Monthly Archives: April 2015

“Lake district” en verder naar het zuiden: Patagonië!

Standard

Ondanks dat ik inmiddels thuis ben en Lisa al volop aan haar avonturen in Australië is begonnen, willen we toch nog graag ons Zuid-Amerika verhaal afmaken. Daarom neem ik jullie weer een aantal maanden mee terug in de tijd…

Na de geiten van Don Sergio hadden we nog twee korte stops op het programma staan, voordat we ons op de kaart naar beneden zouden storten.
Slechts een half dagje in de bus bracht ons op 14 januari 2015 in Pucon, een toeristisch stadje in het zogenaamde “Lake District” (een soortgelijke naam in het Nederlands werkt naar mijn mening niet) van Chili. Kenmerkend voor Pucon is de “Villarica”, een actieve vulkaan die vanuit elke hoek van de stad te zien is. Op moment van schrijven is deze vulkaan even geleden nog uitgebarsten met tot gevolg dat Pucon (deels) ontruimd werd. Inmiddels lijkt de grootste dreiging voor de stad voorbij. De vele bordjes in de stad die aangeven welke kant je op moet rennen bij een uitbarsting, bleken toch geen overbodige luxe te zijn!
20150117_083319
De eerste nacht in Pucon voegden we een nieuw soort slaapplaats aan ons lijstje toe: kamperen in de tuin van een hostel. Het hostel dat we op het oog hadden, zat vol. Maar het was al later in de avond en ze wilden ons niet opnieuw de straat op sturen. Prima oplossing!
Ons doel van deze tussenstop was een bezoek aan het nationale park dat in de buurt van Pucon ligt. Hier hebben we een heerlijke wandeling gemaakt door een bosgebied met watervalletjes, tientallen hagedisjes, prachtige vergezichten en (verrassing!) diverse meren. Niets exotisch of extreem indrukwekkends, maar weer even een ander gezicht van Zuid-Amerika. Zo heerlijk dat je zoiets gewoon even mee kan pakken!
20150116_110307 20150116_124227

Niet ver van Pucon ligt Valdivia (Ok, het is geen Nijmegen-Arnhem, maar meer Amsterdam-Brussel. Om de hoek dus, voor Chileense begrippen!). We hadden maar één reden om daarheen te gaan: de vismarkt. En dan niet zozeer de vismarkt zelf, als wel een groepje zeer vaste klanten van deze markt. Deze vaste klanten lopen niet over de markt zoals de gewone bezoekers. Maar doen zich tegoed aan de visresten aan de achterkant van de markt: de rivier.
20150117_190815

Behalve zeeleeuwen zagen we ook veel aalscholvers (wat kunnen die zwemmen!), gieren (echte kalen met zo’n rood hoofd!) en natuurlijk enorme zeemeeuwen (die vaak het gevecht om stukken vis met de zeeleeuwen aangingen en verrassend vaak verloren). Een erg bijzonder schouwspel, waar we ons wel zeker een uur mee vermaakt hebben!
Valdivia verraste ons verder door een fijn ontspannen stadje te zijn. We hebben de verdere middag heerlijk doorgebracht in een park (waar we wel entree voor moesten betalen, vreemd) waar ‘toevallig’ een “feria de chocolate” plaats vond. De aankondiging bleek indrukwekkender dan de markt zelf, maar er was genoeg lekkers om ons misselijk aan te eten! Uitbuiken deden we op de tribune bij een behoorlijk amateuristische honden-show, waarbij het ons totaal onduidelijk was om welke categorieën het ging en op basis waarvan de winnaar geselecteerd werd. We zaten ook nog eens in een hostel met een eend als huisdier, dus wat wil je nog meer? Al met al een fijne dag!
20150117_151222 20150117_190922

In Valdivia stapten we op de bus die ons op 18 januari voor de tweede keer in Argentinië bracht. In San Martin de Los Andes werd ons snel duidelijk dat we in het hoogseizoen op één van de meest toeristische routes van Zuid-Amerika waren beland. Alle hostels zaten vol en de ´VVV´ stond bomvol mensen op zoek naar een slaapplaats. Gelukkig hebben wij met onze tent meer en vaak ook goedkopere mogelijkheden. We moesten echter in Patagonië een heel nieuw “goedkoop” leren kennen. Plotseling moesten we ons tevreden stellen met de prijzen die we in de maanden daarvoor steevast hadden geweigerd te betalen. Sterker nog, we waren er blij mee! Dat wil niet zeggen dat we niet nog steeds schande spreken van de extreem dure ACA (Argentijnse ANWB) camping in San Martin de Los Andes.
Wanneer ik spreek over geld in Argentinië, kan ik er niet omheen om iets uit te leggen over de dubbele koers die daar gehanteerd wordt. Om economische redenen die mij de pet te boven gaan (en het lijkt erop de Argentijnse bestuurders zelf ook), heeft Argentinië zijn munt op een vaste koers aan de US-dollar gekoppeld (voor 1 dollar krijg je 8,76 Argentijnse pesos). Echter, de dollar is een veel stabielere munt dan de Argentijnse pesos en is in feite meer waard dan die kunstmatige, officiële “rate” die Argentinië aanhoudt. Daardoor is er een zwarte markt ontstaan waarop men meer over heeft voor een dollar (momenteel ongeveer 12,5 Argentijnse pesos). Deze wordt de “blue rate” genoemd. Het bijzondere aan deze zwarte markt is dat deze gedoogd wordt door de Argentijnse autoriteiten. In zekere zin vergelijkbaar met het Nederlandse softdrugs-beleid dus. Het is net zo makkelijk om in Argentinië een dollar (of een euro) te wisselen tegen de “blue rate”, als het is om een joint te kopen in Nederland.
Het gevolg voor toeristen is dat wanneer je tegen iemand zegt dat je naar Argentinië gaat, de eerste vraag altijd is: heb je wel dollars bij je? Immers, als je moet pinnen ben je simpelweg veel meer geld kwijt dan wanneer je cash hebt. Met oog hierop hadden wij in Bolivia (in sommige buurlanden is dit mogelijk) al dollars gepind en een deel daarvan konden we wisselen met Robert in Tilcara. We werden echter verrast door de hoge prijzen en met name door die van de bustickets. Binnen no time waren we door onze voorraad Argentijnse pesos heen, met tot gevolg dat we onze tickets voor het langste traject (18 uur) met credit card moesten afrekenen. Hadden we dit cash afgerekend, dan waren we alsnog het bizarre bedrag van 100 euro per persoon kwijt geweest. Nu echter, kostte het ons niets minder dan 280 euro in totaal! Het werd dus snel duidelijk dat we ons streefbudget van 1000 euro per maand (voor twee personen) hier even los moesten gaan laten!
Genoeg over geld. Het is geen leuk onderwerp. Van de andere kant is het voor ons de harde werkelijkheid dat we er elke dag mee te maken hebben. Het bepaalt zelfs voor een significant deel hoe onze reis loopt, welke routes we nemen, wat we wel en niet kunnen doen. Het is een vitaal aspect van de reis en daarom een constant aandachtspunt. Zulke ingewikkelde constructies zoals in Argentinië maken het er voor ons dus niet makkelijker op!

Terug naar San Martin de Los Andes. Dat drukke, veel te dure stadje. Die noodzakelijke tussenstop. We hebben er in feite weinig van gezien, dus een evenwichtig oordeel kunnen we niet vellen, maar we raden iedereen af erheen te gaan. Simpelweg omdat we nog steeds een gezonde haat koesteren tegen dit stadje. Met hun stomme camping van die klote ACA.
Bij aankomst op het busstation waren we meteen op zoek gegaan naar bustickets voor de volgende ochtend. Er leken verschillende opties, maar één maatschappij adverteerde met een busrit naar Bariloche via de “7 lakes route”. Lisa had daar iets over gelezen in onze reisgids en meteen was duidelijk: geen alternatief was goed genoeg, we moesten en zouden reizen via de “7 lakes route”. Bariloche, hoewel enorm populair, sprak ons niet erg aan en daarom besloten we er nog een extra bus achteraan te boeken zodat we in één dag door zouden reizen naar Esquel. De volgende ochtend, we schrijven 19 januari 2015, stonden we vroeg op na een kort nachtje. Eenmaal in de bus zaten we er helemaal klaar voor: kom maar op met die zeven meren! Ik voelde mijn oogleden al een beetje dichtzakken, maar ik dacht: nee, dit is een hoogtepunt volgens de reisgids, dit gaan we meemaken. Het duurde niet lang voordat het eerste meer in zicht kwam. Enthousiast stootte ik Lisa aan. Geen reactie. “Kijk, het eerste meer!” Geen reactie. Mevrouw sliep. Lisa heeft alle zeven meren slapend aan zich voorbij laten gaan. Ik kon mijn ogen overigens ook niet de hele tijd open houden (maar héé, ik hoefde niet zo nodig langs die zeven meren!), maar heb de meeste meren wel gezien. En tsja, wat zal ik ervan zeggen? Het was mooi, tuurlijk. Maar lekker uitgeslapen aankomen is ook wat waard!
Onze overstap in Bariloche was nogal dubbel. De bus had ongeveer twee uur vertraging. Na het eerste uur kwam hij weliswaar opdagen, maar slechts om te vertellen dat hij nog ging tanken, waarna hij nog een uur op zich liet wachten. Hier tegenover stond dat we de Duitse zusjes waar we oud & nieuw mee hadden gevierd, hier tegenkwamen. Helaas stonden zij net op het punt om een bus te nemen, dus veel tijd om bij te kletsen was er niet. Maar toch, heerlijk toeval soms!
In Esquel was de camping een stuk fijner en had een stuk betere prijs-kwaliteit verhouding, dus dat zorgde weer voor een fijnere stemming. Behalve onze ontbijt/lunch in de een middenberm van een grote laan voor een supermarkt, hebben we niets bijzonders gedaan en was het alweer snel tijd om de volgende bus te pakken: die van 18 uur naar El Chaltèn. Hier belandden we op een kleine camping die praktisch in iemands achtertuin was gebouwd. Stel je een gemiddelde achtertuin in Nederland voor, maar dan volgepropt met tentjes. Met als gevolg een aparte mix van ‘te druk’ en ‘sfeervol’. Mooi was wel dat we met de eigenaar dollars konden wisselen tegen een behoorlijk acceptabele koers; dat scheelde een hoop gedoe! Voor de vijfde dag op rij hadden we een bus geboekt voor meteen de dag erop. Dit keer echter pas ‘s middags, dus we hadden tijd om in de ochtend nog een wandeling te maken naar een uitkijkpunt. Daar zagen we onze eerste echte gletsjer! Nog wel van een behoorlijke afstand en eigenlijk nog niet precies goed wetend wat een gletsjer nou definieert, maar het was duidelijk dat het iets bijzonders was. Wat we die ochtend ook nog niet wisten, was dat deze ervaring compleet in het niet viel bij dat wat we de volgende dag zouden gaan zien…
20150122_094955 
Uitkijkpunt bij El Chaltèn

Op 23 januari werden we ‘s ochtends vroeg door een bus opgepikt bij ons hostel in El Calefate om naar de gletsjer Perito Moreno te gaan. Op de heenweg vertelde een gids over het Patagonische landschap met als kenmerk de “estancias”: enorme boerderijen met honderden hectaren land waarop niet meer groeit dan kleine lage struikjes. De oppervlakte is zo enorm dat er verdeeld over het land meerdere huizen staan waarin personeel woont, die een bepaald gebied beheren. Ten opzichte van de grootte van het land is het aantal dieren minimaal. Eens in de vijf á tien minuten kom je een groepje nandu’s (soort struisvogel) of guanaco’s (familie van de lama) tegen. Deze guanaco’s schijnen ook nog eens gewoon over de omheining te springen. Leuk zoveel land, maar het leven van zo’n boer is geen makkie!
Tegen de achtergrond zagen we constant de witte pieken van het Nationaal Park “Los Glaciares” en toen we eindelijk de hoek omkwamen en de eerste glimp van Perito Moreno opvingen, was het ongeduld om dichterbij te kunnen door de hele bus merkbaar. Wat we te zien kregen overtrof al onze verwachtingen. Dit was dus wat je noemt een gletsjer! Zoveel ijs, zo hoog, zo dik, zo diep. En het leukste van alles: aan de voorkant brokkelt het af! Dat houdt in dat je eens in de zoveel tijd een enorm gerommel hoort. Vervolgens zie je iedereen snel in de richting van het geluid draaien om het vallende stuk te kunnen zien. Vaak zijn het maar (ogenschijnlijk) kleine stukjes die alsnog een enorm lawaai teweeg brengen, maar soms zijn het enorme ijsblokken die 50 meter naar beneden in het water vallen. Via meerdere balkons kun je de verschillende kanten (links en rechts) van de gletsjer bekijken en vanuit verschillend perspectief (hoog of laag). Bijzonder was dat de zon volop scheen en het lekker warm was, ondanks al dat ijs op 100 meter afstand! Afijn, ik kan nog wel een tijdje doorgaan met het proberen te omschrijven van een zo bijzonder indrukwekkend fenomeen, maar dat kan ik beter aan de foto’s over laten…
20150123_121145 20150123_110147 20150123_105045-PANO 20150123_105045 20150123_105053

Vanuit El Calefate vertrokken we op 24 januari naar Puerto Natales in Chili. Daar wachtte ons meteen weer één van de absolute hoogtepunten… Daarover snel meer!
Veel liefs,
Lisa en Sander

20150123_105401

Advertisements