Monthly Archives: June 2015

Afscheid van Zuid-Amerika

Standard

Nadat we op dinsdag 3 maart Steven hadden uitgezwaaid, begonnen we aan onze laatste week in Zuid-Amerika. We bleven nog twee nachten in Mendoza zelf. Daar ontdekte Lisa de “Govindas”. Een vegetarisch restaurant met een mooi concept: een lopend buffet waarvan je alles mag opscheppen wat je wilt en je betaalt voor het gewicht, ongeacht wat je hebt gepakt. Ze hadden veel verschillende keuze en goede kwaliteit, voor ons meteen een reden om daar in de rest van de week drie keer eten te halen!
Van donderdag tot zaterdag verbleven we op een camping een eindje buiten de stad. Heerlijk rustig, groen, een zwembad en zicht op de Andes in de verte. Ik had één van onze hangmatten tussen de bomen gespannen en zoals gebruikelijk in Argentinië hadden we onze eigen picknicktafel en stenen barbecue. En wat was het heerlijk om na drie weken hostels weer even in ons tentje te wonen! De barbecue hebben we overigens slechts gebruikt voor één ding: het verbranden van een boek. Aangezien we allebei zijn opgevoed met een groot respect voor boeken, is enige toelichting nodig. Door de boekenruil methode die wij hanteerden, waren er niet altijd aansprekende boeken voor handen en waren we soms gedwongen ons tot boeken te wenden die we anders nooit waren gaan lezen. Dat is deels de charme ervan, maar soms ook erg frustrerend. De grootste deceptie was het boek From the Corner of his Eye van Dean “Downie” Koontz. Onze editie begon met 5 bladzijdes vol referenties waarin Koontz’ talent alom geprezen werd. Wat een bull-shit. Het idee van het verhaal was best boeiend en het ontwikkelt zich in het begin best interessant, waardoor je geboeid raakt en verder wil lezen. Maar het was zo ontzettend slecht geschreven dat we ons vanaf de eerste tot en met de laatste letter eraan hebben geërgerd. Zijn zwaar overtrokken quasi poëtische stijl – op een gegeven moment sloegen we standaard de eerste inleidende “setting the scene” zin van elk hoofdstuk over – en uiteindelijk de enorme anti-climax met een “heppie de peppie, iedereen houdt van elkaar” einde, maakte ons misselijk van boosheid en boos van misselijkheid. Toen we het eindelijk uit hadden, hadden we slechts één wens: het zien branden!
20150305_184344 20150307_104955
De zoete helderblauwe lucht, die als een verstikkende deken over ons heen hing, vermengde zich met een opstijgende en langzaam donkerder wordende grijstint, die vervolgens als een zijden laken van opluchting op ons neerdaalde.
(Voor wie dit een mooie zin vindt, heb ik nog een goede leestip: “From the Corner of his Eye” van Dean Koontz!)

Op zaterdag 7 maart vertrokken we naar Santiago in Chili. De busreis ging dwars door de “Cordillera” (zo noemen ze de Andes in Chili en Argentinië) en dit was toch wel weer heel erg mooi. We genoten er echt van dit landschap weer even te kunnen zien. Blijkbaar raak je daar toch niet zomaar op uitgekeken en vergeet je soms wat je mist als je weer een tijd in vlakker gebied hebt doorgebracht. Dat laatste is waarschijnlijk de reden dat mensen het überhaupt in Nederland kunnen uithouden. We reden en passant nog over één van de highlights van onze reisgids. Letterlijk! Deel van deze route is een stuk weg met een aaneenschakeling van 28 haarspeldbochten! Een heel apart gezicht om kilometers weg in elkaar geduwd voor je te zien liggen. Aan de grens gedroeg de bussteward zich als een soort drilsergeant en moesten we exact in de rij gaan staan zoals hij het wilde. Alle ontspannen reizigers zaten elkaar een beetje schouderophalend aan te kijken (“waar heeft die kerel last van?”), erg vermakelijk. We kwamen overigens wederom met al onze etenswaren over de grens!
20150307_182730

In Santiago zaten we in misschien wel het beste hostel tot nu toe. Erg schoon en ruim, heel prettig! Net als Buenos Aires heeft Santiago een goed metrostelsel. Zo ideaal! Ook was er weer een uitgebreid aanbod aan “free walking tours”, wat ons voor twee dagen een hoofdactiviteit opleverde. De eerste werd een aparte ervaring doordat wij de enige twee deelnemers waren. De studente die de tour gaf trok zich er weinig van aan en gaf ons gewoon een privétour. Ze zorgde met haar enthousiaste verhalen ervoor dat het geen moment ongemakkelijk werd. Santiago is topografisch en geografisch verdeeld door een rivier. Toen de Spanjaarden Chili veroverden stuitten ze bijna overal op (al dan niet terecht) agressieve indianen. Zo niet rondom Santiago. Daar zat een indianenvolk dat veel kalmer was en bereid de Spanjaarden met rust te laten als zij ook met rust werden gelaten. Ze kwamen als snel tot de overeenstemming dat het stuk land boven de rivier voor de indianen was en dat de Spanjaarden onder de rivier hun eigen gang konden gaan. Dit heeft er voor gezorgd dat het (economisch) hart van de stad zich onder de rivier bevindt. Boven de rivier is altijd meer landbouw geweest en nu de stad zich ook die kant op heeft uitgebreid, vind je daar meer de volkswijken. Niet voor niks bevindt de grote traditionele markt zich ook boven de rivier. Onze gids leidde ons over de markt en liet ons ‘pauzeren’ bij een kraampje van een oude man die al meer dan 60(!) jaar op die markt stond. Daar proefden we “mote con huesillo”, een traditioneel Chileens toetje bestaande uit gekookte, gedroogde perzik met een soort graan in perziksap, best lekker! 20150309_121147 Tijdens die pauze hebben we een hele tijd met onze gids zitten kletsen over de maatschappelijke verschillen tussen Chili en Nederland. Het viel ons op dat we qua beleving van de tijdsgeest zoveel meer op één lijn zaten dan we van tevoren hadden gedacht. Op bepaalde vlakken lopen ze in Chili echt wel achter op ons, maar voor een groot deel loopt de Chileense jongere / student tegen dezelfde dingen aan als wij hier. Erg leuk om zo met iemand in gesprek te raken! Na afloop hebben we zelfstandig nog een paar (letterlijke) hoogtepunten van de stad bekeken.
De tour op dinsdag was aardig, maar behalve sommige street-art niet zo bijzonder.
20150309_152056 20150309_152208 20150310_122819

Dinsdagavond was onze allerlaatste avond in Zuid-Amerika, dus we wilden nog wel iets speciaals doen. De gids van maandag en de gids van dinsdag waren heel verschillend, maar ze hadden één ding gemeen: ze drukten ons op het hart dat we een terremoto moesten gaan drinken in La Piojera. La Piojera is een echt volkscafé dat ooit een chiquere naam droeg. Echter, toen een voormalig president een keer dorst had en aan een staflid vroeg wat zijn favoriete kroeg was, bracht hij op diens aanraden een bezoek aan dit café. De president, die zich normaal in andere kringen begaf, was zo geschokt door het volkse karakter van de kroeg, dat hij de naam liet omdopen tot “La Piojera” (“de hoofdluis”). Een “terramoto” (“aardbeving” – die kennen ze wel in Chili) is een traditionele cocktail met zoete witte wijn, een likeur en citroenijs. De consensus was duidelijk dat La Piojera de beste terremotos maakt. Het café bleek echt te zijn zoals ze het hadden beschreven: allerlei volk door elkaar; van studenten tot de lokale stamgast tot stelletjes. In het begin voelde het even ongemakkelijk omdat je het gevoel had dat je er niet thuis hoorde, maar deze plek is écht open voor iedereen en niemand kijkt ergens van op. En iédéréén daar drinkt terremotos! En ja, ze deden hun naam eer aan. Zeker Lisa voelde de grond af en toe wel een beetje schudden toen we naar huis liepen… Het was een heerlijke avond om ons Zuid-Amerika avontuur mee af te sluiten!
20150310_214122 20150310_222257

De volgende dag (woensdag 11 maart) konden we rustig onze spullen inpakken en vertrekken naar het vliegveld. Ik was nog even eigenwijs bij het wisselkantoor en weigerde ons Boliviaans geld eerst in Chileens geld om te wisselen om het vervolgens weer naar Australische dollars te wisselen en daarbij twee keer de commissie van het wisselkantoor te moeten betalen. Met als gevolg dat ik nu nog steeds met meer dan 60 euro aan Boliviaans geld zit. Soms kun je toch beter de morele verliezer zijn en de praktische winnaar. Onze laatste Zuid-Amerikaanse les zullen we maar zeggen!

Sur America, usted fue muy bonita, linda y hermosa. Nos vemos! Gracias! Ciao!
Nu zal Lisa weer het stokje overnemen en jullie vertellen hoe het haar in Australië vergaat!
20150312_034521

Advertisements

Buenos Aires, Iguazu en Mendoza (door Steven)

Standard

Van 12 februari tot 5 maart reisde Steven (en de eerste twee weken ook Frederique) met ons mee. Het werden drie enorm bewogen wegen. Al was het maar doordat in deze periode de beslissing viel dat ik tijdelijk naar huis zou gaan, maar ook door het intensieve (nog ietsje meer dan we al gewend waren) programma, tegengestelde belangen en interesses, heel veel gave, mooie en leuke dingen, veel humor en gezelligheid. Voor mij was het heel bijzonder dat één van mijn beste vrienden de moeite nam om mij op te komen zoeken en ik heb erg genoten van ‘onze’ humor en de onmiddellijke vertrouwdheid. Iets waar ik, ook zeker op dat moment in de reis, behoefte aan had.

We hebben Steven uitgenodigd om als gastauteur op te treden en zijn verslag van deze drie weken hier op te tekenen. Hij heeft zich braaf aan ons tempo gehouden en het daarom keurig getimed nu pas aangeleverd.

Steven, namens Lisa en mij bedankt voor je fijne gezelschap en je leuke verslag! Het helpt ons er met nog meer plezier op terug te kijken!

 

Buenos Aires, Iguazu en Mendoza

Toen Sander en Lisa in september aan hun wereldreis begonnen leek het me een mooi idee om ze een keer op te zoeken en een tijdje mee te reizen. Op dat moment was dit niet meer dan een verre droom. Er waren vele redenen waarom ik dacht dat het niet zou lukken. Verre reis, duur, andere prioriteiten… Naarmate de tijd vorderde, de positieve berichten over Zuid-Amerika toenamen en het weer in Nederland slechter werd, nam het verlangen om een verre reis te maken echter steeds meer toe. Uiteindelijk besloot ik eind oktober om het gewoon te doen, en kocht ik een ticket naar Buenos Aires.

Argentinië is een groot land, en er valt veel te zien. Waar wil je dan heen? Dat was nog best een dilemma. Na enig twijfelen lag mijn voorkeur bij het noorden. Niet omdat het zuiden (Patagonie) me niet bijzonder leek, maar vooral omdat het in het noorden volle bak zomer was, en ik dacht dat ik als erkend eigenaar van een winterdip best wel een beetje warmte kon gebruiken. Uiteindelijk spraken we af het rondje Buenos Aires – Iguazu – Buenos Aires te reizen. Met hier en daar wat tussenstops zouden we daar ongeveer twee weken over doen. Over de laatste week hadden we nog geen concreet idee. Een Uruguayaans strand leek ons wel wat, maar andere opties waren ook mogelijk.

En zo landde ik op donderdag 12 februari na een lange maar goede vlucht (en korte overstap in Madrid) in Argentinië. Overigens hoefde ik die vlucht niet alleen te maken. Een vriendin van mij (Frederique) had in de zomer enkele Argentijnen ontmoet en vond dat (samen met de schoonheid van het land) een goede reden om twee weken mee te gaan. Ook had ik gezelschap van zo’n 7 kilo pepernoten. De weken daarvoor werd me geregeld per WhatsApp door Lisa gemeld dat er nare dingen zouden gebeuren als die zouden worden ‘vergeten’. Nu had ik die berichten kunnen negeren, maar toen ik me herinnerde wat er de laatste keer gebeurde toen Engelsen niet hun zin kregen in Argentinië besloot ik dat toch maar niet te doen. Voor degenen die niet weten waar ik het over heb, lees het stukje over de Malvinas maar.

Buenos Aires (deel 1)

Vorig jaar kwam ik voor het eerst in mijn leven buiten Europa. Bij aankomst in China (Shanghai) waande ik me in een totaal andere wereld.  Dat gevoel had ik bij aankomst in Buenos Aires niet. De stad oogt vrij Europees, en wie met een blinddoek in het vliegtuig is gegooid (en ja, ik realiseer me dat deze uitdrukking in het geval van Argentinië misschien niet heel gelukkig is gekozen…) zou misschien gokken in Madrid of Barcelona te zijn gearriveerd. Verder kun je in het centrum vrij veilig over straat en is het verkeer er vrij rustig. In ieder geval in vergelijking met China, waar veel chauffeurs rijden alsof ze met een blinddoek achter het stuur zijn gezet. Ook is Buenos Aires een mooie stad. Volgens Sander de mooiste die hij in Zuid-Amerika heeft gezien. Ik geloof hem.

Het centrum van Buenos Aires bestaat uit meerdere wijken, met ieder een eigen sfeertje. Ons eerste hostel stond in San Telmo. Een volgens de lonely planet (‘ze leunlie’) sfeervolle wijk vol koloniale gebouwen en kasseipaadjes. Nu schijnt de lonely planet nogal te kicken op koloniale gebouwen en kasseipaadjes. Wij vonden San Telmo niet de meest bijzondere wijk van Buenos Aires, hoewel er verder ook weinig mis mee was.

Het Plaza De Mayo is het meest bekende plein van Argentinië. Dit plein is vooral beroemd om de demonstraties van de Dwaze Moeders. Deze waren er nu niet. Wel veel ‘Heroes de Malvinas’. Falklandveteranen. In iedere plaats waar wij waren zagen we trouwens wel gedenktekens of waren voetbalstadions naar de Malvinas vernoemd. Volgens de lonely planet begon de toenmalige Argentijnse president de Falklandoorlog ooit om het nationalisme wat aan te wakkeren. In dat doel is hij (getuige alle gedenktekens) glansrijk geslaagd. Van definitieve bezetting van de Malvinas kwam het nooit. Toen de Engelsen zich even boos maakten waren de Argentijnen in no time een paar (net veroverde) eilanden armer.100_0676

Vlakbij het Plaza de Mayo ligt Calle Florida. De Kalverstraat van Buenos Aires. Op de Calle Florida hoor je als westerling continu het lieflijke geluid van… Ja van wat eigenlijk? ‘Cambio cambio cambio cambio. Change? Cambio cambio cambio cambio’. Of zoiets. Dat kwam goed uit, want wij wilden inderdaad geld wisselen. Ik had immers (mede in opdracht van Sander en Lisa) met gevaar voor eigen leven de niet geringe som van 2300 euro cash meegenomen uit Nederland. Voor het waarom van deze actie verwijs ik naar een eerder verhaal op deze blog (“Lake District en verder naar het zuiden: Patagonië“). Wel had dat geld wisselen de nodige voeten in aarde omdat het ‘illegale’ wisselkantoor waarmee we een deal hadden gesloten (14,12 peso voor 1 euro) opeens de deal was ‘vergeten’ en ons 14,00 gaf. Nadat met name Sander een hoop stennis maakte kregen we onze Euro’s terug en werd de deal afgeblazen. Uiteindelijk wisselden we ons geld bij een ander kantoor ook voor 14 euro. De gedachte geen zaken te hebben gedaan met de oplichters uit het eerste kantoor vergoedde echter veel van de extra moeite die het kostte om een nieuwe deal te sluiten.
pesos tellen

Onderhandelen over geld is niet leuk, en daarom was het na ons cambio-avontuur tijd voor ontspanning. Die vonden we in Puerto Madero. De haven van Buenos Aires. Daar kun je lekker flaneren over de boulevard. En voor wie even genoeg heeft van dat flaneren is vlakbij een heel aardig natuurreservaat (Parque Ecologica Costanera del Sur). Over dat reservaat ging het verhaal rond dat de Argentijnen ooit getracht hebben een ‘Hollandse’ polder bij Buenos Aires aan te leggen. Deze ‘polder’ werd met de gebruikelijke Zuid-Amerikaanse ‘nauwkeurigheid’ behandeld, met als gevolg dat deze volkomen werd overwoekerd door de natuur. Nu ligt er aan de rand van Buenos Aires dus een groot natuurpark waar je kunt wandelen, hardlopen en vogels kunt spotten. Wij gingen in dit park op zoek naar Flamingo’s en Kolibrie’s, maar kwamen helaas terug met een score van nul uit twee. Niettemin hadden we een leuke wandeling gehad.
100_0663
Onze derde dag bracht ons in La Boca. Oorspronkelijk een arbeiderswijk vol Italiaanse en Spaanse migranten. La Boca is bepaald niet de beste wijk van Buenos Aires, maar een klein deel hiervan (Caminito) is bijzonder toeristisch. Caminito staat vol met leuke kleurige huisjes, en is inderdaad best een bezoekje waard. Het meest bijzondere aan La Boca vond ik echter de voetbalclub. La Boca is de wijk van Boca Juniors. Een van de grootste clubs van Zuid-Amerika, en de club waar ooit Diego Maradona aan zijn carrière begon. Toevallig bezochten wij de wijk op een wedstrijddag. Het was bijzonder om te zien hoe de hele wijk rond ons tijdstip van bezoek (rond 13 uur) zich klaar aan het maken was voor de wedstrijd (die rond 20.30 zou beginnen), waarbij met name de lokale barbecues overuren draaiden. Hoewel bezoek aan een wedstrijd met name voor Sander onbetaalbaar was, was ik na ons bezoek aan deze wijk stiekem toch een beetje fan geworden van Boca, en dus kocht ik een shirt in de blauw-gele clubkleuren. Vamos Boca!
100_0709

Iguazu

Een nachtelijke busrit van 18 uur bracht ons van Buenos Aires naar Puerto Iguazu. De bussen in Argentinië zijn vrij ruim en luxe (en ook prijzig, ruim 1000 pesos voor een enkeltje). Hoewel sommige mensen prima kunnen slapen in bussen behoor ik niet tot die gelukkige groep. Gelukkig had ons hostel in Puerto Iguazu volgens de advertenties het grootste zwembad in het dorp, en het vooruitzicht daar de rest van de dag te kunnen hangen was niet heel vervelend. Bij aankomst bleek met het zwembad inderdaad weinig mis te zijn. Daar konden we ons wel een paar daagjes vermaken.

Ons hoofddoel in Iguazu waren de gelijknamige watervallen. Deze liggen op de grens van Brazilië en Argentinië. Vooraf werd ons aangeraden om twee dagen aan deze watervallen te besteden. Aan de Braziliaanse kant heb je het mooiste overzicht, maar de watervallen liggen zelf vooral aan de Argentijnse kant. Voor Sander en Lisa was deze dubbele trip te duur. Zij gingen niet mee naar de Braziliaanse kant van de watervallen. Frederique en ikzelf deden dit wel. Hoewel ik de keuze van Sander en Lisa goed kon begrijpen was de Braziliaanse kant absoluut de moeite waard.

De watervallen van Iguazu vormen een groot complex van honderden grote en kleinere watervallen. Het meest indrukwekkend is de Gargante Del Diablo (The devil’s throat), waar enkele enorme watervallen samen naar beneden storten. Aan zowel Braziliaanse als Argentijnse kant was een loopbrug gemaakt waarmee deze Gargante kon worden benaderd. In Argentinië stond je bovenop de Gargante, terwijl je in Brazilië beneden stond. Leuk is verder dat je in de Jungle bent. Iguazu is behalve een complex van watervallen namelijk ook een nationaal park. Hier en daar viel er ook wat wildlife te spotten, zoals coati’s, kapucijneraapjes en hier en daar een toekan, kolibrie of slang. Wij lieten in Iguazu onze innerlijke foto-Japanner aardig los. Wat resultaten vind je hieronder:
100_0752 100_0762 100_0818 100_0835 100_0855 iguazu overzicht

San Ignacio

San Ignacio was een perfecte tussenstop op de route tussen Iguazu en ons  volgende grote doel (het carnaval van Gualeguaychu). We verbleven hier een dag, maar hadden hier eigenlijk best een dag aan vast willen plakken. Ons hostel was perfect. Met een ruime tuin, prima zwembad en relaxte baliemedewerker die alles wel prima vond. Ook ontdekten we een restaurant waar de Quilmes (het plaatselijke bier) goed betaalbaar was. Iets wat met name Sander bijzonder goed beviel.

De belangrijkste toeristische attractie in San Ignacio is het restant van wat ooit een jezuïetenkamp was. Hier trachtten de Jezuïeten de locale Indianen (Guarani) tot hun geloof te bekeren. Iets wat vrij goed gelukt schijnt te zijn. Tot het moment waarop de Spanjaarden de Jezuïeten aan het einde van de 18e eeuw hebben verdreven althans. De Jezuïeten stichtten meerdere kampen in een groot deel van deze regio (deze Argentijnse provincie heette dan ook niet voor niets Misiones), en opereerden ook in het nabijgelegen Brazilië en Paraguay. Het kamp in San Ignacio scheen echter het best bewaard te zijn gebleven. Helaas misten we de spectaculaire lichtshow, maar ook overdag was dit, mede dankzij het bijbehorende museum en de praatpalen met naast Engelse uitleg ook Nazi-Duits geschreeuw, een leuke en leerzame tijdsbesteding. Tijd voor een foto dus:
100_0883

Gualeguaychu

Bij toeval bleken Frederique en ik Argentinië te bezoeken tijdens carnavalstijd. Toen we dit ontdekten vonden we dat we daar natuurlijk wel iets van mee moesten pakken. Al snel bleek Gualeguaychu in Argentinië ‘the place to be’ tijdens carnaval. Toen ik Sander voorstelde naar Gualeguaychu te gaan reageerde hij met ‘prima, als jij de buschauffeur uitlegt waar we heen moeten’. Dat deed ik dus. En hoewel ik hier en daar een paar klemtonen verkeerd legde arriveerden we na wederom een nachtelijke busrit van een uur of 10 in Gualeguaychu.

Het carnaval in Gualeguaychu is wel een beetje vergelijkbaar met de zomerfeesten in Nijmegen. De bezoekersaantallen en prijzen exploderen tijdens deze periode in een verder vrij rustig stadje. En hoewel Gualeguaychu verder qua schoonheid nog niet de veters mag strikken van ‘mijn’ Nijmegen ligt het wel aan een mooi riviertje. De gelijknamige Rio Gualeguaychu. Hier brakten we voor het carnaval uit van de nachtelijke busrit, en brakten we na het carnaval uit van het feest.

Het carnaval zelf werd gehouden in de plaatselijke Hippodrome. We konden kiezen uit staanplaatsen achter de hekken of een upgrade. Wij kozen voor een lichte upgrade, en hadden stoeltjes vlakbij de baan. Daar gingen we vervolgens op staan. Het carnaval was een geweldige belevenis. We keken onze ogen uit naar alle mooie praalwagens en de nog mooiere danseressen, hadden na afloop allemaal het irritante deuntje van carnavalsvereniging ‘Mari Mari’ in ons hoofd (In Youtube zoeken op ‘Mari Mari’ kan vergelijkbare ervaringen opleveren), en waanden ons even in het grote Rio.
100_0905 100_0926 100_0959 carnavalsdame

Na de optocht barstte op de renbaan een massaal straatfeest los, waar wij ons in mengden. Behalve feesten scheen het na het carnaval ook traditie te zijn om bussen schuim te kopen en elkaar daarmee onder te spuiten. Lisa en ik besloten ons in deze spuitbusoorlog te mengen, en kochten ieder een eigen bus. Met name Lisa ging vervolgens tekeer als een Brit op een niet nader te noemen voor de kust van Argentinië gelegen eiland, en spoot haar spuitbus als een wilde leeg. Dat ging zo ver dat Sylvester Stallone waarschijnlijk naar zijn hoofdrol had kunnen fluiten als er nu zou worden gecast voor de film Rambo. Helaas vergat Lisa een belangrijke oorlogsregel. Als je als eenzame Brit tegenover twintigduizend opgefokte Argentijnen staat moet je bondgenoten maken, en niet je Hollandse buurman tarten door hem ook met schuim te bestoken. Toen Lisa’s spuitbus leeg was (en dat gebeurde vrij snel) kreeg ze door haar aangerichte schade dus dubbel en dwars terugbetaald…
Lisa onder het schuim

Terug naar Buenos Aires

Na wederom een nachtelijke busrit arriveerden we tegen 3 uur ’s nachts bij ons hostel in Buenos Aires. Omdat we al een deel van deze stad hadden gezien kozen we een hostel dat in een voor ons ‘nieuwe wijk’ lag. Die wijk werd Recoleta, en ons hostel werd het gelijknamige ‘Hostel Recoleta’. Toen ik de volgende ochtend nog wat slaperig op weg was van mijn kamer naar het ontbijt maakte de baliemedewerker me op luide toon duidelijk dat dit niet de bedoeling was, en ik onmiddellijk terug moest naar mijn kamer. Ik reageerde enigszins verrast, tot duidelijk werd dat hij doelde op mijn shirt. Ik had mijn net verworven shirt van Boca Juniors aan gedaan, terwijl ik hier te maken had met een fan van aartsrivaal River Plate. Gelukkig bleek al snel dat deze jongen een grapje maakte, en ik het prima met hem kon vinden. Het shirt dat ik de volgende ochtend aantrok (met daarop de beeltenis van de Colombiaanse oud-voetballer Carlos Valderrama) beviel hem een stuk beter, hoewel het natuurlijk nog steeds jammer was dat ik geen shirt van een door hem geliefde Argentijn had..

Recoleta is een vrij groene en welvarende wijk, met de gelijknamige begraafplaats (Cemetario de Recoleta) als belangrijkste trekpleister. Zelf bezocht ik deze begraafplaats tweemaal. Begraafplaats is trouwens een wat oneerbiedige omschrijving. Recoleta is meer een soort tempelcomplex, waar je rustig een hele dag kunt dwalen tussen de mausolea van bekende en minder bekende (maar wel heel rijke) Argentijnen. Recoleta’s meest bekende graf is dat van Evita Peron. Tijdens mijn eerste bezoek (toen alleen met Frederique) kwam ik er achter dat er op donderdagochtend een free guided tour was (met Engelstalige gids). Deze was zeker de moeite waard. Zo leerden we dat Evita lag omgeven door politieke rivalen, en dat haar lichaam zelfs enkele jaren ontvreemd is geweest door aanhangers van een rivaliserende politieke stroming. Het stelen van lichamen was kennelijk big business in Argentinië. Uiteindelijk is het lichaam van Evita geruild tegen dat van een voorname politieke tegenstander (Aranburu), en nu liggen beide lichamen weer vredig vlakbij elkaar op Recoleta. Nog steeds goed bewaakt trouwens. Voor ons nuchtere Hollanders is dat moeilijk te begrijpen. Alsof het lichaam van Pim Fortuin is gejat door de PVDA en uiteindelijk wordt geruild tegen dat van Joop den Uyl. Bizar…
100_1019

Voor de geïnteresseerden: een begraafplaats op Recoleta is helaas lastig te verkrijgen. Het kost wat geld. Bovendien moet een familie die momenteel een graf bezit worden uitgekocht. Recoleta zit namelijk vol. Daarom als troost nog maar wat foto’s:
100_1030 100_1048

Colonia:

Na twee weken te hebben meegereisd zat de trip van Frederique er zo goed als op. Aan het einde van de tweede week had ze nog een laatste ding op haar wensenlijstje staan: een dagtripje naar Uruguay. Door een snelle bootverbinding tussen Buenos Aires en het aan de andere kant van de Rio del Plata (een soort inham die de naam rivier niet echt waard is, het is meer een zee) gelegen Colonia del Sacramento was dit goed te doen. Sander en Lisa bleven helaas in Argentinië. De overtocht per boot was te prijzig.

We verheugden ons op een lekker rustig boottochtje, maar dat viel vies tegen. De boot was klein, snel en vooral schommelig. Omdat het weer ook niet helemaal meeviel was met name de heenreis een beleving. Gelukkig zijn wij afstammelingen van Piet Hein, en dus gemaakt voor boten. Enkele Argentijnen (afstammelingen van de opvarenden van de zilvervloot?) hadden duidelijk meer moeite, en niet iedereen haalde de overkant met zijn of haar aanvankelijke maaginhoud.

Colonia is zoals de naam doet vermoeden een oud koloniaal stadje. Gebouwd op een soort schiereiland, en van oorsprong een soort Portugese uitvalsbasis naar Buenos Aires. Met grappige straatjes, kleurige huisjes, leuke terrasjes en aan alle kanten water. Mede doordat Frederique’s energielevel na nachtelijke activiteiten met Argentijnen niet helemaal 100 procent was maakten we er een relaxed dagje van. We slenterden wat rond het water, aten pompoenpudding en maakten nog wat laatste foto’s. Het was deze dag eens niet zonnig en dertig graden, en stiekem beviel dat ook wel een keer.
100_1059 100_1065

Tigre

Grappig feitje: ik heb in mijn leven een behoorlijk aantal ‘Venetië’s van’  bezocht zonder ooit in het echte Venetië te zijn geweest. Zo  ben ik al in een drietal Venetië’s van China geweest. Tigre werd her en der omschreven als ‘het Venetië van Zuid-Amerika’. Dat buitenkansje mocht natuurlijk niet gemist worden. En dus gingen Sander, Lisa en ikzelf (Frederique was inmiddels naar huis) vanuit Buenos Aires op dagtrip naar Tigre. Met de trein dit keer. Ik had immers al per vliegtuig, bus, boot en taxi gereisd. De trein was het enige vervoersmiddel dat nog ontbrak.

Argentinië schijnt ooit een goed en omvangrijk treinnetwerk te hebben gehad. Helaas is dat netwerk onderhouden met Zuid-Amerikaanse precisie. Dat wil zeggen: het is inmiddels vergaan. Toch jammer. Een aantal lange busritten die ik tijdens mijn tijd in Argentinië maakte had ik graag vervangen door een comfortabele trein. Bij voorkeur eentje waarin ik wel zou kunnen slapen.

De trein naar Tigre was er een uit de categorie Veolia-trein. Een stoptrein dus. Verder wel goed onderhouden (of beter gezegd: nieuw aangeschaft. Het proces van verwaarlozing moest nog beginnen). De treinrit was een belevenis op zich. Er stapten regelmatig muzikanten in, die met hun (niet eens heel slecht klinkende) muziek probeerden een extra centje te verdienen. Ook maakten verkopers van de meest onnodige meuk die je kunt verzinnen de trein tot een soort rijdende Action. Als Argentijn hoef je in ieder geval niet te wanhopen als je er onderweg  van Belgrano naar Retiro achter komt dat je de papieren doekjes bent vergeten. Die kun je gewoon in de trein kopen.

Na ons een uur te hebben vermaakt met muzikanten en verkopers waren we op onze bestemming: Tigre. Hier geen gondeliers, maar wel veel water. Wat dat betreft houdt de vergelijking met Venetië dus stand. Tigre is een soort rivierdelta, met een grote hoeveelheid kleine eilandjes. Op die eilandjes staan dan weer huizen, die veelal worden gebruikt als buitenhuis door de (rijkere) inwoners van Buenos Aires. Deze huizen waren alleen per boot bereikbaar. Ieder huis had dus een aanlegkade. Bij gebrek aan gondeliers probeerden we een kano te huren. Helaas lukte dit niet. Daarom kozen we voor de meer toeristische optie. Een rondvaart door de Tigre-delta per boot. Dat was erg aangenaam, en leverde leuke plaatjes op. We waren graag een dagje extra in Tigre gebleven. Zeker ook omdat de rivierdelta veel omvangrijker was dan de boot ons liet zien. Maar helaas. Er moesten keuzes gemaakt worden, en wij moesten nog per Action-trein terug naar Buenos Aires. Van waaruit we nog die avond de bus naar Mendoza zouden pakken. Sander en Lisa voegden Tigre toe aan hun (inmiddels al aardig omvangrijke) lijstje van plaatsen waar ze ooit terug zouden willen komen. Dat leek me terecht.
100_1103 100_1110 100_1120

Mendoza

Zoals eerder gezegd: alleen voor de eerste twee van mijn drie weken verblijf in Argentinië hadden we een ‘vast’ programma. Voor de derde week hadden we alles open gelaten. Omdat ik me wat schuldig voelde over het op kosten jagen van Sander en Lisa, en zij de eerste twee weken grotendeels mee waren gegaan in ‘mijn’ programma besloot ik hen de bestemming voor de laatste week te laten bepalen. Dat had ik misschien beter niet kunnen doen. Lisa, die twee weken al mijn opmerkingen over Engelsen moest verduren, zal ongetwijfeld hebben zitten broeden op een voor mij zo ongemakkelijk mogelijke bestemming. Dat werd dus Mendoza. 15 uur met de bus vanaf Buenos Aires (en voor mij dus ook weer 15 uur terug, mijn terugvlucht ging immers vanaf Buenos Aires) zouden mij als hopeloos bussenslaper mijn lesje wel leren.

Maar nu serieus: ik moest wel even slikken toen Sander en Lisa Mendoza voorstelden, maar ging na een kleine denkpauze akkoord. Mendoza stond immers aangeschreven als een bijzondere stad, gelegen aan de voet van de Andes. En als je er dan toch bent… Waarom dan niet een stukje Andes meepakken?
Steven en Andes

Aangekomen in Mendoza hadden we alledrie behoefte aan een rustdag. We banjerden wat door de stad, en we vermaakten ons met een stream van PSV-Ajax (uitslag 1-3, ik vermaakte me dus iets meer dan Sander) en Netflix. Echt dingen om te doen als je in het buitenland bent. In het hostel hadden we een Waalse kamergenote (Anne-Lore, een naam waar iemand best een leuk gedicht over zou kunnen schrijven…) met wie we op enigszins Babylonische wijze best leuk konden praten. Dat ging ongeveer zo: Sander en Lisa communiceerden met haar in het Spaans, en daarvan pikte ik een paar woordjes op (Of zoals Brad Pitt in de Basterds zou zeggen: ‘I speak fourth best Spanish’…). Als ik dan op de conversatie wilde aanhaken kon dat in het Frans met Anne-Lore (Sander en Lisa pikten dan een paar woordjes op) of in het Nederlands met Sander en Lisa (Onze Waalse verstond daar dan weer een paar woordjes van).

Die avond had ik in de tuin van ons hostel weer aanspraak om mijn Boca-shirt. Twee bbq’ende Argentijnen waren ook voor Boca, en dus waren wij hun vrienden. Dat kwam dus neer op verplicht mee (lappen vlees) eten en drinken. Mijn naam werd al snel verbasterd naar Esteban, en er werden luidkeels Boca-liedjes gezongen. Verder verstond ik weinig van wat mijn nieuwe Argentijnse vrienden probeerden te vertellen, al kreeg ik wel mee wat hun mening was over Boca’s concurrent River (PUTAS!!). Onze nieuwe vrienden hadden sowieso een fascinatie voor scheldwoorden, en vroegen ons hoe wij elkaar in Nederland uitscholden. Ons ‘verrekte mongol’ werd niet helemaal goed opgepikt, maar de Argentijnse verbastering ‘Frenkie Mongol’ werd tot onze hilariteit tijdens het restant van de avond veelvuldig door de tuin geschreeuwd.
100_1136

De volgende ochtend pakten we de bus naar Maipu. Een vlakbij Mendoza gelegen dorp dat vooral bekend staat om haar wijnvelden. Bij aankomst werden we meteen door twee jongens op een fiets(je) aangesproken. Of we soms fietsen wilden huren. Dat kwam goed uit, want wij waren inderdaad van plan een wijntour per fiets te doen.

Uiteindelijk kozen we voor de Orange Bikes. De eigenaar van deze fietsverhuur had een ding gemeen met mij. We pasten allebei eigenlijk niet op zijn fietsen. Zijn reden (breedte) was wel een andere dan die van mij (lengte). De eigenaar was voor River, en dus ontstond de volgende grappige conversatie: (hij) ‘Boca? No! Wrong club. What Dutch club do you like?’ (ik) ‘Ajax’ (hij) ‘so, now I like Feyenoord’. Verder was de man heel aardig. Hij gaf ons een soort van plattegrond mee, en wees routes aan die we zouden kunnen fietsen. Ook raadde hij ons aan om niet van de gebaande paden te wijken. Daar zou het gevaarlijk zijn.

Het idee van een lekker rustig fietstochtje door de wijnvelden viel wat tegen. Het grootste deel van de tocht deden we op wat in Nederland een provinciale weg zou zijn. Toch hadden we een erg leuke dag, waarin we het nodige over het proces van wijn maken leerden (bij de eerste wijnproeverij), en later weer vergaten (na de tweede wijnproeverij, proeven en daarna weer uitspugen is voor mietjes..), lekkere wijn proefden, en konden genieten van het mooie weer en dito landschap (met een vleugje Andes op de achtergrond). Uiteindelijk bezochten we drie bodega’s, waarvan alleen de naam van de tweede (Trapiche) me bij is gebleven, en verdwaalden we ondanks een niet heel accurate kaart maar een keer  (waarna de lokale politie zo vriendelijk was ons met zwaailichten aan weer terug te escorteren naar de juiste route).
100_1122 wijn proeven

De wijntour was mijn laatste echt ‘grote’ activiteit in Argentinië. Na nog een laatste rustig dagje Mendoza (de stad zelf is overigens niet heel bijzonder, het gaat meer om de omgeving) was het voor mij tijd om de lange reis terug naar huis aan te vangen. Dinsdagavond vertrok mijn (nachtbus) naar Buenos Aires, en dus nam ik op het busstation van Mendoza afscheid van Sander en Lisa, die nog een paar dagen extra in Mendoza bleven, en daarna doorreisden naar Santiago (Chili). Dat afscheid nemen was een raar idee. Ik was inmiddels wel gehecht geraakt aan mijn gezelschap, en was graag nog even doorgegaan naar Santiago en Australië. Maar helaas. Er wachtten andere verplichtingen. Na een laatste dag Buenos Aires (en een heerlijk hotel, daar was ik wel even aan toe na drie weken hostels…) vloog ik daarom via Madrid terug naar Amsterdam.

Ten slotte: Lisa en Sander, ik wil jullie bedanken voor de geweldige ervaring die ik met en dankzij jullie in Argentinië heb gehad. Ik vond het een eer om een stukje met jullie mee te mogen reizen, en heb deze blog met veel plezier geschreven. Ook heb ik dankzij jullie mijn traditionele winterdip met drie weken kunnen inkorten. Hopelijk heb ik niet te veel Engelsen beledigd. Ik wens jullie ook na de pauze (‘vakantie’) van ‘Frenkie Mongol’ Sander veel plezier en succes op het restant van jullie wereldreis. Het ga jullie goed. Arrivederci!
100_1142

Steven Wijker
steven uitzwaaien

Tot het zuidelijkste puntje en weer terug omhoog!

Standard

Vanuit Puerto Natales gingen we op maandag 2 februari met de bus naar Punta Arenas, de meest zuidelijke stad van Chili (als je het dorpje Puerto Williams op een zuidelijker eiland niet meetelt). Ergens in die weken ervoor had ik opgevangen dat je vanuit daar pinguïns moest kunnen zien en vanaf dat moment wilde ik niks anders meer. Er waren inderdaad genoeg mogelijkheden, alleen moesten we alleen nog wel even besluiten wat we precies wilden en hoeveel we daarvoor wilden uitgeven. Ik had eigenlijk mijn zinnen gezet op de koningspinguïn, maar dit bleek toch een erg duur grapje te worden en we lazen weinig positieve verhalen over de tour die we dan moesten boeken. Een goedkoper alternatief was het bezoeken van een kolonie Magelhaenpinguïns waar we alleen maar positieve reacties op zagen. Deze pinguïnsoort is wat kleiner en heeft iets minder die kenmerkende zwart-witte vacht, maar zoals zo vaak moesten we ons erin berusten dat we genoegen moesten nemen met ietsje minder. En tenslotte zijn pinguïns gewoon pinguïns!
De betreffende pinguïnkolonie bevindt zich op een klein eilandje tussen Punta Arenas en Vuureiland. De boottocht duurde bijna twee uur en we hadden weer eens vernomen dat er een goede kans was dat we dolfijnen zouden kunnen zien. In het begin had ik nog hoop, maar die vervloog snel. Ik legde me er maar bij neer dat het er voor ons niet in zit…

20150203_162653 20150203_181336
Isla Magdalena is een klein eilandje dat je met een beetje goede wil in een half uur rond zou kunnen lopen. Het is de broedplaats van een enorme pinguïnkolonie die over het hele eiland hun nesten (holen) hebben gegraven in de grond. Toen de boot in de buurt van het eiland kwam zagen we al groepjes pinguïns zwemmen op de voor hen zo karakteristieke manier (met af en toe zo’n duikje tussendoor), zo snel! Eenmaal bij het eiland waren ze overal en zag je ze af en aan lopen naar het water. Nadat ze met indrukwekkende snelheid het land bereikt hadden, moesten ze eerst een strook keien over klauteren; een prachtig gezicht!
20150203_165544 20150203_180053   Vervolgens was het eiland beter begaanbaar en konden ze hun bekende pinguïnwaggel inzetten. Toen wij het eiland op liepen zagen we overal kuikens staan te wachten op hun ouders. De kuikens waren al (bijna) net zo groot als de volwassenen en leken soms zelfs groter door de dikke donsveer laag die ze nog om hadden. Ze hoeven dus niet veel meer te groeien, maar ze moesten zich duidelijk nog verder ontwikkelen. Verder lagen er pinguïns, alleen of als gezinnetje, te chillen in de zon.
20150203_172255 20150203_170822 20150203_165620 20150203_173006  Er was een wandelpad waar we op moesten blijven (samen met een hele horde toeristen –  er komt twee keer per dag zo’n boot naar het eiland). Maar de pinguïns waren heel dichtbij en sommigen hadden zelfs hun nest vlak naast het pad gebouwd. Sommigen liepen dicht langs het pad mee op zoek naar een plek en een veilig moment om over te steken tussen al die mensen door. Er waren ook stukken waar een grote zeemeeuwenkolonie haar nesten had gebouwd en het was ook leuk om jonge zeemeeuwen te zien. 20150203_172602 20150203_172608
We konden lopen tot aan een vuurtoren (een paar honderd meter in totaal) en toen we daar waren, begonnen twee ‘bewakers’ mensen alweer terug te bewegen in de richting van de boot zodat iedereen binnen iets meer dan een uur weer terug op de boot zat. Aan de ene kant zorgde dit voor een vervelend opgejaagd gevoel, aan de andere kant is het natuurlijk heel goed dat ze de rust van de pinguïns op die manier bewaken. En er was tijd genoeg om alles te kunnen zien. Terug bij de boot hebben we nog een tijdje staan kijken naar groepjes pinguïns die terug kwamen van de jacht. Het water was er ontzettend helder waardoor je prachtig kon zien hoe ze zich door het water bewegen; enorm indrukwekkend!
Het was echt een fantastische ervaring om zoveel pinguïns van zo dichtbij te zien. Weer zo’n droom die uitkomt!

20150203_173639 20150203_174025 20150203_174210 20150203_174647 20150203_165940 20150203_165036 20150203_165329
Op de terugweg spraken Lisa en ik voor het eerst over mijn gedachte om misschien tijdelijk alleen terug naar Nederland te gaan en me later weer bij haar aan te sluiten. Het was een fijn gesprek dat ineens onderbroken werd doordat de kapitein iets door zijn luidspreker riep. We begrepen niet wat hij zei, maar we kregen op een gegeven moment door dat we over boord moesten kijken. En ja hoor: dolfijnen! Ze zwommen vlakbij ons en we konden ze even goed zien. Helaas gingen ze wel al heel snel daarna onder de boot door naar achteren aan de andere kant, waar ze minder goed te zien waren. Vrij snel daarna waren ze ook weer helemaal verdwenen. Het ging zo snel dat ik er eigenlijk niet goed een beeld van heb kunnen opslaan. Wel herinner ik me dat er één zo’n typische dolfijnensprong maakte. Een kort, maar toch heel bijzonder moment!

Een andere kleine droom was het om Vuureiland en het daarop gelegen Ushuaia “El fin del mundo” (“het einde van de wereld”) te bezoeken. Na lang wikken en wegen besloten we weer het financieel verstandige te doen en dit toch over te slaan. Dat deed even pijn, maar uiteindelijk troosten we ons met de gedachte dat het daarheen gaan vooral gaat om het idee van waar je bent, dan om wat er daadwerkelijk te zien is.

In Punta Arenas sliepen we in een relatief goedkoop hostel met weer zo’n typische mix van goede voorzieningen en vervallenheid. Er was een goede, schone keuken en veel gemeenschappelijke ruimte. De eigenaar was een vriendelijke, behulpzame, maar ook een beetje verlegen man. Iemand waar je meteen medelijden mee hebt zonder dat je eigenlijk weet waarom. De dorms echter waren klein en je zat er op elkaar gepakt. De deur was een soort plactic schuifwandje die geen geluid of licht vanuit de gang tegen hield en er waren genoeg luide gasten. Op zich ging het allemaal wel, maar tijdens de derde en laatste nacht gebeurde er iets heel aparts. Er lagen een paar dronken Amerikanen bij ons op de kamer en ik werd ineens midden in de nacht wakker gemaakt door Lisa, die in het bed onder mij lag, vlak naast de deur. Eén van die jongens was uit bed gesprongen/gevallen, kreeg daarna de deur niet open en had toen maar tegen de deur aan staan pissen! Vervolgens zag hij een ander bed aan voor het zijne en was in het bovenste bed gekropen waar al een (wat oudere) man in lag. Die heeft nogal moeite moeten doen om de Amerikaan weer uit zijn bed te krijgen, die volgens Lisa alleen maar op de man had gereageerd met: “habla inglés?” (“spreekt u Engels?”). Uiteindelijk is de Amerikaan in het vrije bed daaronder gecrasht. ‘s Ochtends hoorde ik ‘m nog een keer zeggen: “How did I end up here?”
Natuurlijk een hilarisch verhaal, maar op dat moment konden we er nog helemaal niet om lachen. Lisa had namelijk nog net onze spullen kunnen redden van de verse plas urine. Gelukkig had Lisa de eigenaar snel gevonden, die de boel snel opruimde. Hij leek zich te berusten in de conclusie: “Americans…”.
Toen Lisa de Amerikaan de volgende ochtend vertelde wat er was gebeurd, reageerde hij enigszins verbaasd en bood gelukkig wel z’n excuses aan. Achteraf was het toch vooral een grappig verhaal waar we nog verschillende keren door in de lach zijn geschoten!

Op donderdag 5 februari vertrokken we naar Rio Gallegos, een grote stad aan de kust in het zuid-westen van Argentinië. We gingen dus voor de derde keer Argentinië binnen. Bij de grensovergang moesten we ineens (nieuw voor ons bij het binnengaan van Argentinië) een formulier invullen waarop werd gevraagd naar allerlei spullen die we bij ons droegen. Welk soort telefoon we hadden, welke spullen we in het buitenland hadden gekocht, etc. We snapten niet goed waar het hen nu om ging en hoe we het moesten invullen. Toen we met die houding bij de laatste balie kwamen, zei de bus-steward (die eerst nog tegen ons had gezegd dat we dat formulier moesten invullen) onder toeziend oog van een douanier, dat we gewoon een handtekening moesten zetten. Toen ik mijn handtekening op het nauwelijks ingevulde formulier had gezegd, legde hij het op een stapeltje en zei “Listo!” (“klaar”) met een glimlach waaruit duidelijk sprak dat het allemaal niets uitmaakte zolang er maar een handtekening onder stond. Weer een mooi staaltje bureaucratie dat door niemand serieus wordt genomen!
Rio Gallegos was verder niet zo interessant en we stonden op een camping vlakbij het busstation tussen de bedrijventerreinen, dus de volgende dag gingen we weer verder. Onze reisgids gaf geen informatie over het gedeelte van de westkust tussen Rio Gallegos en Threlew, dat een 18-urige busrit verder naar het noorden ligt. Om die reis toch iets comfortabeler en boeiender te maken, hadden we Steven gevraagd of er in zijn Lonely Planet van Argentinië nog een interessante tussenstop werd beschreven. Hij stuurde ons een fragment uit de Lonely Planet over San Julian, wat best aardig klonk. Er was een camping aan zee. Een mooie locatie, maar toen we daar aankwamen vertelde de eigenaresse dat het water in het toiletgebouw het niet deed en dat ze niet zeker wist wanneer het gemaakt zou zijn. De vrouw was erg vriendelijk en als we toch graag hier onze tent op wilden zetten, hoefden we niet te betalen zolang het water niet werkte. Dat aanbod namen we maar al te graag aan. We hadden wel voor hetere vuren gestaan! De Lonely Planet noemde een aantal hoogtepunten in San Julian: op de eerste plaats een museum en verder nog een “cascadita” (“watervalletje”), dat klonk wel leuk! Het museum was gericht op de aankomst van ontdekkingsreiziger Magelhaen die daar voor het eerst de kust van Zuid-Amerika bereikte. Museum bleek een erg groot woord. Voor iets meer dan een euro entree p.p. mochten we op een replica schip (van de buitenkant een fraai gezicht), waarop men pretendeerde een scène uit die tijd te hebben nagemaakt. Het stelde eigenlijk weinig voor: een aantal poppen en een aantal slecht nagemaakte items (zoals kanonnen en verrekijkers) zonder verder enige informatie over die tijd of Magelhaen, zelfs niet in het Spaans! Het was zo teleurstellend dat we er alleen maar om konden lachen. Ironisch genoeg beseften we ons dat dit ook nog eens het eerste museum was dat we in al die maanden in Zuid-Amerika bezocht hadden! We vervolgden onze wandeling langs de kustlijn en kwamen langs de 30 centimeter hoge waterval van San Julian. Een soort afstapje voor het water zeg maar. We hadden voorafgaand aan onze reis besloten om The Rough Guide als bijbel mee te dragen. Nou moet ik bekennen dat we daar nou niet echt door bekeerd zijn. Maar na ons bezoek aan San Julian kunnen we de Lonely Planet echt nooit meer serieus nemen! Niet dat we een vervelende dag hadden, in tegendeel, het was een lekkere en gezellige wandeling en het stadje was lekker rustig, om niet het woord levenloos te gebruiken.
20150206_152519 20150206_162343
Aan het eind van de middag gingen we op het busstation informeren naar mogelijke vertrektijden voor de volgende dag. We wilden reizen met een nachtbus om kosten voor een overnachting uit te sparen. Deze bleken echter pas om 23.30 uur te gaan. Dat zou betekenen dat we de volgende dag nog de hele dag én tot laat in de avond in een stadje moesten doorbrengen waar echt helemaal niks te doen was. Lisa grapte toen: “dan kunnen we beter vanavond nog weggaan.” Ik nam dit iets serieuzer op. We hadden de camping toch nog niet betaald en het waterprobleem gaf ons een goed excuus om voortijdig te vertrekken. Na even twijfelen hakten we de knoop door en hadden we opeens een busticket naar Threlew voor nog diezelfde avond! Een grappig idee dat we op een camping gestaan hebben zonder er de nacht door te brengen. Al met al was San Julian een aangename tussenstop voor een middagje!

Threlew is de grootste van een aantal plaatsen waar zich in de 19e eeuw families uit Wales hebben gevestigd. Behalve een groot park rondom het busstation, waar gewoon flamingo’s in de vijver liepen(!), sprak ons Threlew zelf niet zo aan. We gingen meteen door naar Gaiman, een dorpje in de buurt dat bekend staat om zijn Britse theehuisjes. Daar konden we op een simpele, maar lekker rustige camping staan en even tot rust komen. Een grappig gezicht waren de mus-achtige vogeltjes met een rode kuif. De volgende dag bezochten we zo’n “casa de té”. We kregen onbeperkt thee en eerst wat wit brood met ham/kaas en jam. Niet heel smaakvol en achteraf zonde van onze eetlust, want daarna kregen we me toch een partij cakejes! Gelukkig mochten we na afloop de rest meenemen! Het was een leuke setting. Een mooi oud gebouw met een chique sfeer naar Britse traditie. Zo waren de serveersters goed getraind in de etiquette en speelde er klassieke muziek op de achtergrond. Maar Zuid-Amerika zou Zuid-Amerika niet zijn als er niet ook wat haken en ogen aan zouden zitten. Zo waren de toiletten gebrekkig, herhaalde de muziek zich om de twintig minuten en was het dak natuurlijk niet bedekt met fraaie dakpannen maar met groene golfplaten. Ergens was dat zonde, ergens paste het ook zo goed bij dit continent! Het was in ieder geval erg gezellig, lekker en sfeervol!
20150208_185655 20150208_192316

Op maandag 9 februari vertrokken we vanuit Gaiman naar Puerto Madryn, slechts iets ten noorden van Threlew. Daar op het busstation kregen we informatie over de mogelijke campings. Eén daarvan leek een goede optie en we besloten het hele eind (ruim drie kwartier) te lopen. De camping stond langs de weg nog eens groots aangekondigd op een bord. Maar toen we er aankwamen was er niemand. Alleen een man op een parkeerplaats die tegen ons zei dat er geen camping was. Wij zeiden dat we hem niet geloofden vanwege het bord buiten en dat we toch gingen kijken. Het bleek het terrein van een voetbalclub te zijn. Op een veldje stonden twee tenten, maar ook daar zat niemand in. Gelukkig was er wel een prima onderhouden toiletgebouw dat ook nog eens open was, maar er was geen receptie of iets waar we ons konden melden. Allerlei tegenstrijdige signalen dus. We hadden er geen prettig gevoel bij, maar het was ondertussen al wat later op de avond en we waren helemaal naar de rand van de stad gelopen, dus we hadden eigenlijk geen andere keuze dan onze tent op te zetten en in ieder geval de nacht daar door te brengen. We hadden het vermoeden dat de camping niet meer bestond en we vonden het geen prettig idee om op een plek te staan waar dat eigenlijk niet de bedoeling was. Daarom waren we de volgende ochtend onze tent alweer aan het inpakken toen er iemand (tussen het grasmaaien door) naar ons toe kwam lopen om ons in te schrijven en af te rekenen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Blijkbaar bestond de campingfunctie nog wel, maar was het niet meer zo groot als het ooit was geweest. Dat scheelde ook wel weer in de prijs, dus achteraf pakte het zo wel goed uit. We zetten ons tentje maar weer op en liepen vervolgens heerlijk zonder bepakking naar het centrum. Puerto Madryn was dé uitvalbasis voor Peninsula de Valdés, een schiereiland dat een soort natuurlijk wildreservaat is voor zeezoogdieren als walvissen (in het juiste seizoen), dolfijnen (soms), orka’s (soms), zeehonden, zeeleeuwen en veel vogels. Dit was eigenlijk ook voor ons de reden om hierheen te komen, maar wederom werden we erg teleurgesteld door de de kosten die een bezoek hieraan met zich mee zou brengen en besloten we dit niet te doen. De stad had ook een aardig strand met een gezellige boulevard, dus we hebben ons er alsnog wel vermaakt.
20150210_125540

Van woensdag 11 op donderdag 12 februari reden we van Puerto Madryn naar Buenos Aires (18 uur). Tijdens die rit beseften we dat het ook wel weer tijd werd om Patagonië achter ons te laten. Het grensgebied met Chili is prachtig, maar verder is er eigenlijk gewoon niks te zien. Die enorme kale steppevlakte heeft wel iets, maar op een gegeven moment gaan zelfs de Guanaco’s (soort lama) Guanaco 2, Nandu’s (soort kleine struisvogel) Nandu en Caracara’s (grote roofvogel) Caracara langs de weg vervelen! We keken ook uit naar Buenos Aires. We waren heel nieuwsgierig naar deze stad en hier sloot Steven bij ons aan. Een leuk vooruitzicht!

 

Veel liefs van ons!

20150203_172329 20150203_174042 20150203_170822

Torres del Paine – “de W”

Standard

Op 24 januari gingen we zoals gezegd vanuit El Calefate in Argentinië naar Puerto Natales in Chili. Een groot gedeelte van de mensen in onze bus waren dagtoeristen en hun gids begeleidde iedereen door het proces van de grensovergang. Hij was heel vriendelijk en behulpzaam, maar hij voorspelde ons dat we wel een aantal van onze natuurlijke producten (toch in ieder geval het pak bloem) zouden moeten inleveren. “Ze zijn echt heel streng hoor.” Wij hadden echter eerder met dit bijltje gehakt en we dachten: dat zullen we nog wel eens zien! Het was erg vermakelijk om zijn gezicht te zien toen de douaniër in de tas keek en zei: “esta bien” (“het is goed”)!

Vanuit een hostel met eindelijk weer eens een fijne kamer voor ons tweeën begonnen we aan de voorbereidingen van onze tweede meerdaagse trektocht: de “w-trek” in het nationaal park Torres del Paine. De trek dankt zijn naam aan de vorm van de route. Deze ziet er op een kaart uit als de letter “W”, maar dan met één recht middelste pootje in plaats van de twee schuine in deze “W”. Daarbij heeft de bewuste W ronde billen in plaats van deze puntige. Aan de uiteinden van de pootjes van de W respectievelijk, bevinden zich drie hoogtepunten, namelijk (van links naar rechts): Gletsjer Grey, Uitkijkpunt Britanico en de Torres del Paine (de naamgever van het park). Naar deze punten toe en weer terug loop je dezelfde route, dus alleen ‘de billen’ – voornamelijk langs een groot gletsjermeer met uitzicht op veel besneeuwde toppen – loop je maar één keer.

We hadden ons voorbereid op een zware tocht en met het oog op Lisa’s knieblessure hadden we voor de zekerheid voor zeven dagen eten ingepakt (denk aan: pasta, soep uit zakjes, noedels, muesli-repen, gedroogd fruit, noten, blikjes tonijn voor Sander, blikjes bonen voor Lisa en voor de eerste dagen brood en heerlijke kaas), terwijl men er gewoonlijk vier á vijf dagen over doet. Met de ervaring van onze trektocht in Peru in ons achterhoofd en het wild en verlaten klinkende “Patagonië” in het vooruitzicht, vonden we het toch weer erg spannend wat ons te wachten zou staan. Die zenuwen bleken een beetje voor niets. Los van de spectaculaire omgeving, was het toch een beetje alsof je op een zondagmiddag over de Veluwe wandelde: druk, toeristisch en alles behalve een avontuurlijke sfeer. Wél erg gezellig!

We gingen die eerste dag (maandag 26 januari) vroeg in de ochtend met de bus naar het nationale park. Daar moesten we ons (samen met een heleboel anderen) inschrijven, een gedragscode ondertekenen, naar een speech luisteren en een filmpje bekijken. Dit allemaal met de nadruk op het verbod op vuur maken (zelfs geen sigaret roken!) in het hele park (behalve de campings). De achtergrond hiervan is dat een aantal jaren geleden een deel van het park is afgebrand door nalatigheid van een toerist. Je kon daar nog steeds de gevolgen van zien.
De eerste etappe van onze tocht was een overtocht met een catamaran over een prachtig meer. Niet lang na vertrek was daar meteen een spectaculair uitzicht. Uit de mist doemde een rotsformatie op die deed denken aan een burcht of kasteel uit The Lord of the Rings of één of ander sprookje.20150126_121646
Aan de overkant namen we nog even rustig de tijd om onze veters te strikken en toen begonnen we aan het eerste pootje van de ‘W’ (van linksonder naar linksboven). We begonnen heel voortvarend en voordat we het wisten hadden we er al 3,5 kilometer op zitten. Vanaf dat moment werd het wat lastiger met steile, rotsachtige stukken waarop je soms weinig grip had. Het probleem begon echter pas toen de eerste stukken naar beneden begonnen. Terwijl we allebei gefocust waren op de onzekerheid m.b.t. de knieën van Lisa, bouwde zich binnen no-time een pijn op in mijn linker knie, die de rest van de tocht niet meer over zou gaan. Ik bleek precies dezelfde blessure te hebben opgelopen als Lisa opliep op de Salkantay en dus nog steeds met zich mee droeg. Wat een ontspannen wandeltocht had kunnen worden, werd hierdoor een zware strijd. En wij waren niet de enigen. Naarmate de dagen vorderden kwamen we steeds meer mensen tegen met dezelfde blessure als de onze. Als we één les geleerd hebben, is het dat wanneer je met bepakking loopt, hoe fit je ook bent, wandelstokken nooit een overbodige luxe zijn!
Ondanks de pijn waren we niet minder onder de indruk toen hij even later ineens opdoemde: Glacier Grey. We hadden vandaag al wat gletsjers zien liggen bovenop bergen in de verte, maar dit was waar het vandaag allemaal om te doen was. Schitterend! Hij was lager, maar een stuk dieper dan de Perito Moreno en daarmee dus op een heel andere manier indrukwekkend. Daarbij had hij twee uitgangen, wat we alleen vanaf het hoogste uitkijkpunt konden zien. De rest van de dag zouden we alleen de dichtstbijzijnde gletsjermond zien. We liepen nu langs “Lago Grey” (lago = meer) en hoe dichter we bij de gletsjer kwamen, hoe meer ijsschotsen we in het water zagen. Het water had ook hier die typische turquoise kleur. We hebben geleerd dat dat komt omdat er nog stukjes ijs in het water ingekapseld zijn. Uniek aan water van gletsjers dus!20150126_150417 20150126_145200
We kwamen mooi op tijd aan bij de camping waar we tot onze ergernis niet warm konden douchen omdat er slechts twee uur lang ‘s avonds warm water was. Daarbij bleek ook nog één van de twee douches bij de mannen stuk te zijn. En dat terwijl de camping best wat geld kostte ook nog. Het was hartstikke druk, dus er waren veel te veel mensen die moesten douchen in die twee uur. Lisa besloot op een gegeven moment toch maar in de rij te gaan staan, maar ik had daar geen zin en ben de volgende ochtend kort onder een koude douche gesprongen. Voordat we ons eten gingen maken zijn we nog naar een uitkijkpunt gelopen. Daar zaten we op een rots slechts een paar honderd meter recht voor de gletsjer. We konden bij de rand van het water komen waar aangespoelde ijsblokken langzaam lagen te smelten. Ze zeggen dat het zichtbare deel boven het wateroppervlak slechts één-derde van de totale ijsschots is. Dat hebben we aan den lijve ondervonden. Stukken ijs waarvan we dachten: die tillen we zo even op, kregen we met geen mogelijkheid uit het water. Ook een erg bijzonder idee dat we ijs in handen hadden dat afkomstig was van die imposante gletsjer en daar dus al vele duizenden jaren heeft gelegen!

20150126_180016 20150126_180036

20150126_180342 20150126_181539
Later tijdens het eten zouden we al met verschillende mensen (veelal van onze leeftijd) in gesprek raken die we in de dagen daarna steeds zouden blijven tegenkomen. Erg gezellig!

De nacht was koud en regenachtig, maar ons tentje had het weer goed gehouden. Op de Salkantay waren we steeds te traag weg ‘s ochtends en altijd later dan mensen die we daarover spraken. We hadden ons dus voorgenomen om steeds op tijd te gaan en dat lukte aardig. Er bleek hier toch een totaal ander publiek op af te zijn gekomen, want we waren nu consequent één van de eersten. Achteraf zouden we met onze Salkantay-vertrektijden hier heel gemiddeld zijn geweest. Het was heerlijk lopen de eerste uren zonder veel mensen om ons heen.
20150126_164605 20150127_115706  Pas toen we weer het vertrekpunt van de dag ervoor bereikten, begon het echt druk te worden. De catamaran kwam net aan toen wij langs liepen. De rest van die dag ging door glooiend groen landschap langs het grote meer in het midden van het park. Een aardige Amerikaanse jongen die we de dag ervoor hadden leren kennen, kwamen we steeds tegen omdat we elkaar inhaalden in elkaars pauzes. Dat zorgde voor een leuke sfeer. Opvallend was ook dat ondanks dat het ontzettend druk was, bijna iedereen elkaar constant begroette en keurig “gracias” (in de meest belachelijke accenten) zei als men voor elkaar aan de kant ging. Lisa offerde zich voor mij op door mij één van haar stokken te lenen met als resultaat dat we aan het eind van de etappe allebei niet meer konden lopen. Maar we hadden het weer gehaald! Campamento Italiano, de enige gratis camping op onze route, lag aan een rivier en aan de voet van een berg met veel sneeuw erop. Heel regelmatig hoorden we de sneeuw schuiven, rollen en naar beneden storten, maar we stonden in een bos en konden het daardoor steeds net niet zien gebeuren. We hadden gepland om twee dagen op deze camping te verblijven, zowel om de kosten te drukken als om een rustige dag in te bouwen. Toen we op de camping aankwamen bleek dat we vanwege de drukte maar maximaal één nacht mochten blijven. Ik was daar boos over omdat het nergens van tevoren was vermeld en het er wederom voor zorgde dat we meer geld moesten uitgeven dan gepland – eerder bleken al twee gratis campings die op onze kaart stonden in de afgelopen jaren te zijn opgeheven. Daarbij werden we nu gedwongen om meer afstand af te leggen de volgende dag terwijl onze knieën het zo zwaar hadden. Wel een leuke verrassing was dat er die avond een Britse jongen op mij af stapte en vroeg: ken ik jou niet ergens van? Hij en zijn vriendin waren mij de avond ervoor ook al opgevallen. Het bleek dat we elkaar drie maanden eerder gezien hadden in ons hostel in Cusco in Peru. Destijds hadden we elkaar niet echt gesproken (ik herinner me vaag een gesprek op onze laatste dag), maar nu hoorden zij bij een groepje dat zich gevormd had en waar wij af en toe bij aansloten. Erg grappig. En dus een nieuw record!
20150128_131556 20150128_133106
We konden de volgende dag wel onze spullen achter laten zodat we het eerste deel van de dag zonder zware bepakking konden lopen. De route volgde de rivier omhoog door een vallei (het middelste pootje van de W). De bergen aan de overkant van de rivier droegen dikke lagen van sneeuw en dit keer zagen we wel regelmatig de lawines die we die avond ervoor alleen maar konden horen. Het pad had een totale stijging van zo’n duizend meter en met name op de terugweg zorgde dat voor knieproblemen. Ik schreef al eerder over de opvallende turquoise kleur van het water, zo ook dat van de rivier. Op één punt kwam een kleiner stroompje samen bij de grotere rivier en je kon goed zien dat dit stroompje uit de ‘gewone’ bergen kwam want dit water had de kleur die we van water gewend zijn. Leuk om dat naast elkaar te zien! Het doel was het uitkijkpunt Britanico dat één van de drie hoogtepunten zou moeten zijn. Dit viel echter wat tegen. Het was weliswaar een mooi uitzicht over de vallei en een heerlijke locatie om uitgebreid pauze te houden, maar niet zo spectaculair als we verwacht hadden. We dachten toch op z’n minst aan een gletsjertje ofzo. Verwend? 20150128_110132_Richtone(HDR)  Weer terug op de camping hebben we even uitgebreid de tijd genomen om pasta te maken op ons gasstelletje als lunch. Toen we weer op weg gingen overtuigde Lisa mij ervan om een stok (van een boom) te pakken ter ondersteuning van mijn knieën. Hiervoor ben ik haar achteraf heel dankbaar, want dit heeft me de verdere tocht een hoop pijn gescheeld. We gingen verder over het pad langs het meer op weg naar de camping met prachtig uitzicht over dit meer.   20150128_212903   Daar waren eindelijk heerlijke warme douches beschikbaar. Er hing een briefje met het verzoek om maximaal drie minuten te douchen. Hadden we daar even mooi schijt aan!
De vierde dag voelde als een soort tussendag. We waren weer lekker op tijd weg en liepen lange tijd bijna pijnvrij en hadden er een flink tempo in. 20150129_085401 20150128_132955  We liepen weer langs het inmiddels vertrouwde meer en aan het eind daarvan begon de steile weg omhoog naar de laatste camping halverwege het laatste (rechter) pootje van de W. Het laatste stuk was nog even pittig, zeker ook vanwege de felle zon. Vooral mijn knie was erg blij toen we al rond lunchtijd de camping bereikten. Het was ook lekker om even een ‘vrije middag’ te hebben, zeker met het mooie weer. Die avond masseerden we elkaars benen voor de laatste keer – Lisa had mij geleerd hoe dat moet en had daar naar eigen zeggen veel profijt van – en zetten we nog net iets vroeger de wekker om vroeg in de ochtend bij de Torres te zijn. Een aantal mensen vertrok al in de nacht om de Torres met zonsopgang te zien. Dat is iets wat steeds meer in komt. Alles wil men bij zonsopgang zien. Wij hadden ons daar twee keer toe laten verleiden en vonden dat niet dusdanig spectaculair dat we het er nu voor over hadden om daar zo vroeg voor op te staan en in het donker omhoog te moeten lopen. Dit bleek een goede keuze. De mensen die we later spraken hadden door de bewolking nauwelijks iets van de zonsopgang gezien, het had weinig toegevoegde waarde gehad. Gedurende onze tocht naar boven zagen we ook constant de Torres (Spaans voor “torens”) in een dikke wolkendeken verborgen liggen. Regelmatig kregen we een bui op ons hoofd en we waren bang dat we weinig uitzicht zouden hebben. Na ruim anderhalf uur klauterden we over de laatste rotsen en als een wonder trok ineens de hemel open en brak de zon door. We hadden als één van de weinigen die ochtend goed zicht en zelfs de top van de hoogste Torre liet zich een paar keer zien. En als kers op de taart was daar een prachtige regenboog! Grappig hoe dicht “pech” en “geluk” soms bij elkaar liggen! Leuk was ook dat we daarboven een aantal van onze opgedane kennissen tegen kwamen.
20150129_122550 20150130_084643
Een paar uur later (na terug op de camping onze spullen te hebben ingepakt en lunch te hebben gegeten) liepen we ook met dat groepje naar beneden naar de ingang van het park. We maakten ons nog even zorgen of we wel op tijd zouden zijn voor de bus, maar het bleek veel sneller te gaan dan we dachten, zelfs met onze knieën! Een paar honderd meter voor de bussen-verzamelplaats draaiden we ons om en zagen we iets. We hadden die ochtend op weg omhoog al het vermoeden dat we er één zagen vliegen en nu leken er twee te zijn neergestreken op het gras. Lisa en ik begonnen langzaam terug te lopen, terwijl de rest ons voor gek verklaarde dat we vrijwillig extra meters maakten, en ja hoor, het waren er echt: condors! Wat een indrukwekkend grote vogels! En weer konden we een dier van ons lijstje strepen…

Omdat we van tevoren niet wisten hoe lang we er precies over zouden doen, hadden we geen kamer geboekt. Toen we aankwamen op het busstation namen we daarom snel afscheid van iedereen en gingen we in flink tempo naar ‘ons’ hostel in de hoop eventuele andere gelukszoekers voor te zijn. We hadden geluk! Er was plek en zelfs ‘onze kamer’ was weer vrij! Daar zijn we lekker nog een paar dagen gebleven om bij te komen. Na vier avonden trektocht-voer trakteerden we onszelf die vrijdagavond op heerlijke tapas bij een sfeervol vegetarisch restaurantje. De tocht was heel anders geweest dan we van tevoren hadden verwacht en we hadden lang niet overal een goed gevoel over. Maar toen we fijn daar met z’n tweeën zaten te eten en rustig terug keken op de afgelopen week, beseften we ons pas echt hoe schitterend, leuk en bijzonder het was geweest!
Tot slot wachtte ons nog een leuke verrassing. Het restaurantje bleek een “book exchange” te hebben en laat nou net daartussen een boek staan dat heel hoog op ons verlanglijstje stond: “Ghostwritten” van David Mitchell. Ik ben nog speciaal daarvoor op en neer naar het hostel gelopen om een boek te pakken om in te ruilen. Jeej!
Veel liefs van ons.

20150130_083551