and functional

It was quite an emotional goodbye at Tokyo Village! Unlike friends at home, people you meet on the road are always temporary friends, who you’ll probably not meet again. So saying goodbye was difficult. I still miss them 🙂
image

Too much really happened on the road. I saw so much and did so much. I can’t really start to describe it all. I’m quite a slow traveller. Limiting myself to about 180km per day.
image

What I can really say about Australians that I met whilst travelling is that they are truly very kind. Grey nomads will invite you to share a drink, a meal and stories, and once I was even invited to come an stay at ta couples home (thank you Paul and Helen). They seem to give so freely. And as road veterans, they are full of advice on where to see this animal or do that.

Being alone has also been challenging. Going through the whole process would not have been possible without an iron will determination. One of the worst days was the day that I found out my Grandfather had passed away. He’d actually passed away the day before, but mum wasn’t able to reach me. I was in a national park and had just gotten up to climb mount warning when the ‘Lisa call me, I need to speak to you’ text came through. It took about half an hour before I was able to reach them. It got worse. I couldn’t get the van to start. (10 o’clock is the check out time at campings, I wanted to drive to somewhere with reception). I was at a total loss of what to do and was not only cut off from family and friends by distance, but for one of the first times, also by technologies limitations. I remember loads of tears and friendly Australians asking if I was alright. I didn’t climb the mountain. (one day I hope I will though).

The car started towards noon. A mechanic later asked me if I knew what a choke was. Never heard of the thing. A kickstart for the car. Oops… At least that bit is sort of funny now.

I also spent three weeks working on an alpaca and goat farm. Looking for a bit more stability. The owners also ran a wholesale chocolates business. So at least I had emotional support on grandpas funeral day in the shape of chocolates and goats.

image

beehee

Sanders arrival date in Brisbane was now fast approaching. I couldn’t wait. I spent the last week enjoying Brisbanes environs and reading books.

Sander has just about finished his blog update about the past month. As soon as he gets it uploaded we’re up to date again 🙂

Thank you everyone. A mere post can’t do you justice 🙂

lots of kisses
Lisa

image