Monthly Archives: November 2014

Cusco, Salkantay en Machu Picchu

Standard

De busreis van Nazca naar Cusco (sommige mensen denken dat je dat met een ‘z’ schrijft, maar voor hen wordt het hoog tijd dat ze een keer naar Zuid-Amerika afreizen!) duurde een paar uur langer dan gepland en viel ons erg zwaar. We hadden in Lima een tip gekregen voor een hostel in Cusco, waar ze dagboeken zouden hebben liggen met tips van mensen die trekkingen in de omgeving zonder gids hadden gedaan. Het hostel, dat een mooie grote binnenplaats en een gezellig keukentje heeft, bleek voornamelijk gericht op fietsers (en motorrijders), maar ook gewoon simpele backpackers met open armen te ontvangen. Onze Nederlandse vooroordelen dat fietsers leuke, relaxte mensen zijn, werden hier volop bevestigd! We hebben hier verschillende leuke mensen leren kennen en werden door hun avontuurlijke manier van reizen nog meer geïnspireerd om even de stad te verlaten en wat meer de natuur en het avontuur op te zoeken. Cusco – hoofdstad van het oude Inca rijk – is een prachtig stadje dat ondanks de vele toeristen, zijn authentieke sfeer behoudt.
image

Er is veel te doen, maar wij hebben onze dagen hier (woensdag 29 oktober t/m zondag 2 november) ingevuld met het nemen van wat tijd voor onszelf, een begin maken met het bijwerken van de blog, socializen op de binnenplaats en met name het voorbereiden op de trekking die we zouden gaan doen. Het idee van een trekking in een groep met gids sprak ons sowieso niet zo aan en daarbij zijn dergelijke vormen erg duur. We hadden inmiddels verschillende verslagen gelezen van groepjes die de Salkantay-trek naar Machu Picchu zonder gids hadden ondernomen en voelden ons er zeker over dat we dat op een veilige manier zouden kunnen doen.

Tijdens dit avontuur heb ik een dagboek bijgehouden met daarin onze belevenissen per dag.

Maandag 3 november 2014
Dag 1
Vanochtend vroeg wakker van de wekker (5.00 uur!). Dat was even pittig door het bekende katergevoel na zo weinig slaap. Wifi deed het sinds gisteravond niet meer en ik had papa (vandaag 60 jaar geworden!) en mama beloofd nog de naam van het hostel en de trek door te geven voor de zekerheid. Dus als één van de eerste dingen maar even naar de jongen gelopen die de nachtportier was, met de telefoon in mijn hand en een voorzichtig “no hay wifi”, waarop hij verbaasd keek, naar boven liep en het vrijwel meteen had opgelost. ‘Altijd vragen’ is wederom de les! Een aardige Franse jongen (spreekt goed Engels) was ook al om 5 uur op de binnenplaats – ging met de bus richting Aguas Calientes om morgenvroeg bij Machu Picchu te zijn – en hij had geregeld dat er warm water was voor thee. Samen met de chocolademelk die ik nog had van gister een prima ontbijt – de broodjes die we hadden gesmeerd moesten maar even wachten – waar we toch nog even rustig de tijd voor hebben genomen, waardoor we ruim een half uur later weg waren dan gepland, maar wel met een goed gevoel. We konden onze drie tassen met spullen die niet mee hoeven gewoon in het opslaghok zetten; staan daar prima volgens mij. We hebben dus alleen het hoognodige mee, maar het eten dat we voor vijf dagen mee hebben, maakt de backpacks alsnog behoorlijk zwaar. Gelukkig zal dat dus elke dag wat afnemen.
We liepen dus iets na zessen het hostel uit op zoek naar een taxi. Een rode auto zonder “taxi-teken” zag ons staaan en wilde wel wat bijverdienen, dus stopte aan de overkant van de weg. We twijfelden even of we dat moesten doen, maar gelukkig kwam er net een ‘echte’ taxi aangereden, dus besloten we die te nemen. De rode auto reed boos weg, maar deed gelukkig verder niet moeilijk. De taxi-chauffeur was een aardig, oud mannetje die ons heel keurig naar de juiste plek bracht (reed zelfs een extra rondje om te kijken / vragen van waar de collectivo’s vertrokken. Toen we bij een groepje mannen kwamen die ook naar Mollepata moesten, dacht ik: die kunnen mij mooi vertellen hoeveel het kost. Maar het bleken een stel dronkenlappen te zijn – waar we verder niet veel last van hadden omdat we mooi voorin konden zitten – die me wijs probeerden te maken dat het 100 soles was, wat ik natuurlijk niet geloofde. Een andere man begon daarop te lachen en zei dat hij ons wel voor 50 soles naar Mollepata zou brengen. Gelukkig kwam er toen iemand van de collectivo zelf aan die ons vertelde dat het 15 soles was, dus gingen we mee. Achteraf zei die alsnog 20 en dat heb ik maar zo gelaten. Ik ben dan vaak te verblufd om meteen te reageren (kreeg gewoon een tientje minder terug) en als ik me besef wat er is gebeurd vind ik het al te laat en heb ik geen zin meer om erachteraan te gaan. Maar 20 soles per persoon is wel een ok bedrag voor een rit van drie uur.
De rit verliep voorspoedig. Het had een voordeel dat die kerels achter ons meteen een fles bier wegtikten, want daardoor hielden we mooi op tijd een plaspauze; overigens wel op een plek in de berm waar we tussen een hele zooi slachtafval moesten staan plassen, wat volgens mij de locals zelfs niet normaal vonden. Na een uur of twee stonden we stil omdat er vanwege wegwerkzaamheden maar één baan open was. Dit wordt ongeveer om het half uur gewisseld, waardoor je dus ruim de tijd hebt om even te ontbijten met kip en rijst of “papitas con huevo!”, die uiteraard weer van alle kanten langs worden gedragen. Prachtig hoe die plek helemaal is ingericht op wachtende auto’s. We hebben daar dus een hele tijd in de berm gezeten. Vermakelijk was het om een oud vrouwtje met een stok kippen terug in hun ren te zien jagen. De ren was echter maar aan drie kanten afgesloten en ook aan die kanten was het één grote gatenkaas, waardoor de kippen binnen no time weer naast ons stonden en de vrouw weer opnieuw kon beginnen. Toen onze kant eenmaal mocht rijden was het één grote chaos doordat iedereen elkaar aan alle kanten inhaalde om sneller weg te zijn (natuurlijk ontzettend inefficiënt). Onze chauffeur deelde in dit enthousiasme met als gevolg dat we even later iemand misten. Na een tijdje wachten – alle voorsprong weer weg! – was het ons niet helemaal duidelijk of we nu mét of zonder de vermiste persoon zijn verder gereden.
Toen we in Mollepata aankwamen (10:00) moesten we ons registeren en kregen we een simpele kaart met kleine uitleg van de route van een vrouw van “turismo”. Een luxe die ik niet verwacht had, en dat zij willen weten dat je in dit gebied bent, geeft een veilig gevoel. In het begin vond ik vooral de tas zwaar, maar ging het lopen opzich prima. Op een gegeven moment merkte ik dat dat ene broodje en een bakje fruit (langs de weg tijdens het wachten) wat weinig basis vormde, dus toen maar het resterende anderhalve broodje van het ontbijt opgegeten. Dit was na ongeveer een uur lopen. We hadden trouwens na een paar 100 meter bij een winkeltje nog allebei een simpele hoed tegen de zon gekocht met een tekening + tekst van Machu Picchu erop; heerlijk fout, maar wel nuttig, want het was enorm zonnig en dus behoorlijk warm. Ons water ging er dan ook snel doorheen. Echter, toen we een tijdje langs een kanaaltje liepen, dachten we nog wel even met ons water vooruit te kunnen en op tijd wel weer wat tegen te komen. Dit viel echter enorm tegen. Frustrerend was dat we vlakbij een beek waren, die we konden horen zelfs, maar dat die aan de andere kant van de berg liep, waar wij niet bij konden. Op een gegeven moment dacht ik misschien even aan de andere kant te kunnen kijken door over een klein stukje privé-terrein te gaan, maar onmiddelijk toen ik langs het hek stapte kwam er een hond aangerend, die behoorlijk gromde. Ik moest snel achteruit het steile paadje weer af waardoor ik in de haast bijna weggleed. Ik kon gelukkig een steen pakken waar de hond voor terugdeinsde (dat werkt dus écht), waarop hij omliep en voor ong ging zitten; onze weg blokkerend. Gelukkig werkte ook dit keer de dreiging van stenen en een hard “VAMOS!” en konden we erlangs, waarna hij nog wel wat protesteerde maar bij zij eigen terrein bleef staan. Door dit even spannende moment en het vele klimmen daarvoor, was ik helemaal bekaf en had ik erg behoefte aan lunchpauze. Hiervoor wilden we eigenlijk wel water hebben, want we hadden alleen ons halve liter flesje voor noodgevallen nog maar. Uiteindelijk kwamen we langs een boerderijtje met daarbij een klein winkeltje en picnic-tafel. We wilden echter geen water kopen omdat we ons filter bij ons hebben (zonde van het geld) en vroegen dus of we gewoon onze flessen mochten vullen. De jonge lieve vrouw was natuurlijk een beetje teleurgesteld, maar ik had het idee dat ze het wel had gegeven (misschien in de hoop op een fooi), maar ik was al verleid door een flesje coca-cola, dus zei ik dat ik die in ieder geval zou kopen waarop ze ons naar een kraan leidde. Toen besloten we ook nog een gatorate te kopen en mocht ze helemaal niet klagen. Het was namelijk duur genoeg (11 soles, maar ik kreeg een sol korting omdat ze geen wisselgeld had en dit keer waren er geen buren om mee te wisselen). Maar het schijnt dat ze hier zo afgelegen wonen dat ze alles per ezel naar boven moeten dragen. En dan nog betaal je er in een Nederlandse kiosk meer voor! We hebben daar ook onze lunch in de vorm van koude tortilla’s met smeerkaas gegeten met de (overigens lieve) honden + de kippen van de boerderij aan onze voeten. Dat deed erg goed en gaf energie voor het volgende stuk klimmen. Toen we wegliepen zei ik voor de grap tegen Lisa: “zul je zien dat hier om de hoek een beekje loopt”. En ja hoor… En wat een helder water!  We besloten ons net verkregen water (dat minder fris was) meteen weer om te wisselen. Een prima keuze, want dit was koud en had een heerlijk frisse smaak!
Na nog even doorbijten kwamen we bij een uitkijkpunt. Toen we daar de hoek om keken geloofden we onze ogen niet: recht voor ons lag een enorme berg met een heleboel sneeuw op de toppen; zo indrukwekkend en prachtig! We gingen er meteen vanuit dat dit de Salkantay moest zijn. Het zien van ons doel voor vandaag – Soraypampa, aan de voet van de Salkantay – in combinatie met het zicht op onze route die nauwelijks nog omhoog ging, was een erg indrukwekkend, bijna ontroerend moment. Voor dit stuk gold echter hetzelfde als voor het fenomeen “Oosterhoutsedijk” tijdens de Nijmeegse 4-daagse: je ziet je doel liggen, maar de afstand ernaartoe valt enorm tegen!
image

We hebben nog twee uur gelopen en zijn toen (rond 17:30) vlak voor Soraypampa – waar we zeer waarschijnlijk zouden moeten betalen voor een kampeerplek – op zoek gegaan naar een plek in grasvelden langs de route om onze tent op te kunnen zetten. Het leek allemaal privé-terrein en we zagen niemand bij de twee huisjes. Toen kwamen we een groep paarden met begeleider tegen waaraan ik vroeg of het land van hem was. Hij zei dat dat niet zo was, maar dat het geen enkel probleem was als we er zouden kamperen en wees ons zelfs nog een beter plekje aan. Daar hebben we toen snel onze tent opgezet (dat was afzien met alle spierpijn) tussen de (gelukkig opgedroogde) paardenpoep. Vlak voordat we deze plek bereikten zagen we opeens nog een witte berg schuin achter de ander opdoemen; zelfs nog hoger! Van het kaartje begreep ik toen dat de berg waar we de hele tijd tegenaan keken de Umantay (5459m) is en die daarnaast de Salkantay (6264m)!
Het werd donker tijdens het koken (champignonssoep en spaghetti met een instant tomatensaus; beiden heerlijk warm!) en sidns de zon achter de bergen verdwenen was, stond er een flinke, frisse bries. Even leek het erg koud te gaan worden, maar uiteindelijk valt het in de tent erg mee (zo’n 10 graden schat ik). Lisa had het in het begin na het eten wel erg koud (ook door vermoeidheid) en ligt helemaal dik ingepakt in haar slaapzak, terwijl ik in een vest en broek maar half in mijn slaapzak lig.
image

De maan is helder en je kunt nu in het donker nog steeds het wit op de bergen zien; prachtig!
We zijn vandaag ongeveer 1km in hoogte gestegen en morgen wacht ons een overbrugging van 750 meter hoogte op de Salkantay naar het hoogste punt van onze trek. Ik had gelukkig niet te veel last van dat plekje in mijn rug, maar heb misschien wel wat te veel gecompenseerd met mijn schouders; misschien morgen daar nog een iets betere balans in vinden.
Het is toch wel een beetje spannend om zo wild te kamperen. Ik hoor nu al een tijdje wat honden (niet heel dichtbij volgens mij) en ik moet nog even naar buiten om te plassen. Ben benieuwd! En daarna snel lekker weer een fatsoenlijke nacht slapen. Ik verheug me op morgenvroeg!
———-
Toen ik naar buiten ging met de wc-rol (om iets meer te doen dan alleen plassen) en ik een plekje had gezocht net buiten ons veldje, zagen de honden waarschijnlijk mijn lampje en kwamen ze ineens een stuk dichterbij; uiteraard luid blaffend. Toen maar snel terug naar de tent gelopen en daarnaast geplast en de rest opgehouden tot de volgende ochtend. Toch nog een beetje een spannend einde van de dag zo!
image

Dinsdag 4 november 2014
Dag 2
Na een onrustige maar redelijke nacht slaap hebben we even rustig ontbijt gemaakt in de vorm van noodles, waar ik niet veel zin in had, maar toch wel redelijk smaakte. Doordat we behoorlijk rustig aan deden waren we wat later weg dan we van tevoren hadden bedacht, maar ongeveer op hetzelfde tijdstip als gister begonnen met lopen: 10.15 uur. Gister was het zo’n helder weer dat we vanuit het busje de Salkantay helemaal konden zien. Nu lag deze helemaal in nevelen gehuld. In de aanloop naar de voet zaten we meerdere keren te twijfelen of wel wel het juiste pad volgden (links of rechts van een stroompje), waardoor we twee keer dat stroompje zijn overgestoken. Uiteindelijk bleken de twee paden gewoon bij elkaar te komen. Het weer werd ondertussen steeds ietsje slechter. Na twee uur lopen (bijna aan de voet van de ‘echte’ klim) begon het ineens hard te regenen en zelfs te hagelen. Hoewel we het wat hogerop hadden verwacht, hadden we ons hierop wel een beetje ingesteld. Waar we ons niet op hadden ingesteld was onweer! Na even lopen klonk het toch wel erg dichtbij en vonden we het te eng worden. We liepen halverwege een berg, dus ergens waren we verreweg niet het het hoogste punt, maar ergens voelde het toch ‘te open’. We hebben toen voor de zekerheid onze backpacks (met wat metalen dingen) neergelegd en zijn een paar meter verderop achter een rots gaan liggen – de koeien die nog hoger stonden graasden gewoon rustig door. Zo hebben we ongeveer een kwartier gelegen. Een heel onprettige, best wel enge situatie, maar gelukkig zagen we dat de bliksem zich toch voornamelijk met de toppen bezig hield. Toen het onweer voorbij was, waren we uiteraard totaal doorweekt (we hadden wel een regenjas aan natuurlijk). Gelukkig kwamen we tien minuten later (waren we daarvoor maar tien minuten sneller geweest!) een hutje tegen waar we even bij konden komen en een cola konden kopen (voor vijf soles; onze enige uitgave van de dag!). Op dat moment brak de zon weer een beetje door en dat gaf ons weer nieuwe moed.
Zo begonnen we opgewekt aan de beklimming van de Salkantay totdat ik dacht dat ons pad niet verder ging en we aan de andere kant van het water ook een pad zagen (de splitsing daarvoor was me blijkbaar ontgaan). We besloten toen toch maar terug te lopen en aan de andere kant omhoog te gaan waarna uiteraard bleek dat beide paden even later gewoon weer bij elkaar kwamen! Vanaf dat moment werd de klim erg zwaar en was het behoorlijk afzien. De eeuwige sneeuw van ‘onze’ berg liet zich regelmatig zien en dat zorgde steeds voor hernieuwde moed. Behalve nog één flinke hagelbui liet het weer ons verder ook redelijk met rust. Het bordje met “nog 1 km” kwam als geroepen en werd gevolgd door een heus bergmeertje; een prachtige oase in het stenige berglandschap. Eindelijk (15:30) was daar dan de ‘top’ van de pas op 4650 meter hoogte: een fantastisch gevoel en een schitterend gezicht! Op een steenworp afstand op dezelfde hoogte (en lager zelfs) lag gewoon eeuwige sneeuw: hét bewijs van hoe hoog je bent. We moesten er bijna van huilen, maar daarvoor waren we te vermoeid! De zon vierde ons feestje mee en scheel volop gedurende de 10 minuten die we onszelf rust gaven om hiervan te genieten (en “selfies” te maken!). In de tussentijd werden we door verschillende groepen (ezels / paarden + begeleiders) gepasseerd met een hoop “¿Que tal?” en een “Bravo!”.
image

image

image

We rekenden onszelf echter te rijk met het stuk dat nog moest komen: de afdaling. Dit was enorm afzien. Alles deed al pijn van de beklimming en bij elke stap moest je uitkijken dat je je enkel niet verzwikte door alle losliggende stenen of uitgleed over het zand wat daar soms weer tussen lag. Eén keer verloor ik mijn evenwicht en viel voorover. Ik kon mezelf redelijk makkelijk opvangen met mijn handen, maar de backpack die ook nog eens over mij heen kwam vliegen, maakte de impact groter – de bagage bleek sowieso bij het dalen (een constant zoeken naar evenwicht) misschien nog wel een grotere last dan bij het klimmen. Op dat moment stonden de tranen wél in mijn ogen, maar de schade viel gelukkig mee.
Er was maar zelden een fatsoenlijk pad en het meest van de tijd liep je over stenen te glijden en struikelen en niet zelden koos een stroompje water dezelfde route naar beneden en stond het pad blank (niet dieper dan 2cm). Dan kwamen die stenen wel weer van pas… Lisa kreeg erg last van haar knie door het afdalen en kon alleen nog maar heel langzaam en met veel pijn naar beneden. Ik kon de pijn alleen een beetje vergeten door in marstempo door te lopen, dus moest steeds veel wachten terwijl Lisa mijn steun miste.
image

Het werd op een gegeven moment een beetje spannend of wel ‘op tijd’ (voor het donker) een fatsoenlijke kampeerplek zouden tegenkomen. Gelukkig zagen we een eindje voor ons ook steeds een groepje mensen lopen.
Toen ik eindelijk in de verte iets van een kampeerplek zag, hoopte ik dat dat groepje daar zou gaan staan, maar tot mijn verbazing liepen ze (na even getwijfeld te hebben) nog door. Voor ons was het echter een simpele beslissing: geen stap meer verder! Daar aangekomen viel Lisa me huilend in de armen. Ik had geroepen of er iemand was, maar kreeg geen reactie. Later zagen we wel iemand lopen bij het dichtsbijzijnde huis, maar die bekommerde zich niet om ons. Er bleken allemaal hutjes te staan waar de trekkers pauze houden en hun paarden / ezels laten grazen. Zo’n hutje konden we mooi gebruiken om eten in te koken. Pas toen merkte ik echt hoe vermoeid ik was. De zon was onder gegaan vlak na het opzetten van de tent en daardoor werd het al snel frisser en ik wist even niet meer waar ik het zoeken moest; kon alleen nog maar aan mijn bed denken. Gelukkig voelde Lisa zich toen alweer iets beter en kon zij koken en mij ertoe zetten om te eten (instant macaroni&cheese + thee). Daar knapte ik wel iets van op en toen we later in de tent erin geslaagd waren onze slaapzakken aan mekaar te maken en lekker tegen elkaar aan konden kruipen, werd het al snel warmer (denk dat het buiten de tent zo’n 5 graden was) en voelde het al stukken beter. Overigens waren er weer honden de héle tijd agressief aan het blaffen, maar gelukkig stonden die iets verderop boven op een heuvel achter een muurtje. Maar ik begin echt steeds meer een hekel aan die beesten te krijgen! Het was echt een ontzettend zware dag; niet te beschrijven. Zo kapot zijn dat het je niet meer kan schelen of je in de paardenstront (verse!) gaat staan, als het maar de minste inspanning kost; dat is misschien nog wel het meest sprekende beeld. En dat het je niet meer kan schelen of die grote vogel nou een arend of een gans is… (hij leek op allebei; vaag beest). Slapen!!!
image

image

Woensdag 5 november 2014
Dag 3
Vanochtend was ik vroeg wakker. De zon scheen dus ik ging enthousiast naar buiten om daar te merken hoe beroerd ik me eigenlijk voelde. Ik had weer heel onrustig, maar toch best lang geslapen en had het geval dat ik flink kou gevat had. Lisa haalde me terug in de tent om nog even anderhalf uur te slapen. Daarna voelde ik me beter, maar zag nog steeds op tegen een nieuwe dag lopen.
Nadat we ontbijt gegeten en de tent afgebroken hadden was het alweer 11.00 uur toen we vertrokken. Het afdalen (zij het in het begin over dezelfde vervloekte stenen) ging een stuk beter nu we niet meer die zware klim in onze benen hadden en het pad werd langzaam maar zeker iets beter.
We bleken te hebben overnacht in Huaraymachay op 3900 meter hoogte, wat betekende dat we de vorige dag nog net zoveel hadden gedaald als dat we gestegen waren. Op mijn blaadje met aantekeningen zag ik dat het stel van de Engelse beschrijving (een andere was in het Frans) ook in dit plaatsje hadden overnacht en dat was een fijne gedachte: zo gek hadden we het dus niet gedaan! Ik zag op de kaart dat we nog 1000 meter zouden moeten dalen totdat het relatief wat vlakker zou worden (vanaf het plaatsje Chaullay en de oplettende meerekenende lezer snapt dat dus weer op dezelfde hoogte ligt als ons beginpunt Mollepata). Lisa schrok even van dit vooruitzicht gezien haar knie, maar gelukkig bleef de pijn stabiel en ging het met rustig aan doen redelijk. Na anderhalf uur kwamen we voorbij een plaatsje (zoals gebruikelijk 3 huizen; elke boederij heeft hier een eigen plaatsnaam – deze was interessant door een begraafplaats met ongeveer 5 graven) met een bordje dat aangaf dat we al 500 meter hadden gedaald. Dat ging dus voorspoedig. Ruim anderhalf uur later verwachtte ik wel een keer een eind te zien in de afdaling. Ik zag een dorpje, maar het viel me best tegen hoever dat nog weg was. Toen kwamen we een bocht om en bleek daar ineens een enorme kampeerboerderij te zijn. Ik dacht dat die bij het dorp verderop moest horen, maar nee hoor: dit was Chaullay en dat verderop was alweer een volgend dorp. Doordat we hier een cola (weer 5 soles) en een gatorate (10 soles!) kochten, mochten we in de tuin onze lunch klaarmaken: alfabet+cijfer vermicelli-soep (voor de Sesamstraatkenners en speciaal voor Jorien: “is het een letter? of een cijfer? en als het een letter is, ja welke dan ja welke dan?”, ik moést het zingen, maar Lisa kende het niet!) met kaas – die kaas begint me inmiddels behoorlijk de keel uit te hangen. Ondertussen konden we zien hoe mannen met paarden en ezels aankwamen om tenten op te zetten voor de toeristen die de tocht in een luxere vorm lopen. Grappig en typerend was ook het bordje: “Hot shower, only 10 soles!”.
Hierna ging de weg in prettig gestaag tempo omlaag en werd het een weg waar ook auto’s overheen konden; dus veel makkelijker begaanbaar. Lisa had hierbij ook geen last meer van haar knie, dus ons tempo lag nu een stuk hoger. Grappig overigens hoezeer we al niet meer opkijken van loslopende koeien, paarden, ezels, kippen en varkens. Af en toe staat er gewoon een paard op de weg en vaak zijn ze banger voor ons dan wij voor hen. We zouden nu alleen maar een rivier hoeven volgen naar het volgende plaatsje (Lluscamayo). Dat leek makkelijk, maar op een gegeven moment hadden we de rivier kunnen oversteken (maar we hadden op dat moment geen idee waar het pad aan de overkant toe zou leiden) en later bleek dat daar de bordjes stonden waarmee onze trek soms aangegeven staat. Het grote verschil was dat dat een mooi wandelpad leek en wij over een weg voor auto’s liepen. Maar auto’s waren er niet veel en op deze manier waren we er in ieder geval van verzekerd dat het een goed wegdek (“dirt road”) bleef. Leuk moment was dat ik bijna op iets ging staan wat een klein slangetje (adder?) bleek, daarna snel voor ons weg kronkelde, maar we konden ‘m goed bekijken en dat was voor mij denk ik de eerste keer dat ik een slang (zij het een kleine) in ‘t wild zag. Helaas werd het weer (dat de hele dag aangenaam was geweest) ineens veel slechter en begon het hard te regenen en zelfs een beetje te onweren (maar gelukkig in de verte bij de bergtoppen en wij waren nu zo laag dat het minder eng was). Toen er een bus (die daar reed om arbeiders (bijvoorbeeld aan de nieuwe elektriciteitspalen) uit de omgeving op te pikken) voor ons stopte, kregen Lisa en ik bijna ruzie omdat ik de neiging had in te stappen en Lisa vond dat we verder moesten lopen. We besloten te lopen. Vlak daarna zagen we aan de overkant een huis met veel gras liggen en we schrokken omdat we dachten dat dat misschien Lluscomayo zou zijn. Gelukkig had Lisa mannen via een pad omhoog zien komen en konden we zo afdalen naar de rivier waar een bruggetje (gemaakt van takken en klei) bleek te liggen. Aan de overkant werden we al opgewacht door de bewoners die ons hadden zien aankomen. Het bleek niet Lluscomayo maar een ander ‘plaatsje’ te zijn waarvan ik de naam ben vergeten. En de familie was zo gastvrij om ons zelfs onder het afdak direct naast hun huis te laten kamperen. Het is een bont gezelschap met twee varkens, kippen, hanen en vijf lieve hondjes die hier allemaal loslopen. En vanuit het huis horen we duidelijk cavia’s (“para comer?” “si, mi gusta!”) piepen! Het meest enthousiast over ons bezoek is het vijf jaar oude dochtertje dat niet bij ons weg te slaan is en eerst allerlei (van onze dure – voorzichtig!) spullen wilde onderzoeken en daarna wilde helpen met de tent opzetten en koken. Daaruit bleek duidelijk dat we niet de eerste waren die hier kampeerden! Af en toe moesten we een beetje uitkijken, zeker met de gasbrander, maar haar enthousiasme was leuk en het was grappig om te zien hoe ze met onze hoofdlamp op rondsjouwde. Ze wilde uiteraard ook wat van ons eten, maar grappig genoeg vond ze het niet lekker (mac&cheese + worstje). Tsja, het is natuurlijk ook geen gebraden cavia… Het was ook wel weer prettig toen ze naar binnen werd geroepen voor haar eigen eten (cuy?) en wij even rustig onze thee op konden drinken en ons klaar konden maken om de tent in te gaan!
image

image

Donderdag 6 november 2014
Dag 4
Mijn beide polsen zijn bestookt door beestjes en jeuken verschrikkelijk.
Vanochtend werden we wakker door kippen die rond de tent liepen en knorrende varkens. Toen we desondanks nog bleven liggen – vanaf 5.00 uur (zonsopkomst) is iedereen in de weer bij zo’n familie – kwam op een gegeven moment het meisje met speelgoed over de tent rijden en ‘subtiel’ fluiten en zingen – ze kwam nog niet uit zichzelf de tent in – en toen werd het wel een keer tijd om op te staan. Ik was weer veel wakker geworden en heb moeite met een houding vinden om in slaap te vallen. Ik ben jaloers op Lisa, die zo makkelijk steeds weer in slaap valt terwijl ik drie kwartier lig te wachten en uiteindelijk maar besluit op te staan. Toen het meisje hoorde dat we wakker waren kreeg ze door dat ze de tent in mocht en kroop ze naar binnen. Vervolgens heeft ze een tijdlang met Lisa’s telefoon gespeeld onder Lisa’s supervisie, waardoor ik in alle rust ontbijt kon maken, waar ze uiteraard weer van mee wilde eten. Eten lijkt erg belangrijk voor d’r, terwijl ze volgens mij thuis toch niets tekort komt. Inmiddels zagen we ‘groepen’ binnen druppelen in het weiland ernaast dat blijkbaar dat blijkbaar dienst deed als rustplaats (de familie verdient waarschijnlijk bij met de verkoop van frisdrank). Het was duidelijk dat het meisje (moeder: “ella sabe todo”, ik: “y ella quiere hacer todo”, “si!” – leuk gesprekje) niet wilde dat we gingen, want ze begon ons een beetje tegen te werken. Toen we duidelijk maakten dat we toch echt in moesten pakken, vond ze het niet leuk meer en ging ze koppig weg naar een van die groepen. Toen wij weggingen hebben we haar wat toffees gegeven (die ze gretig opat), maar haar ouders waren ineens allebei niet meer thuis, dus hebben we een briefje achter gelaten om te bedanken voor de gastvrijheid.
We vertrokken rond 10.00 uur en liepen nu aan de ‘goede’ kant van de rivier (waar dus de ‘echte’ trek loopt) en waar ik al bang voor was: een stuk moeilijkere weg om te lopen. Onze dure kaart liet ons in de steek en de boerderijen hadden opeens geen naambordjes meer, dus we hebben geen goed idee van hoeveel we gelopen hebben. La Playa was drie uur lopen en Lucmabamba vanaf daar twintig minuten, terwijl de afstand op de kaart 50/50 is. Doordat dit pad weer veel meer op een neer ging, had Lisa weer veel last van haar knie en kwam (ondanks een stok die we voor haar gevonden / gemaakt hadden) maar moeizaam vooruit. Ik liep ook niet erg lekker en het constante wachten op Lisa maakte het voor mij ook een erg onprettige wandeldag. Het zorgde er zelfs voor dat ik constant een beetje chagrijnig was. Daarom besloten we, na vijf uur gelopen te hebben (inclusief lunchpauze), bij Lucmabamba een taxi naar Santa Theresa te nemen en direct door naar de hotsprings daar in de buurt te gaan. Bij Lucmabamba (weer niet meer dan een boerderij, met dit keer wel weer een bordje) zat een jongen ook op een taxi (collectivo voor vier personen) te wachten. Hij had net als gids mensen daar in de buurt naar een lodge gebracht. Het was een heel aardige jongen, die ons onderweg nog vertelde welke soorten fruitbomen we onderweg allemaal tegenkwamen. En hij hielp ons in Santa Theresa naar de goedkope collectivo voor de hotsprings. Vanaf Lucmabamba hadden we ook de optie gehad om nog een bergje te beklimmen (een alternatieve route binnendoor naar Hidro Elektrika), maar dat was met Lisa’s knie geen optie en ik vond het ook wel prima om het niet zwaarder te maken dan nodig. We hadden wel gehoopt dan gewoon naar Santa Theresa te kunnen lopen, dus het was even een bittere pil (maar ook een opluchting) dat we de taxi moesten nemen.
We hebben wel nog een paar interessante dingen gezien onderweg. Vooral de papegaaien (kleine groene) vond ik heel leuk! Helaas konden we ze niet van dichtbij zien omdat ze allemaal (enkele tientallen) wegvlogen toen wij eraan kwamen – maar wat een kabaal maken die! Later hoorden / zagen (in die volgorde) we ze nog een paar keer overvliegen. Verder vond ik het leuk om zowel een duizend- als een miljoenpoot tegen te komen. Toch allemaal nieuw!
Door de taxi waren we wel lekker op tijd (16:15) bij de hotsprings. Snel onze tent opgezet, want we konden niet wachten om ‘t water in te gaan (na vier dagen zonder douche). De entree was maar 5 soles per persoon en voor kamperen hoefden we niets extra’s te betalen. Heerlijk dat er nog plekken zijn waar men niet probeert elke cent uit je zakken te kloppen! Het water was druk met veel toeristen vanuit de georganiseerde groepen die hier ook langs gaan. Eén daarvan (een stel met privé gids) heeft hier ook een tentenkampje staan, de rest ging begin van de avond weer terug naar Santa Theresa. Het water was echt hemels! Achterin het laatste bad zitten gaten, die aan de andere kant een warme douche vormen. En daarnaast loopt ijskoud water van de berg, dat ze zo hebben geleid dat het ook douches vormen. Die vond ik natuurlijk heerlij als afwisseling. Onze “wilderniswash” bleek het uitstekend te doen als shampoo en zeep, dus na afloop voelden we ons weer helemaal schoon! Ze hadden hier ook een terrasje bij en ik had erg veel zin in een welverdiend biertje. Ze hadden slechts nog liter-flessen en toen we ook nog een glaasje rum-cola van een Amerikaans stel (Austin, Texas maar anti-Bush) kregen, werd ik uiteraard even lekker aangeschoten. De ontspanning compleet! Ondertussen heeft Lisa mij wat massageles gegeven en ben ik er zowaar in geslaagd de spanning in haar kuiten wat te verminderen. Het bier en die ontspanning zorgden er wel voor dat we niet zoveel zin meer hadden in eten, dus stelden we ons tevreden met de paar wraps die er nog waren en een bus Pringles die we hier konden kopen.
Het enige nadeel van deze plek is dat er veel van die “midges” zijn (zoals in Schotland), soort vliegjes die naar steken en jeukende bulten achter laten die groter zijn dan de beetsjes zelf! En verder lopen er nog bijtende mieren. We hebben één mier over tafel zien lopen die echt eng groot was! Maar verder vergaten we bijna dat niet dit, maar Machu Picchu het doel van deze tocht is! Zo hebben we hier genoten. Al was het alleen al van het feit dat het hier niet meer zo afkoelt!
image

image

Vrijdag 7 november 2014
Dag 5
Gek van de jeuk en van de beestjes probeerde ik ´s ochtends een plekje te zoeken om te schrijven. Op een gegeven moment kwam er een jongetje naast mij zitten (zoontje van iemand van het personeel), die zich duidelijk verveelde en mij wel interessant vond. Ik besteedde niet heel veel aandacht aan ‘m, maar toch bleef hij om mij heen hangen, ook tijdens het ontbijt. Dat begon me steeds meer te irriteren (achteraf denk ik: ik had gewoon moeten zeggen dat we even rustig met z’n tweeën wilden ontbijten).
Lisa en ik hadden nog wel zin om even het water in te gaan en ondanks dat het bad officieel nog niet op was mochten we wel alvast in één van de drie baden als we opnieuw entree betaalden. Dat hadden we er wel voor over! We waren de eerste tijd de enigen in het bas, samen met dat jochie. Daar baalde ik een beetje van, want ik wilde even rustig badderen zonder elke keer aandacht aan zo’n kind te moeten besteden. Op een gegeven moment werd het wat drukker en kreeg ie gelukkig leeftijdsgenoten om mee te spelen. Toen Lisa en ik even naar de koude douche gingen, had ik mijn kleren laten liggen bij het bad en toen we terug kwamen was de knoop van mijn broekzak gerukt en het briefje van 50 sol weg! Omdat ik al wat chagrijnig (en moe) was, kon ik hier even slecht tegen. Het naarste is nog de machteloosheid. Je hebt geen idee wie het gedaan heeft (ik heb wel een sterk vermoeden) en hoe kun je dat checken? Ik moest het maar accepteren, wat na een tijdje lukte en vervolgens hebben we rustig de tent afgebroken en de tassen ingepakt.
We waren al een tijdje aan het wachten op een collectivo om terug naar Santa Theresa te gaan, toen we een hele familie in een pick-up truck (zo’n enorme Toyota met laadbak) zagen stappen, waarbij er gewoonlijk meerderen achterin de bak gaan staan. Wij vroegen of ze naar Santa Theresa gingen en of ze nog plek hadden en toen konden we gewoon mee achterin. Dat had ik natuurlijk altijd al eens willen doen en behalve het verplichte gesprekje in het Spaans over waar we vandaan komen, hoe lang we al in Peru zijn en waar we nog heen gaan, kostte het niets! In Santa Theresa hoefden we niet lang op een collectivo naar Hidro Elektrika te wachten. Grappig was dat de chauffeur zich eerst als taxi aanbood voor 20 soles, maar wij tegen de organisatie zeiden dat we om een collectivo hadden gevraagd, waarop de vrouw van de organisatie zei: “geen probleem, dan rijdt hij als collectivo voor 5 soles per persoon”. Voor de chauffeur (die minzaam instemde) vervelend, want nu moest hij op zoek naar twee andere personen die ook naar Hidro wilden. Voor ons het risico dat we daardoor extra lang moeten wachten. Eentje had ie snel gevonden, maar de laatste bleef uit en hij had blijkbaar geen zin of vond het niet luceratief om langer te wachten, dus nam z’n verlies en reed met drie personen naar Hidro Elektrika.
Vanaf hier liepen we (net als vele anderen, dus het begon heel toeristisch) de twee uur naar Aguas Calientes, een heel toeristisch plaatsje aan de voet van Machu Picchu; 99% van de bezoekers van Machu Picchu doen ook Aguas Calientes (zo genoemd vanwege de hotsprings die ook hier zitten, hoewel de officiële naam “Machu Picchu Pueblo” is) aan. De ligging is echter prachtig en in combinatie met de levendigheid geeft dat het dorpje (waar alle denkbare voorzieningen aanwezig zijn) absoluut een bepaalde charme. De route ernaartoe komt erop neer dat je twee uur langs de treinrails (en soms even eroverheen) loopt, maar de machinisten zijn dit gewend en rijden vermoedelijk de hele route met hun claxon ingeduwd.
image

Het is een prachtige route door een vallei, zoals een vallei bedoeld is: enorme bergwanden aan de zijkanten met een rivier in het midden en veel groen, vogels en bloemen daaromheen. We zagen weer papegaaien en dit keer konden we we ze beter bekijken; erg leuk om te zien!
Vervelend was wel dat ik opeens erg veel last van mijn nek en schouders kreeg. Hoe ik mijn tas ook afstelde, de pijn trok er helemaal doorheen, dus op die manier was het toch een lange wandeling vandaag. We hadden besloten dat we wel toe waren aan een hostel en waren dan ook erg blij met onze ‘echte’ bedden! Alleen hadden we geen energie meer om fatsoenlijk ontbijt te maken / halen en daar zouden we de volgende dag nog spijt van krijgen…
image

Zaterdag 8 november 2014
Dag 6, de dag van Machu Picchu.
Om 4.15 uur ging de wekker, want om 5.00 uur gaat de brug naar de trappen onderaan Machu Picchu open en je wil er zo vroeg mogelijk zijn om de drukte enigszins voor te zijn en met een beetje geluk de zon op te zien komen. Hiervoor was het vandaag te bewolkt / mistig, wel was het mooi om te zien hoe door de warmte van de zon de mist van onder de oude Inca-stad opsteeg en zo de prachtige omgeving rondom de ruïne werd bloot gelegd.
Wij waren keurig om 5.00 uur bij de poort en konden om 5.15 uur onze weg naar boven beginnen. Ik voelde meteen een soort competitie-element in dit geheel, terwijl er eigenlijk niets te winnen valt. Je hebt je kaartje al (wij hadden die de dag ervoor in Aguas Calientes gekocht) dus je kan gewoon naar binnen, hoe laat je ook boven bent. Van alle verhalen dat alleen de eerste zoveel kaartjes kregen of dat je snel moet zijn om bepaalde delen in te mogen, was weinig waar. Het enige dat daarvan klopt is dat er een beperkt aantal kaarten is voor de “Wayna Picchu” berg, maar die waren al een maand van tevoren uitverkocht (en worden volgens mij opgekocht door alle tour operators), dus daar helpt weinig snelheid tegen. Toch gingen we dus fanatiek van start, maar al snel vond Lisa het te snel gaan en deden we het wat rustiger aan. Voor velen was het nog steeds erg zwaar, maar ik vond dit rustige tempo wel lekker en ging zo eigenlijk op mijn gemak naar boven. Misschien toch een stuk prettiger dan op wedstrijdtempo!
image

Lisa vond het zwaar, maar het maakte de beloning wel extra groot toen we na 50 minuten traplopen boven bij Machu Picchu aankwamen. Een bijzonder moment, zeker voor Lisa, want ze had hier al zo lang naar uitgekeken!
image

Daar aangekomen konden we in de rij aansluiten achter alle mensen die met de eerste bussen naar bover zijn gekomen: de LUIE mensen. Ondanks dat de rij al best lang leek, was het inderdaad nog lekker rustrig toen we eenmaal binnen waren. Het is groot, dus de mensen verspreiden zich snel. Het viel ons een beetje tegen hoe weinig informatie we kregen uit het foldertje (voor zo’n duur kaartje hadden we wel wat meer verwacht – maar nee, je moet overal nog weer extra voor betalen) en vroegen ons even af of we toch geen gids hadden moeten nemen. Maar het was ook wel lekker om op ons eigen tempo rond te kunnen lopen en de indrukwekkendheid van het geheel – de grote hoogte, de constructies die gebruikt zijn (de hoeveelheid stenen alleen al), de lama’s blijven toch ook leuk, en die onoverwinnelijkheid die het uitstraalt (bestaat er een meer onneembare vesting?) – in je op te kunnen nemen.
image

Wij hadden wel extra betaald om toegang te hebben tot “Machu Picchu Mountain”, vanwaar je van bovenaf op de stad neer kunt kijken (en uiteraard een prachtig uitzicht hebt over de omgeving). De klim naar de top zou nog eens anderhalf uur traplopen betekenen en we merkten al snel dat we daar totaal geen zin meer in hadden en bovendien begon Lisa’s knie weer op te spelen. Gelukkig hadden ze op meerdere plekker uitzichtpunten gecreëerd, waardoor we toch een mooi beeld van bovenaf op Machu Picchu hadden (en Aguas Calientes konden zien liggen), zonder dat we ons volledig hoefden uit te sloven – wij hadden onze portie inmiddels wel gehad.
image

Uiteindelijk waren we er toch een klein uur mee zoet voordat we weer ‘beneden’ waren.
We hadden toch zo’n vijf uur lang van Machu Picchu genoten voordat we aan de weg terug begonnen, waar we langer over deden dan heen vanwege Lisa’s knie. Terug in Aguas Calientes zijn we het eerste de beste restaurant in gegaan aangezien we de hele ochtend enkel op één broodje met avocado en water hadden geleefd. De rest van de dag heerlijk rustig aan gedaan en zelfs nog even in slaap gevallen ‘s middags. Ondertussen krabben we onszelf een ongeluk en zien onze benen wit van de Nestosyl (en het bed inmiddels ook want dat spul geeft af!). Zelfs een ijskoude douche – de warme kraan gaf weer eens geen sjoege – helpt niet meer tegen de jeuk! Morgen weer terug naar Cusco; weg van alle beestjes en even een paar dagen flink bijkomen!

Zondag 9 november 2014
Dag 7
Vanochtend op tijd opgestaan om eieren te koken met ons gasbrandertje op de hotelkamer, aangezien ontbijt hier duurder is dan een gemiddeld diner ergens anders. Toen de twee uur teruggelopen langs de treinrails naar Hidro Elektrika. Dit ging vrij soepel. Lisa begon haar knie tegen het einde wel te voelen en ik had wel een beetje last van één schouder, maar lang niet zo erg als tijdens de heenweg.
Bijzonder was – iets waarvan we ons tijdens de heenweg helemaal niet bewust waren – dat we in feite met een grote boog om Machu Picchu heen liepen, waardoor we het tijdens grote delen van de tocht konden zien liggen! We hebben ons een deel van de route vermaakt (of gefrustreerd) met het zoeken naar de ‘inca-brug’ waar we gister heen gelopen waren (en die iets verderop van het Machu Picchu dorp op ongeveer dezelfde hoogte ligt). Tegen het einde konden we eindelijk iets onderscheiden wat ons tevreden stelde in dat ie ongeveer daar moest liggen. Verder werden we de hele route begeleid door een geluid als dat van een boormachine of cirkelzaag. Gister tijdens de afdaling van Machu Picchu hadden Lisa en ik al de discussie of het krekels (Lisa) of dat het arbeiders beneden bij de spoorrails (ik) waren. Tenzij ik vol wilde houden dat er overal in de bossen onzichtbare mannetjes zaten te knutselen (wat ik heus wel even geprobeerd heb), moest ik toch toegeven dat Lisa waarschijnlijk gelijk had. Lisa wreef dit nog even lekker in door elke keer als we een krekel hoorden, te zeggen: “Hey, daar heb je weer een Inca mannetje met een drilboor!”. Maar toch vind ik dat het niet gezond kan zijn dat een dier zo’n geluid kan produceren!
De allerlaatste meters (een soort trap naar beneden waarna we nog twintig vlakke meters van de taxi’s naar Santa Maria verwijderd waren) bleken overigens nog bijna te veel! Ik gleed even weg met één voet (dat was niets nieuws), verloor toen mijn evenwicht, kon dat opzich met een hand herstellen, ware het niet dat mijn backpack besloot een short-cut naar beneden te nemen en mij daarbij mee te nemen. Een heel eng moment volgde, waarin ik besefte dat ik zonder enige controle achterover naar beneden viel… De boosdoener bleek ook de reddende engel: ik landde op mijn backpack, die gelukkig een meter later besloot te blijven liggen. Ik lag hulpeloos ondersteboven op mijn rug en had Lisa’s hulp nodig om mijn backpack los te maken. Zij had alles horen gebeuren, maar niets gezien, want ze nog om een hoekje. Voor haar waren het dus misschien nog wel engere momenten. Ze kwam zo snel aangelopen dat ze en passant nog even op mijn hand ging staan, waarna ik het pas echt uitschreeuwde – meer van de schrik dan van de pijn. Een paar schrammen op mijn elleboog en een wat gevoelige hand waren gelukkig de enige schade. Toen we langs de kraampjes van Hidro Elektrika liepen, boden twee mannen ons een fatsoenlijke prijs voor de rit naar Santa Maria als we even zouden wachten totdat zij hun lunch op hadden. Ondertussen kwam daar toevallig een Deens koppel aangelopen dat wij hadden leren kennen in de bus van Nazca naar Cusco en zij sloten zich bij ons aan. Toen onze chauffeur weg wilde eigen echter, werd hij geblokkeerd door een andere chauffeur. Toen hij verhaal ging halen, was de Deense jongen er als de kippen bij om te horen waar het over ging en zich er desnoods mee te bemoeien. Terwijl wij zoiets hadden van: we zien wel hoe het loopt. De Deen wist ons te vertellen dat (voor zover hij het begreep) het erop neer kwam dat onze chauffeur een beunhaas was en de chauffeur die ons blokkeerde een officiële taxichauffeur was die vond dat hij het recht had om ons te vervoeren. Ergens sympathiseerde ik wel met deze officiële chauffeur, maar we hadden een deal met de andere. Dus we vonden dat zij het maar moesten uitvechten. Zo niet de Deen. Terwijl de twee chauffeurs buiten ruzie stonden te maken, kroop hij achter het stuur – onder luid protest van zijn vriendin en Lisa (ik vond het en belachelijke en onverantwoorde actie, maar ergens ook wel weer vermakelijk) – een reed de auto langs die van de taxichauffeur. Onze chauffeur was duidelijk alles behalve gecharmeerd van deze oplossing, maar hij beëindigde zijn ruzie en reed ons naar Santa Maria zonder er verder iets over te zeggen. In Santa Maria moest er even onderhandeld worden en uiteindelijk zouden we voor 20 (ipv 25) soles per persoon naar Cusco worden gebracht en daar worden afgezet op de Plaza de Armas (het grootste plein van iedere stad). Tegen het einde van de rit werden we gevraagd te betalen en wilde der chauffeur, die zelf niet de onderhandelingen had gedaan, alsnog 25 per persoon hebben. Gelukkig had ik 40 gepast en maakte ik hem duidelijk dat dit de afspraak was en dat accepteerde hij. Maar uiteraard konden weer het vergeten om op de Plaza de Armas te worden afgezet. Gelukkig vonden we vanaf het collectivo-station snel een (inofficiële) taxi die ons perfect bij ons hostel afzette. Daar vonden we keurig onze spullen terug waar we ze hadden achter gelaten. Er was alleen geen privé kamer vrij dus moesten we op een dorm liggen, maar met de belofte dat we de volgende dag weer in ‘onze’ kamer konden. We hadden niet gereserveerd dus waren daar allang blij mee. Het leukste van terugkeren in het hostel was om verschillende mensen terug te zien die we vorige week hadden leren kennen en allemaal op hun eigen manier naar Machu Picchu waren gegaan. Een erg warm onthaal en erg leuk om ervaringen uit de wisselen!
Einde dagboek

De afgelopen dagen hebben we gebruikt om flink bij te komen en te bedenken waar we nu heen willen. We beseffen ons dat er nog veel meer te zien en te doen is in Cusco en omgeving, maar voor ons is dit even voldoende en we voelen ook de drang om weer verder te gaan. Stiekem hebben we elkaar beloofd dat we hier ooit nog een keer terug komen en dan de dingen doen waar we nu niet aan toe gekomen zijn!

Veel liefs van ons!
image

Advertisements

Nazca

Standard

As you might have noticed, we´re spending some time updating the blog. We´re about to leave Peru and thought it appropriate to have our blog up to date 🙂 

I miss a good hot chocolate with whipped cream. It´s cloudier and colder here in Cusco. I imagine everyone at home drinking hot chocolate, a popular drink in autumn and winter. (I´m not even going to start talking about my longing for chocolate pepernoten). We have some nice news, A friend has decided to come and visit us in Februari. We´re going to meet up with Steven in Buenes Aires and head north! (before I allowed him to come we had a small discussion: How many kilos of chocolate pepernoten will he be able to bring in his suitcase?)

It´s a bit of a rainy day here in Cusco and I just had a lousy and overpriced chocolate con leche. It was just powder and hot water. With a heap of sugar in it, it turned out to be drinkable. I can now settle down and tell you about Nasca, or Nazca. I´ve seen it written with both an s and a z so I´ll use both 🙂

Nazca

As soon as I read about Nasca in our guide I knew I wanted to visit it. The words long lost ancient civilisation, Animal hieroglyphs and desert certainly had an alluring effect on me. I think I might have heard of the Nazca lines before, because it didn´t seem as new to me as to Sander. Nazca lies south of Lima, a ´short´10 hours ride by bus. It´s surrounded by reddish desert even though it’s only about 15km inland. Don´t imagine a flat desert, think hills and the largest sanddune in the world desert. It´s one of the dryest places on earth. The Rain season lasts 7 hours and there is hardly any wind. These two factors combined are probably the reason that the Nasca lines are still visible. What are the Nazca lines you ask? Well, they´re lines, running through the desert. What´s special about them? well…

After arriving in Nazca, we made our way to our hostel (I´d gotten a good deal online) which was on the outskirts of town. soon after arriving a touroperater showed up. The best way to see the lines is to fly over them, which we both wanted to do.(you can´t see the lines from the ground) I was quite vexed when we found out it would cost about a 100 dollars(!) per person to fly the lines.(a flight only lasts about 30 min.) We couldn´t afford it. The touroperater told us that prices had inflated a lot in the past 3 years, it used to be around 50 dollars. Tourism can really ruin things. The only other way to see the lines is to climb the mirador, a tower built next to two of the lines. You could take the bus there, but we decided to book a tour. A guide could tell us a lot more about the lines and their origins and I must admit, I was quite curious. We also booked a tour for Chauchilla cemetery. We´de booked both for the next day. (I think we paid 160 sol in total, that´s about 55 dolars) When the next day came though, the owner of our hostel got a call from our touroperator. We weren´t able to visit Chauchilla cemetary that morning. He asked if it would be okay to rebook tomorrow. grudginly we accepted (we could have slept longer). We would still be able to visit the Nasca lines mirador that afternoon.

Now Sander has a small confession to make to his friends. At our farewell party he received an MP4 player. He was very happy with this gift because he could upload and listen to all his music. In our second week of travel however the MP4 player jiggled out of his pocket during a busride. We realised too late and Sander´s MP4 player has been lost to us ever since. He´s been forced to listen to the happy cheery jolly latino american busmusic (I can just zone out, he can´t). You might have picked up his opinion about busmusic in other posts. Seeing as we don´t have a laptop with us, buying a new mp4 player would be useless because we wouldn´t be able upload music. So we derived another plan, we would roam streets and stores in search of a discman! (there are CD´s sold nearly everywhere here). where we failed in Lima, we succeeded in Nazca. We found a store selling random stuff and there it was, a discman. When we tried to buy it however it didn´t work. The owner told us to come back tomorrow, he´d have another. So that´s what we did when our morning tour dropped. We returned to the store and Sander paid a pricey 150 sol for a working sony discman. He was very happy, even though we only had one CD. ( which we had bought in Lima, a couple of students were playing some great covers on the street and we bought their CD).

The Nazca lines

In the afternoon we were picked up at our hostel by our tourguide. He led us to a hill from which we could see a lot of perfectly straight lines running towards other hills or the horizon. He explained how the lines were made. The top layer of the nazca desert is made of iron-oxide pebbles and sand (explaining the reddish colour). If you remove the top layer, a whitish layer reveals itself underneath.
image

There are a few theories as to why the lines were made. They might be big astronomical calenders. Quite a few figures and lines are alligned to either the summer or mid winter soltice. But most theories agree that they had a great religious importance. The lines are dated around 400-600 AD. It is thought that the Nazca´s walked the lines as a sort of prayer for rain. Some of the animal lines are really big (200m long).

image

The hummingbird

It´s thought they were made so big so the gods up in the sky could look down and see them. we visited the Mirador after and were able to see figures, the frog (which looks more like a chicken) and the tree.
image

I wonder how they were made so correct. they must have used mathematics, that or been able to fly. They remind me of the modernday cornfield patterns in the U.S.A. I wonder how people can get those patterns perfectly aligned. I´ll add a few pictures from google too, so you can get a bit of an idea about the different lines. What´s fascinating is that all the patterns are made out of one continous line. If you would walk a pattern, you´d end where you started. The old Nascans also played instruments whilst walking these lines.

next we visited the Maria Reiche Museum(a german mathematician and archeologist). Although Maria didn´t actually discover the first lines, she´s certainly the reason they are still there now. She spent 15 years in the Nazca desert studying and discovering new lines. She didn´t tell anyone what she was doing. Locals declared her crazy for she was often seen with a broom, sweeping the desert. They didn´t know anything about the lines until Maria started to talk 15 years later (when government plans threatened the lines). She spent her life protecting and investigating the lines. Some people think Maria actually made the lines. Funny coincidence: the figure of the monkey has a finger missing on one hand. Maria Reiche also missed a finger on one hand. (which feeds to the maria made the lines theory)
image

Sander gave another version: He imagined an agitated Maria Reiche sweeping out one of the fingers on the monkeys hand so she could identify more with it, or as a sort of autograph. Whatever the reason, The lines are impressive and I´m glad they´re still there.
image

This mummie was found in Nasca and is quite well preserved. Interesting is that she has tattoos on her arms, thought to identify with the Nasca lines.
They had some skill with pottery too! Being one of the first civilisations using bright and different colours for pottery
image

After the museum, (in which you learn of the life and work of Maria Reiche) we went and visited the palpa lines. These are different from the Nasca lines. They´re set into a mountain instead of the ground. They also depict skulls and Shamans.
image

Chauchilla cemetery

The next morning we did get the postponed trip to the Chauchilla cemetery. This time with a different guide. The cemetery is a 30 km drive from the city and lies next to a small oasis. It was discovered in the 1920 and is an important archeological site for Nasca culture.
image

The oldest mummies here are thought to date back to 200 AD. Thanks to the extreme dry climate in Nazca and the early Nascan mummification techniques, the mummies are extremely well preserved. However, when the cemetary was discovered by western civilisation graverobbers had already done quite a lot of damage. They had scattered mummies, pottery and bones all over the place and walking around you could still see an odd fragment of pottery or a bit of cotten or bone lying around. The mummies though had been replaced in their tombs, which were made of mudbrickwalls and sit there staring at you as you walk by.
image

Our guide told us that in those days people didn’t really grow old. 35 was an old person. Nasca wasn’t really a healthy place to live, the heat, the sun, nearly no food or water. Fish and shells were bought in from the sea, but all the mummies were found to be malnourished. Just walking from grave to grave in that sun and with the Sand felt like an effort. So why did the people stay? Nasca and surroundings is thought to have been an extremely important religious site to ancient peruvian civilisations. Religion was of course, an extremely important factor of life in those days, so maybe that’s why they stayed. Chauchilla cemetery was used for about 600 years. The mummies are still wearing their burial clothing.
image

What suprised both me and Sander was the length and thickness of the hair on the mummies. perfectly preserved, these mummies would put any shampoo add to shame. There were quite a few baby mummies and infant mummies too. Just like in Chacha, these mummies were buried in the fetal position, facing east.
I did wonder, looking at these long deceased people, if they had any concept of what would happen to them. Did they know that they would stay this well preserved for over a 1000 years? A strange fate, to be robbed of all your precious possession and then to be showcased to curious tourists from all over the world.

Driving back to Nasca (with a quick stop at a pottery shop, alas no room in our backpack) our guide tipped us on the Nasca lines hotel swimming pool. We didn’t have any plans for that afternoon and our bus to Cusco wasn’t leaving until the evening. We quickly decided that a dip into a pool would be just the thing for us. We lazed around and read the afternoon away. At night we boarded our bus to Cusco, which took 17 hours instead of the 15 promised.

Oh on our first night in Nasca, as we were heading back to our hostel a procession passed us, brass band, priests, incense and a neon lit Jesus Altar. It was a sort of public sermon. The procession stopped right in front of us and an suv with 3 great speaker strapped to its roof started blering out some sort of mass. After saying spiritus sanctus a certain amount of times, everyone started to move again and the band started playing. Religious processions happen quite often and seem to be an important part of life and culture here.
I quite liked Nasca, it’s a nice friendly, but quite touristy, little town.

We enjoyed our stay in Nasca, But are really looking forward to Cusco, and it’s environs 🙂
image

love, Lisa and Sander

Lima

Standard

I have written this post in English, especially for my mother in ‘law’ (mother in ‘commitment’ might be more accurate) whom I’m giving a hard time posting all the Dutch texts for her to translate, that I have posted lately and am about to post in the near future. Thanks Jill, we really appreciate it!

The 25 hour bus trip from Tarapoto to Lima was our first journey by night bus. Lisa experienced trouble sleeping in the riding (and sometimes sharply turning) bus, while I, however, had expected much worse and got some decent hours of sleep. My legs even had much more space than I had expected. Lima, once the capital of the Spanish colonists, is a gigantic city with more than 7 million inhabitants. It has a lot of quarters where there is nothing interesting for tourists and even unsafe, while the interesting quarters for tourists can be counted on the fingers of one hand.
We had a nice time in Lima, where we were staying in a nice hostel with a good atmosphere and a lot of space (kitchen, living room, garden). Our hostel was located in the quarter “Miraflores”, the most turistic quarter, which extends to the coast line of the Pacific Ocean. Around here everything is very modern and safe, even at night. And on the cliffs along the coast there is a very nice path for walking, running and cycling connecting several parks. We enjoyed a bit of the modern life around here. Lisa enjoyed the (relatively) many vegetarian restaurants, one of them located in an old train wagon; a cosy place but sadly with disappointing food. Another one is located in a yoga centre (we had to ring the door bell) and is run by a enthusiastic young man who likes to experiment and had difficulty hiding his pride in his creations. And yes, it was good.
image

One day we visited the “centro histórico” with its colonial plazas which are nice but more or less the same everywhere. We have to admit though that the size of the main square impressed us.
image

We visited a Franciscan church with an interesting underground tomb system. Nowadays bones and skulls are distributed over the graves and giants wells and being displayed in categories: skulls by skulls, hips by hips, small bones by small bones. Aan estimation of 2500 bodies have been buried in that place and most of the remains should still be present. Unfortunately our guide was not very good (he rushed his tour and his English was hard to follow) and therefore it turned out to be a bit disappointing, but nevertheless still worth it. After that we made sure to be in time to see the “Changing of the Guard”. One remarkable aspect of this ‘changing’ was that after the disappearing of the ‘old’ guard, no fresh ones turned up! Everyone seemed satisfied and moved on, while we, for minutes, refused to go in awaiting of the replacement. Apparently that building is not that important and are the guards just for show during the day!
We ended this Limas highlight: the fountain park. This park contains 13 different fountains. There is an impressive classic round fountain with in the middle a jet of water which at some points reaches a height of 80 metres! Another fountain consists of ‘arcs of water’ in a row under which you could walk from one side to the other; a very cool experience.
image

Also there is a more widely stretched (over 120 metres) arrangement of fountains which are programmed to music. On one of them, a fan-shaped fountain, a movie (mainly showing dancers and typical light show stuff) is projected.
image

All very original, creative and not in the least enjoyable. I never expected it to be that entertaining!
As I said, we did enjoy our time in Lima. It was very relaxt. In our opinion it is a nice city to start or end your trip or, as in our case, to visit it along the way. But it does not have any ‘must sees’ like other parts of Peru. For instance Nazca, which was our next destination…

Lots of love from us!
image

In Iquitos

Standard

Nadat we de volgende ochtend (woensdag 15 oktober) ingecheckt waren in het iets duurdere, maar nog steeds betaalbare El Kolibri, waar we een privé kamer met eigen (warme!) douche hadden, ging het makkelijker om de stad te accepteren zoals die was. Na een dag werd ook het vele aanspreken op straat (“taxi?” “jungle tour?”) veel minder, dus dat scheelde een hoop irritatie. Alleen de prijzen in deze stad bleven relatief hoog, dus dat was regelmatig nog een heikel punt. Afgezien van twee avonden Ari’s Burgers (uitgebreid assortiment, waaronder het goedkoopste drankje: een kokosnoot met een gat erin en een rietje erdoor) hebben we elke avond relatief te duur, maar wel heerlijk gegeten. Ik heb zelfs een keer alligator-nuggets geprobeerd, die prima bevielen. Het was een soort kruising tussen calamares – de gefrituurde inktvisringen – (qua structuur) en kip (qua smaak / bite).

We voelden ons toch al snel weer aardig thuis in onze kamer, waar we veel tijd doorbrachten doordat het buiten zo warm was. De koelte van onze ventilator scheelde enorm en de warmte zorgde ervoor dat we weinig energie hadden. Of was dat toch ook een beetje een bijwerking van de anti-malaria tabletten? We gingen uiteraard elke dag wel even naar buiten. Iquitos heeft wel een aardige boulevard langs de prachtige uiterwaarden van de rivier. We hebben daar meerdere grote, prachtig gekleurde leguanen in de bomen gezien! Grappig was dat ze gewoon gras aten. Wel werden we een beetje verdrietig van de hoeveelheid rotzooi die je langs de gehele boulevard zag liggen als je over de balustrade keek. Verder lagen hier ook de populaire restaurants, waar zich de aan Ayuhasca verslaafde Amerikaanse hippies verzamelden. Ayuhasca is een ceremonie waarin door middel van sap uit de San Pedro cactus een bepaalde extase wordt bereikt. Het staat altijd onder leiding van een sjamaan en heeft van oorsprong een religieus karakter. Maar wij kregen de indruk dat het steeds meer een manier voor toeristen geworden is om legaal drugs te kunnen gebruiken.

Die vrijdag zijn we wel actief geweest. Eerst gingen we naar een opvangcentrum voor “manatees” (“lamantijnen” in het Nederlands), waar we een beetje een karige rondleiding kregen. Het meisje sprak Spaans, maar wilde graag Engels leren, dus de helft van de tijd waren we haar taalles aan het geven. Maar het was absoluut bijzonder om deze aparte waterzoogdieren (blind en tandloos – mooi staaltje evolutie) te zien, aaien en te voeren. En we konden ons vinden in de wat hoge toegangsprijs als het centrum dat nodig heeft voor het goede werk wat ze doen. 
image

image

Daarna gingen we eigenlijk per toeval door naar een strandje aan een laguna waar we weer meer entree moesten betalen dan we eigenlijk hadden gepland. Maar de zon scheen volop, dus het was lekker om even in ons ondergoed af te koelen in het water. Opvallend was dat er maar weinig mensen in badkleding waren en voornamelijk in hun gewone kleding (spijkerbroek) het water in gingen. Apart fenomeen.
Bij het strand was een dierentuin en we dachten aanvankelijk dat we daar geen tickets voor hadden, maar ofwel het zat bij de prijs in, ofwel het werd niet gecontroleerd. De roze Amazone-dolfijn was leuk omdat die ons nat maakte door een zwemvest over de rand te gooien, waarop ik ‘m weggooide en hij het ding ‘apporteerde’. Leuk om toch nog een dolfijn te hebben gezien en er zo dichtbij te kunnen, ook al is het dan in gevangenschap – tegelijkertijd hadden we medelijden met het extreem sociale dier omdat het in zijn eentje in een bassin zat. Sowieso zat een deel van de dieren in kleine, maar vooral ook saaie hokken, dus dat was minder leuk om te zien. Maar alles bij elkaar was het een leuk gevulde dag. De terugweg ging weer met de bus – weer een bijzonder geval met een of ander systeem met uitlaat (hopelijk niet dé uitlaat) in de bus zelf achter de chauffeur en de hele tijd vrolijke up-tempo muziek. We hadden alleen niet door waar we eruit moesten en kwamen er op een gegeven moment achter dat we al veel te ver waren. Toen maar weer een moto-taxi terug genomen. Daarmee kom je altijd (hoe slecht deze ook klonk) thuis!
image

image

Zondag gingen we via bus en collectivo-boot naar een haventje een paar kilometer verderop aan de overkant van de rivier. De boot werkt hetzelfde als zijn rijdende equivalent: hij vertrekt als hij vol zit. Alleen is het bij de boot, die gewoon twee lange banken aan weerszijden heeft, wat minder duidelijk wat ‘vol’ precies inhoudt. Dit leidde dan ook tot wat opstandigheid onder een aantal lokale medereizigers die vonden dat het wel een keer tijd werd om te vertrekken. De medewerker bleef even koppig, maar toen er nog één iemand bij was gekomen moest hij daar maar genoegen mee nemen en bezweek hij dus in feite onder de druk. Ik vond het al leuk om nu ook zelf in zo’n lange, smalle boot te zitten die we onderweg zo vaak om ons heen hadden gezien. En zo laag op het water zitten vond ik ook heerlijk. Aan de overkant lieten we de moto-taxi’s voor wat ze waren en zijn we lopend naar de “animal orphanage” gegaan. Leuk dat dat zo soepel ging; om een keer geen taxi’s nodig te hebben. De orphanage was leuk en boeiend. Een Engelse jongen die daar als vrijwilliger werkte, leidde ons rond, dus we konden het een keer echt goed volgen en vragen stellen die begrepen werden. Het was heel cool om lui-aards (inclusief een baby!) te zien (die we bladeren mochten voeren – ze zijn wel echt sloom zeg!) en de roodhoofdige aapjes die los rond liepen zorgden voor vermaak. De capucijneraapjes zaten wel achter slot en grendel aangezien deze ooit tot een straatbende hadden behoord en getrainde zakkenrollers zijn! De jaguar, waar het daar allemaal mee begonnen was, was ook erg indrukwekkend en werd voor onze ogen gevoerd. Het is erg zonde dat de eigenaresse wordt tegengewerkt door de Peruviaanse overheid bij het terugzetten van dieren in de natuur. Ze heeft zelfs een keer een dikke boete gekregen toen ze zonder vergunning een aantal slangetjes had vrijgelaten. Maar voor ons was het leuk om dieren te zien die specifiek zijn voor de regio.
image

image
image

Op maandag 20 oktober zijn we ‘s ochtends nog even naar Belèn gelopen; een wijk met een grote markt die een deel van het jaar gedeeltelijk onder water staat. De markt was inderdaad groot en authentiek. Het water stond echter nog niet hoog genoeg om het land onder de huizen onder water te zetten – het regenseizoen is pas nét begonnen – maar toch waren al die huizen op palen bij elkaar een apart gezicht.

Daarna nog even haasten om op tijd de kamer af te zijn en toen naar het vliegveld. Behalve dat het vreemd was dat ze onze ‘ruim’bagage van tevoren met de hand controleerden – wat ze overigens belachelijk slecht deden, alleen een beetje bovenin de backpack voelen; maar misschien was het enkel om levende dieren op te sporen – verliep alles soepel. Verder was opmerkelijk dat we twee cola hadden gedronken bij een restaurantje en dat toen de check-in open ging, we vergeten zijn te betalen. Ach ja, Iquitos had genoeg aan ons verdiend! We hebben overigens daarna nog een hele tijd daarnaast op een bankje gezeten en niemand van het personeel die naar ons toe kwam.
We beseften ons inmiddels wel dat we achteraf toch beter een vlucht naar Lima hadden kunnen boeken omdat we gezien de tijd nu hadden besloten een deel van Noord-Peru over te slaan en direct door naar Lima wilden. Extra zuur was dat onze landing op Tarapoto (slechts een uurtje vliegen; ook een aparte ervaring) slechts een tussenstop op weg naar Lima was. Maar wij hebben dus de nacht in Tarapoto doorgebracht om de volgende dag op de bus naar Lima te stappen…

Zie volgende post….

image
Sanders gezicht zegt hier: geen foto’s maken op een vliegveld!

Liefs van ons!

Iquitos per boot!

Standard

Zoals Lisa al vertelde hadden we het idee opgevat om per boot naar Iquitos te gaan. We wilden eigenlijk niet per boot ook weer terug en de enige andere optie is vliegen, maar dat leek allemaal erg prijzig. Toch, nu we zo dichtbij dit avontuur leken te zijn en er bijna aan roken, wilden we ook niet meer terug. We vonden een betaalbare vlucht van Iquitos naar Tarapoto, waardoor het plan definitief werd! Toen begonnen de voorbereidingen: collectivo naar Tarapoto reserveren, eieren kopen en koken als aanvulling op het waarschijnlijk beperkte eten wat ons te wachten zou staan en nog wat skypen en whats-appen voordat we een paar dagen van de radar zouden verdwijnen.

De dag erna (zaterdag 11 oktober 2014) om 6.30 uur met de collectivo naar Tarapoto in een rit van meer dan 7 uur. Nu waren we lange busritten wel gewend, maar dan met normale bussen. In de collectivo’s worden zoveel mogelijk mensen gepropt en de busjes zijn niet gebouwd op westerse beenlengtes. Tijdens de tweede helft van de rit werd de warmte steeds groter. Wij hadden weer eens geen eigen raam en degenen voor ons hielden blijkbaar van rijden in een stoomcabine. De belachelijk luide radio (met de luidspreker onder onze bank) stond op de Peruviaanse radio 1 (voor je gevoel dus gewoon mensen die in je oor staan te blèren), wat nog erger was dan de dramatische muziek van de eerste paar uur. Toen we eenmaal in ons hotel in Tarapoto waren, probeerde de eigenaresse ons ervan te overtuigen dat er op zondag geen boten naar Iquitos zouden vertrekken, dus dat we net zo goed een nacht langer bij haar konden blijven of op zijn minst ontbijt konden afnemen. We hebben al onze Spaanse zinnetjes (“queremos tratar”, “vamos a esperar”, “vamos a Yurimaguas a las 6 de la mañana” “quizas ya podemos comprar pasajes”, etc) uit de kast moeten halen totdat ze zich er eindelijk bij neerlegde en ons maar een taxi (collectivo voor 4 personen – wij werden opgepikt bij het hotel, maar moesten vervolgens wel bij het busstation wachten tot de chauffeur twee andere reizigers had gevonden) naar Yurimaguas aansmeerde, waarna wij nog even de stad in zijn gegaan om nog wat spullen in te slaan (eten, rum en hangmatten!).
En die avond zijn we gestart met het slikken van malaria-tabletten. We waren wel wat angstig voor de bijwerkingen (diarree bijvoorbeeld, met het oog op de boottocht), maar die bleven eigenlijk volledig uit.

De volgende ochtend vroeg werden we in 2 uur naar Yurimaguas gereden met een erg luxe auto: videoclips op het radioscherm – nadat weliswaar de verbinding met de kerkdienst te slecht was geworden; eerst bidden, dan rock ‘n roll! – relatief goede muziek dus ook, eindelijk!
In Yurimaguas werden we opgewacht door Winston met zijn tuc-tuc (en 10 van zijn concurrenten), die ons ook vertelde dat er geen boten op zondag vertrekken, maar die na enig aandringen wel behulpzaam bleek en ons toch naar de haven reed om te kijken wat de mogelijkheden waren. Eenmaal in de haven sprong er meteen een mannetje achterop de tuc-tuc, die wél een boot wist die die dag vertrok. Hij nam allebei onze backpacks op zijn rug en regelde uiteraard alles voor ons, waarna ie uiteraard om een fooi vroeg (5 sol vond ie te weinig, dus dan maar 10… achja, hij had goed geholpen). Op zijn advies hebben we 4×7 liter water ingeslagen, dus dorst zouden we niet krijgen. Ook hebben we extra betaald voor een cabine, waardoor we een stapelbed hadden voor ‘s nachts en tenminste een afsluitbare ruimte, wat een stuk ontspannener gevoel gaf.
image

Eenmaal een beetje geïnstalleerd op de boot ben ik een dagboekje gaan bijhouden. Deze neem ik hier over om jullie een beeld te geven van onze beleving van deze 3-daagse bootreis.

Zondag 12 oktober 2014, 15.00 uur
Nu sinds 10.30 uur aan het wachten op vertrek. Het is warm, maar er is schaduw en een licht (af en aan) briesje. Onze hangmatten hangen goed en voorlopig is het nog totaal niet druk.
Toen we de boot op liepen vielen ons meteen de vele, dode, grote, dikke, zwarte torren op, die over het dek verspreid lagen. Dat belooft wat voor vanacht! Verder kruipen er wat maden over het dek, maar na wat vegen – eerst door mijzelf omdat ik toch niets te doen had, meteen daarna nog door een bemanningslid – ziet het er alweer een stuk frisser uit.
Achterop de boot staan al vanaf het moment dat wij aankwamen enkele tientallen (misschien ga ik ze uit verveling nog een keer tellen) koeien tussen hekken; arme beesten in de volle zon, zo dicht op elkaar zonder gras en met zeer beperkt water.
Een paar uur geleden kwam de boot plotseling in beweging, om vervolgens een paar meter op te schuiven en weer aan te meren. Duidelijk was dat daarmee een betere aansluiting met de kade was bereikt, waarna er een Toyota stationcar (gewoon een personenauto) opgereden kon worden. Die staat nu dus naast de koeien.
Toen ik net keek waren nog steeds mannen zakken met inhoud (rijst?) naarbinnen aan het sjouwen, waarbij de auto dusdanig in de weg staat dat het inbraakalarm (wat voor ons inmiddels een vertrouwd geluid is) al een paar keer is afgegaan. Mijns insziens was het handiger geweest om de auto als laatste op dek te rijden, maar dat zal wel te simpel gedacht zijn!
Inmiddels denk ik te hebben gelezen (op een bord achterop de boot) dat we om 17.30 uur vertrekken. Ben benieuwd!
De boot naast ons is bezig houten planken (uit het regenwoud?!) uit te laden (allemaal met de hand) en lijkt in 4 uur nog niks opgeschoten terwijl ze toch constant bezig zijn; wat een werk!
De haven van Yurimaguas ligt op een punt van samenkomst van twee rivieren, waarvan de één al breed is en waarna ze samen als een nog bredere rivier (een veelvoud van de Waal) verder gaan. Ik vind dit alleen al een erg indrukwekkend gezicht dat me erg enthousiast maakt!
De afgelopen twee dagen ben ik erg gespannen geweest en heb ik best wel een beetje opgezien tegen deze toch. Maar nu het logistieke gedeelte achter de rug is, kijk ik er ook wel erg naar uit en ben ik blij om hier te zijn. Hoewel ik nog steeds wel erg op zie tegen de insecten die gaan komen als het ‘buiten’ donker is…
image

19.45 uur
We zijn vertrokken! Ongeveer een half uur geleden. Het duurde een hele tijd voordat alle koeien / stieren van een andere boot over de kade naar onze boot waren overgebracht. De beesten verzetten zich met man en macht en er was een hoop personeel nodig om het voor mekaar te krijgen. Ze trekken aan touwen en knijpen in z’n staart om ‘m vooruit te laten springen. Vaak ging de stier dan op mensen af die steeds net aan de kant konden springen en soms achter stapels van het een of ander wegvluchtten. Het leidde tot boeiende taferelen en ook onder de werknemers zelf zag je veel beleving. Er werd gelachen als er iemand viel en ge-high-fived als iemand op het nippertje aan een paar horens was ontsnapt. Het was duidelijk dat zij zich van het gevaar bewust waren. Dat onderscheidde hen van de hardwerkende mieren waar ze in de uren daarvoor zo op leken. Mooi om die samenwerking en organisatie te zien. Het lijkt mij niet altijd efficiënt, maar er wordt geen tijd verspild met niets doen!
Ondertussen ben ik erachter gekomen dat het de voorkant van het schip is dat aangemeerd lag en waar dus de koeien op staan. Het is uiteraard al een tijdje donker en tot nu toe valt het mee met de insecten. De grote torren zijn er wel, maar kruipen voornamelijk vrij traag over de grond of liggen (de meesten) op hun kop en kunnen niet meer terug; als je het mij vraagt niet een heel succesvol onderdeel van de schepping. Op het moment dat ik dat schrijf, landt er uiteraard net één op Lisa’s hangmat, maar je tikt ze er zo af en ik trap ze allemaal naar de zijkant van het schip als ze in de buurt komen. Toen we vlak na zonsondergang voor op het dek onder de schijnwerper stonden, waren er veel beestjes (waaronder ook vleermuizen die vlakbij langsvlogen met een spanwijdte van zeker 2 handlengtes!), maar nu we eenmaal varen valt het op ons dek reuze mee. Daarbij is ons dek nu omhangen met zeilen, die ook helpen om de beesten buiten te houden. Wél is het daardoor nu erg warm op het dek. Een ander torretje op hoge poten en mierachtig loopt overigens wel bizar snel over het dek. Raar beestje!
Toen ik nog even in de haven speelkaarten wilde halen, werd ik herkend en begroet door Alex, de man die ons geholpen had toen we aan boord gingen. Hij bood me bier aan en hielp me met het kopen van een stok kaarten. Na een paar glazen heb ik het volgende biertje (halve liter uiteraard) maar betaald en nog een paar glazen mee gedronken. Was leuk om zo spontaan even mee te doen en om te merken dat ik al best een beetje kan kletsen over simpele dingen. Natuurlijk was Lisa wel een beetje ongerust omdat ik langer wegbleef, maar ze was niet boos en vond het leuk voor mij 🙂 Net ook even met onze buurvrouw (hangmat naast Lisa) gekletst en ook dat ging best aardig. Begin de smaak van het Spaans te pakken te krijgen!
Inmiddels wel flink jeuk op mijn linker voet van twee goede muggenbulten, maar hopelijk zijn die (schrijf ik terwijl ik zo’n dikke tor weg’kop’) van in het begin en valt het vanaf nu mee!
Overigens net te horen gekregen dat we vanavond géén eten krijgen, dus we gaan snel door ons noodrandsoen heen. Maar hopen dat we regelmatig verkopers met eten aan boord krijgen! Onze bus Pringles trok erg de belangstelling van een vrouw (oma, maar nog niet zo oud) die vroeg hoeveel dat gekost had en graag een handje in ontvangst nam. Ze wilde ook graag de lege bus hebben en was toen erg bezig met de geur ervan. Alsof ze het nog nooit had gehad en het voor haar altijd veel te duur was geweest (was ook iets van 7 soles en daarmee duurder dan het flesje rum). Of ze kan de bus gewoon goed ergens voor gebruiken natuurlijk. Dat hebben we niet gevraagd en zullen we dus nooit weten!
Het is nog steeds erg rustig. Een klein beetje muziek van een meisje dat duidelijk totaal niet kan kiezen welk nummer ze wil horen (oordopjes kennen ze hier niet) en in totaal nog iets van tien andere hangmatten.
Bizar om te zien hoe donker het is. Het schip vaart zonder echte koplamp, maar gebruikt af en toe een schijnwerper. Ik ben heel benieuwd naar zonsopkomst morgenvroeg!
image

Maandag 13 oktober 2014, 8.15 uur
We zijn op zo’n bijzonder plek. Aan alle kanten, waar je ook kijkt, zie je het groen van bomen (achter het bruin van de rivier). Ik ben al sinds 5.45 uur op en hoewel je weinig kunt zien, hoor je volop vogelgeluiden. Af en toe passeren we een hutje of iets dat op een gehuchtje lijkt. Bizar om te beseffen hoe afgelegen die mensen leven! Om 6 uur vanochtend meerden we aan in Lagunas. Zo te zien ook niet meer dan een mini-dorpje. Nog geen 3 seconden nadat we stil lagen kwamen er al vrouwen/meisjes aan boord met vis, uvas (soort druif), platanos (uiteraard de smakeloze, aardappelachtige bananen), kokosnoten en guavas (dacht ik haar te horen zeggen) die in heel lange (meer dan een meter) komkommerachtige omhulsels zitten; voor het eerst dat ik die zag.
Net ontbijt gehad dat bestond uit zoete rijstepap – op dit moment passeren we een dorp met best wat huizen op een rij langs het water, met zelfs straatlantaarns, maar geen haventje; opvallend! – plus vier droge broodjes per persoon. Op zich goed te eten en grappig omdat je dat zelf nooit zou bestellen. We hadden geen behoefte om de zoete melk zonder rijst ook nog op te drinken, dus maar weggegooid (samen met een broodje dat op de grond was gevallen). Aan de ene kant voelt het heel raar om eten weg te gooien waar sommige mensen hier op de boot waarschijnlijk blij mee zouden zijn. Aan de andere kant wil je ze ook niet de indruk geven dat je ze niet serieus neemt door hen jouw afdankertjes te geven. Daarbij hadden ze in dit geval zelf ook gewoon wel eten (visje als ontbijt).
We waren zo eigenwijs geweest om de dobbelstenen, pen en blocnote in de hangmat te laten liggen, ervanuit gaande dat dat voor niemand interessant is – zelfs de hangmat dichtgedrukt zodat het niet open en bloot voor het grijpen lag – maar toen we vanochtend weer bij de hangmatten kwamen, misten we één dobbelsteen en de pen. Tenzij we zelf iets over het hoofd zien (we hebben ze nooit meer terug gevonden), is iemand dus zo brutaal geweest om die futiele items uit mijn hangmat te jatten; bizar. Maar goed om te weten dat we dus geen enkel risico moeten nemen!
Ongelooflijk om te zien hoe regelmatig andere rivieren, die net zo breed zijn als de onze, met ons samenvoegen. Wat een hoop water!
Ik ga maar eens naar de wc, die overigens net als de ‘douche’ (een soort kraantje schuin boven de wc; niet erg uitnodigend) en de wastafel doorspoelen met het bruine (het lijkt helder als het eruit komt, maar het is bruin zo gauw het stil ligt) rivierwater. Maar goed, het spoelt (nog) door, dus ik klaag niet!
Overigens vanacht toen we de cabine in gingen om te slapen, werd ik wel een beetje naar / gestresst doordat het zo’n kleine ruimte is en je het licht gauw mogelijk weer uit wil doen vanwege de insecten, en het bleek dat ik geen kussen en laken had, dus ik moest onder mijn slaapzak slapen wat eigenlijk te warm was. Lisa gaf me heel lief haar kussen, dus dat scheelde. En uiteindelijk is er maar één tor naar binnen gevlogen die ik makkelijk in mijn slaapzakhoes kon vangen en naar buiten kon gooien. Ik noem ze ‘kamikaze-kevers’; ze vliegen altijd kei hard ergens tegenaan en zo gauw ze niet meer vliegen, lijken ze niets meer te kunnen!
Al met al was het toch een veel betere nacht dan waar ik van tevoren bang voor was!
image

19.45 uur
Het is ondertussen veel drukker geworden op ons dek, met (op drie westerse toeristen na) locals uit de kleine dorpjes die we aandoen. Behoorlijk wat jonge kinderen waardoor het overdag een stuk onrustiger was, maar over het algemeen valt het nog steeds erg mee. Het eten had ook slechter gekund: kip met rijst en platano als lunch en sucade met spaghetti, rijst en platano als avondeten. Ze eten dus helemaal geen groenten! En wat de “schijf van 5” betreft; rijst + spaghetti is al dubbelop en dan ook nog eens zo’n banaan erbij die als aardappel smaakt! Dat zijn dus drie dingen uit dezelfde categorie. Tijdens het avondeten kwam iemand langs met avocado’s voor 1 sol (= 27 eurocent), dus daarmee hebben we onze maaltijd nog kunnen upgraden met een extra categorie. Zoals Lisa zei: “Als je hier groente wil, moet je dat er apart bij kopen!”.
Toen we vanochtend ontbijt gingen halen op het benedendek (half opslag, half reizigers), zagen we in de keuken een levende kip staan. Vanmiddag na de lunch zagen we deze niet meer, dus we hebben een donkerbruin vermoeden waar de kip in onze lunch vandaan kwam. Ik denk dat dit voor het eerst is dat ik het daadwerkelijke dier leven gezien heb voordat ik het opat.
Overigens zitten bij ons op het dek twee kippen op de reling en heeft mijn buurman iets als een parkiet bij zich (gewoon los uiteraard); alles kan!
Het valt me op dat de mensen hier soms bar weinig rekening met anderen houden. Bijvoorbeeld door hun hangmat extreem dicht op die van iemand anders (de mijne onder andere) te hangen zonder dat even te overleggen en zonder dat het nodig is. En natuurlijk gewoon hardop muziek draaien in een openbare ruimte als dit, terwijl ik in de winkels toch genoeg oordopjes zie liggen! Het zullen wel andere normen en waarden zijn en in hun ogen niet asociaal, maar mij kan het uiteraard bij vlagen nog steeds behoorlijk irriteren.
We hebben het grootste gedeelte van de middag gevuld met Yahtzee en Duizend Punten kaarten, dus qua verveling valt het nog steeds reuze mee. Zo ook met de insecten trouwens deze avond. Zojuist mooi kunnen zien, toen we nog even bij een dorpje waren aangemeerd – waar de nodige kratten bier aan land werden gedragen, hoe vleermuizen het ene na het andere insect uit de lucht plukken. Opgeruimd staat netjes!
En wat een indrukwekkende sterrenhemel! Zoveel en zo helder; een heel duidelijke Melkweg. Af en toe besef je je ineens weer waar je bent en hoe bijzonder dat is… 🙂
image

image

Dinsdag 14 oktober, 10.00 uur
Even geleden vertrokken uit Nauta, waar we bijna twee uur stil hebben gelegen. Zoals voorspeld is bijna iedereen daar aan land gegaan omdat vanaf daar bussen naar Iquitos rijden die uiteraard veel sneller zijn dan de boot. Slechts zeven hangmatten (inclusief de onzen) hangen er nog. Mijn buurman is er nog wel steeds samen met zijn vogeltje die hij, zo hebben we ontdekt, in zijn tas bewaart. Af en toe zie je de tas bewegen en het beestje heeft al een gaatje gemaakt waar hij met zijn kop doorheen kan, maar krijgt het niet voor mekaar om het gat groter te maken. De vogel krijgt rijst te eten, net als alles en iedereen, want ook de twee kippen op de reling werden vanochtend (weliswaar ongekookte) rijst gevoerd. De man is wel heel lief voor het beestje: geeft ‘m kusjes en liet ‘m even onder een stroompje water toen het regende. Mooi om te zien.
We hadden het ontbijt gemist (op het bovendek krijgen we weinig mee uit de keuken beneden), maar wel twee eitjes + zakjes popcorn gekocht van een verkoopster uit Nauta; prima alternatief!
Nog steeds geen dolfijnen gezien en ik begin de hoop een beetje op te geven. Sowieso valt het me wel een beetje tegen wat we kunnen zien qua jungle. Ik had op iets meer dieren of wildernis gehoopt in tegenstelling tot alleen maar bomen en water. Maar het blijft een indrukwekkende gedachte als je je bedenkt waar je bent, en de stilte en uitgestrektheid / ongereptheid om je heen blijft indruk maken.
Ondertussen begin ik wel langzaam te verlangen naar een douche, maar ook wat dat betreft valt het me niet tegen. Zometeen nog maar wat van ons water in mijn gezicht en bovenlijf gooien. Daar hebben we sowieso veel te veel van: water. Totaal niet zelf nagedacht toen we hier aankwamen en blind het advies (of verkooptruc) van die Alex opgevolgd. Maar als we even hadden nagedacht, hadden we natuurlijk geweten dat we aan twee keer zeven liter ruim voldoende hadden gehad! Achja, ‘part of the charme’ zullen we maar zeggen.
De geur op de wc’s is ook nog steeds goed te doen. Aangezien de prullenbakken voor wc-papier al bijna vol zaten toen we gingen en niet geleegd worden, vreesde ik voor enorme troep en stank, maar ze lijken nog net zo vol als aan het begin en waarschijnlijk droogt alles voldoende op en waait het steeds door zodat het niet gaat stinken.
De reis zou vanuit Nauta nog zo’n acht uur moeten duren, dus naar verwachting komen we rond 18 uur in Iquitos aan. Ben benieuwd! Ik ben er in ieder geval niet bang voor dat we dat niet gaan volhouden! 🙂
image
image

Iquitos, 23.00 uur
We kwamen inderdaad aan om 18.15 uur, maar het duurde nog tot 19.30 uur voordat we daadwerkelijk aanmeerden. Waar de boot op wachtte is ons niet geheel duidelijk, want plaats lijkt nooit een probleem – zeker niet in zo’n reuzachtige haven als die van Iquitos – aangezien de boot zich uiteindelijk ook gewoon ergens tussen duwde, zoals we al vaker hebben gezien.
We hebben geen dolfijnen meer gezien, dus ik ben wel een beetje teleurgesteld. Ik had gehoopt – eigenlijk eerst ook niet echt verwacht totdat verhalen van anderen toch verwachtingen gaan scheppen – dat we wel iets meer jungle-leven zouden zien. Maar desondanks heb ik er absoluut geen spijt van en was het een heel bijzondere ervaring. Alleen al om zolang op een boot te zitten. En we hebben ons eigenlijk geen moment verveeld en vonden het best snel gaan. Het eten was best ok (qua smaak, niet qua variatie), de drukte en overlast vielen heel erg mee, het was niet extreem warm en zelfs de insecten vielen wel mee, zeker aangezien er de tweede nacht echt nauwelijks insecten waren. Oh, en qua hygiène heb ik het ook goed vol kunnen houden. Dat had ook niet langer moeten duren, want ik verlang nu wel naar een douche en een van de wc’s wilde niet meer doorspoelen op het laatst, dus toen was het ook prima dat het afgelopen was.
Overigens hebben twee koeien de boottocht niet overleefd. Eén zag er al een tijd zwak uit en is volgens mij gewoon ingeslapen. Een ander was opvallend klein (een kalf?) en is volgens mij vertrapt nadat een aantal koeien de balken tussen de twee hokken hadden gesloopt; in plaats van de ruimte op te zoeken in het rustigere hok gingen er toen nog meer koeien het drukke hok in. Op een gegeven moment zei Lisa dat ik moest komen kijken omdat ze die koe uit het hok hadden gesleept en ze een mes waren gaan halen. Ik vermoed dat ze de keel hebben doorgesneden om ‘m uit zijn lijden te verlossen. Harde wereld. Vanzelfsprekend raakte het Lisa behoorlijk, maar ze wilde ook blijven kijken. Het heeft zeker indruk op ons gemaakt; een beeld dat niet snel uit ons hoofd zal gaan denk ik. Maar het zegt ook weer iets over de cultuur hier. En dat is tegelijkertijd toch ook boeiend…
Eenmaal aan wal – we hadden inmiddels twee 7-liter flessen water aan onze bagage toegevoegd – hadden we uiteraard meteen iemand van een moto-taxi te pakken. Maar in plaats van dat hij ons gewoon bracht naar waar wij vroegen, zei hij al meteen dat hij een betere optie had. Wij zeiden dat we naar het hostel van onze keuze wilden en hij deed alsof hij dat accepteerde, maar uiteraard stonden we even later voor de deur van een ander hostel. We zijn niet in discussie gegaan en hebben gewoon gezegd dat we naar die andere wilden, waarop hij ons daar alsnog heen zou brengen. Wat bleek: het hostel uit onze gids bestond niet meer. Ik vertrouwde het eerst niet, maar we waren wel op de goede locatie dus ze spraken waarschijnlijk wel de waarheid. Toen maar het hostel genomen dat volgens die mannen van dezelfde eigenaar zou zijn op bijna dezelfde locatie. Het is goedkoop, maar het is slecht onderhouden. De badkamer waar ik zo behoefte aan heb, is niet schoon, het is gruwelijk ongezellig en het is ontzettend warm op de kamer.
Ook maakte de stad direct een armoedige, smerige indruk en als we geen vlucht hadden geboekt, had ik de neiging gehad om meteen op een boot terug te springen.
Morgen snel een fijner hostel (met goede douche) zoeken en dan voelen we ons hopelijk al een stuk meer op ons gemak!
Einde dagboek

image

In een volgende post zullen we vertellen hoe ons verblijf in Iquitos was…

Veel liefs van ons!

Chachapoyas

Standard

Hello everybody!

It´s been a while! We actually both wanted to update the blog sooner, but life got in the way. I´ve actually written this post twice already, on the wordpress app on my phone. Both times my post disappeared when I tried to edit and upload it. Leaving only the title Chachapoyas behind. I must say that this post has turned out to be an utter annoyance because of this. I´ve been quite angry about everything disappearing twice. So you can imagine I´m not really looking forward to typing everything again. But here we go.  Drie keer is Scheepsrecht, as the dutch say. or third time lucky.

As an apology for your long wait, (we know how you miss us and are counting down the days for us to return) here´s a picture of a lama
image

If you can´t see any picutres yet you´re a fast one and I haven´t been able to upload them into this post yet before you visited the blog 🙂

Chachapoyas

Chacha, so called by the locals, is the capital of the Amazonian province in the north. This might sound quite jungleisch but Chacha is still quite high up. It´s surrounded by mountains and cloudforest instead of jungle. As Sander said in his last post, it took us quite a lot of collectivos to get here. The last collectivo dropped us of in some unknown street, somewhere near the center of the town. Never really knowing where you are when we land in a new city, we always consult our trusty guidebook, hoping to find a familiar plaza or streetname on it´s map. Getting dropped at a busterminal is usually easier for us. Even though it was early evening, the streets were quite busy. all the shops were open and there were people and streetvendors everywhere. Maybe our last week in Ecuador had been a bit too tranquil, but we immediatly felt that Peru was quite a bit livelier than Ecuador.

Getting our bearings we set off to find our hostal. But wait…. what was it called again? ehmm something with backpackers. I´d taken a photo of the pamphlet with my phone, which now turned out to be, unconveniently, without battery. Asking any of the locals for a hostal with the name Backpackers got us nothing, they just pointed at the nearest hostal and said that it was backpackers. In the end we found a hostel in our guidebook called Karajia and decided to stay for a night. Ravenous, we went looking for a place to eat when we found New Eden, a vegetarian restaurant. Instead of veggie lasagna´s pasta´s and salads, the owner cooks Peruvian food and just replaces the meat with carne de soy: soymeat. So we enjoyed a vegetarian stew, and steak, with chips, rice and salad. The owner was a happy sort of fellow, humming and singing our orders. Quite stuffed we slowly strolled back to our hostel, only to find the backpackers hostel we had been trying to find. It was 200m farther along in the sae street as our hostel and called Chachapoyas backpackers (still wondering how we couldn´t remember it).
We decided we´d move the next day. Which turned out to be a good thing, becaus when morning came, Sander cut himself on a piece of glass that was in the bed(?!). We found a mysteious trail of blood leading from our room to the bathroom (sherlock sees a link here). And although Sander did get a hot shower, it would not warm up for me and wasn´t just cold, but hello antartica freezing cold. So we vamoshed in the morning to Chachapoyas backpackers. Where I enjoyed a well deserved warm to hot to warm to cold to hot shower! The rest of the day we spent exploring the town. We´de found the local foodmarket. A hall filled with dozens of stands selling the same veggies and spices. Outside was parked a lorry with a cow´s head in it. That evening we had started to talk with the owner of our hostel, the friendly and helpfull Jose (it´s with a stripe on the e, but I can´t figure out how to get it on this foreign keyboard). He seemed like a good guy and we decided to book a tour through him. Our fist tour in Chacha was going to lead us to the ancient ruins of Kuelap!

Kuelap

Kuelap is a city and fortress on a mountain about three hours drive from chacha. It´s an early start to be able to get there so we got up early and had pancakes for breakfast. This hostel has a communal kitchen, which is good for our budget because we can cook for ourselves. At half past eight we found our way to the tourcompany where Jose had booked the tour for us. The small bus was nearly full, leaving us the two spaces next to the driver. The driver was a happy faced sort of man who likes to listen to 80s rock music. He was delighted when we started to sing slong to the tunes. There was a sort of general goodwill between us, even though we couldn´t really communicate with each other.

On the way to Kuelap we stopped to look at an old chachapoyan village. Only the foundations were left and visible. The interesting thing though was that this little village had been built on a cliff instead of in the mountains. Villagers were able to cultivate different vegetables around the valley than high up in the mountains.
image

You might see the horizontal lines on the picture? that´s where the village used to stand. What´s clearly visible are the holes in the cliff. These were used as graves and they found some mummies in them. Our guide explained how ancient civilisations throughout South America believed in rebirth for the dead. People were mummiefied in the fetal position, because that´s the position babies often take on in the womb. Mummies would also always face east, where the sun rises, which symbolises new life. (the west symbolising endings or past). I find it interesting that mummification was an important past of a lot of different cultures throughout  South America.

Getting to Kuelap isn´t easy. A sandy winding mountainroad takes you there. You can see it in the background on this picture.
image

Along the way our guide told us a bit about Chachapoyan history. (he spoke both English and spanish) Chachapoya means cloud forest or people of cloudforest in Inca. When the Incas came and conquered all they took many young chachapoyans, scattering them over Peru and Ecuador. Kuelap is a remnant of a pre-inca civilisation. This fortress has 13 – 19m high walls, made out of limestone. (to this day nobody knows where the limestone came from).
image

The city is built on top and believed to have housed about 400 people.
image

With 4 – 8 people per house. Their houses have a round shape, unlike the Inca´s who built square houses. (it´s easy to tell the difference) The Inca´s did conquer Kuelap and built a few buildings in the city, but it´s mainly Chachapoyan.  Excited when we finally arrived, We enthusiastically climbed the hill leading to this lost city. And were rewarded with some stunning views. Kuelap is absolutely massive!Those walls I told you about were also used as burial sites, with bones still in them.
image

A typical Kuelap house would be two storeys high and have a pointy roof. They rebuilt one at the site.
image

A house would often also have a hole in the middle of it. This hole was either a tomb, or an oven (what a difference) but never both. These Chachapoyans really liked to surround themselves with the dead. What we thought quite funny, but ingenious at the same time was the presence of guinea pig runs. A lot of houses have a run running through them which used to house guinnee pigs. The ren  was always situated close to a stove or some other sort of heat as these small delicious delicacies need this to survive the cold nights. The picture  below also shows two stones, used for grinding grain or corn.
image

There aren´t any windows in the houses, I guess that during daylight they mainly worked outside and just came home to eat and sleep.

Kuelap was thought to have great religious importance. A section of Kuelap is temples where offerings and ceremonies were held (no proof of human offerings were found)  and shamans were their priest in contact with the gods above. The snake, the condor and the jaguar, (pronounced by our guide a jawa, which I think is much cooler ) are important, nearly holy animals. They represent the past, the present and the future (I´ve forgotten which one is which and Sander and me differ in opinion, I think snake past, jawa now and condor future). You can find them symbolised on buildings in Kuelap, as in the picture below, the left is thought to be the snake, and the right is the condors eye.
image

There were also some cool carvings in one of the entrances leading up to Kuelap, can you gues what this one is?
image

Looks like a T-rex no? well our guide thought it was a hybrid, with a snake tail, condor claws and jawa head. (I like the idea that Chachapoyan people secretly had a few T-rexes which they rode around the country, but alas, not archaeologically correct)
Here are some more carvings that I really liked.
image

thought to be a shaman!
image

some lovely snakes!
image

can you see the cool jawa in this face?

 

We returned to Chacha at around 6, and decided to book another tour for the next day. Funny coincedence; we met Lisette again on this tour. We´de met before, in Ecuador, Vilcabamba! Not only had she taken the same route down to Chacha as us, but she had also booked the same tour for tha same day with the same company! We went out for a drink or two and had a nice evening together. It was nice to talk Dutch again. Lisette told us about a friend who´d gone to Iquitos in Peru by Cargo boat. (Iquitos is the largest city in the world that you can´t reach by car) We thought this an awesome idea and decided to look into it!

Karajia

It was an early start again the next day, we were going to visit the Karajia sarcophagi. You can find little wooden carvings of these sarcophagi thoughout Chachapoyas and they had peaked my interest. What were they?

The tour started of with us meeting the same guide and driver as yesterday (hurray!). Most of the tourgroup had decided to book for today too! In the morning we went and visited caverna de Quiocta. A really big natural cave that had been shaped by a river over thousands of years.
image

Inside were many stalactites and mites. Some were an impressive 9 to 15 meters long  and must have taken ages to form (I think a stalactite grew 5 cm every 1000 years, do the math).
image

The cave had, and still is used as a burial and offering place. When we entered a big white owl made a quick getaway, zooming over our heads (hedwigstyle) There were piles of dung on the bottem of the cave too, and looking up, you could see several bats nests. Best part about the cave though was the mud! It was very muddy in there and I absolutely loved it! Before we visited the cave, we went and rented wellies.
image

You made a lovely squelching and squishing sound walking around, and you often got stuck somewhere. The small kids (and not so small kids) were crying their heads of in fright but I loved it (gnagna) As I have long suspected, I have an inner piggy.
image

We set of towards the sarcophagi ,  Driving to a village where we had to walk down a steep and muddy path (yay, more mud!). Sander and I were the only ones who really dared walk on the path, the rest of the group bypassed through a nearby field with horses. ( a local passed us sitting cross-legged on a horse, blasting music and smoking, buanas dias!)

Walking down and down, you turn a corner, and there they are, the Karajia sarcophagi. they´re set into a cliff.  Six imposing, deeply browed sarcophagi, huddles together facing east. each containing a mummiefied person. Red paint had been used to draw eyes, feathers and figures. (it´still a bit of a mystery what they used for the paint, but we found a soft red stone under the sarcophagi).
image

Not a lot is known about them, but they´re thought to contain mummiefied aristicracy.

The picture is from far away, they´re quite high up. Can you see the ones with the skulls on their heads? they  were probably warriors, and that one of the tombs contains a female mummie, buried with her knitting needles. The tombs weren´t hoisted up the cliff, but made on the spot. with water, straw and clay. Having to drag a mummie up there probably wasn´t easy. But It´s a lovely sight to look at!
image

There used to be eight of them, but two fell down during an earthqueake. There were some more spots on the cliff where they found remains of tombs, but unfortunatly, graverobbers got there first. I think they´re extremely cool, chilling up there on that cliff, looking down over the valley! I´m glad that what remains is now being protected.

We returned to Chacha in the early evening, headed out for a meal and started to plan our where to go next. (feels really free!) We spent the next day buying a few suplies and talking to other travelers and Jose, discussing our travel plans. We had decided to go to Iquitos. getting there isn´t the easiest thing though. We wanted to try and catch a cargo boat up the Amazon river, but this isn´t easy as there isn´t a fixed shedule on when the boats leave. We would have to travel to Yurimaguas and see what was available. There was no certainty that we were going to be able to catch a boat so this was terribly exciting!

Off to Iquitos; jungle, hammocks and malariatablets!

spoiler: we meet some manatees!

love Lisa and Sander